De stilte in de storm

De stilte in de storm

Stilte in tijden van klimaatverandering. Wat zou dat kunnen betekenen? Het is niet de plek waar je naartoe vlucht om weg te zijn van het lawaai. Het is niet het zwijgende niet willen zien wat er op ons afkomt. Het is niet het sluiten van je ogen voor wat onze kinderen door hun ogen zullen zien. Het is de plek waar je de hoop in je handen houdt.

Het zijn boeiende tijden. Wereldwijd komen duizenden mensen, aangevuurd door de jongeren, op straat om een sterker klimaatbeleid te vragen van hun politici. Wat wetenschappers al jaren zeggen in hun rapporten die steeds duidelijker worden, voelen we in wat vroeger de zekerheid van de voorspelbare seizoenen was. Er kon veel gebeuren, maar je had het gevoel dat je erop kon vertrouwen dat de winter koud was, en dat daarna een frisse en dartele lente kwam, daarna een warme, maar niet al te hete zomer, gevolgd door een herfst die alles klaar maakte voor een nieuwe cyclus. We waren als mens een deel van het ritme van de natuur.

In wat wetenschappers ondertussen het ‘antropoceen’ zijn gaan noemen, heeft de mens zelf dat ritme veranderd. Waar velen tot voor enkele jaren nog konden doen alsof de klimaatverandering iets van ‘ver weg’ was, is het dichtbij gekomen. In ons hoofd hoefden we niet te zien hoe onze ecologisch te zwaar wegende voetafdruk elders op de wereld zorgde voor een groeiende ongelijkheid. Nu de klimaatverandering ook hier zichtbaar is, zien we hoe hier eveneens de ongelijkheid in beeld komt.

Het valt moeilijk te ontkennen dat de versnellende klimaatverandering veel te maken heeft met een welbepaald model van welvaart dat erg zwaar weegt op de planeet. Wetenschappers weten steeds beter waar de planetaire grenzen liggen en hoe ver ze ondertussen overschreden zijn. In landen als het onze was de economische groei in de naoorlogse periode indrukwekkend. Voor velen verbeterde het leven. Maar we kozen voor een weg die niet houdbaar is. We zijn ons model van produceren en consumeren ‘normaal’ gaan vinden, de na te streven norm voor iedereen. Maar nu men ook aan de andere kant van de wereld hetzelfde wilt, wordt acuut duidelijk dat er daarvoor geen ecologische ruimte is. De hele wereld op ditzelfde spoor willen zetten, zal onder meer zorgen voor een totaal oncontroleerbare klimaatchaos die de levenskansen van wie na ons komt fundamenteel bedreigt en die de ongelijkheid tussen rijk en arm, tussen ecologisch gulzig en de anderen, alleen nog verder vergroot.

Niet alleen tussen maar ook binnen generaties zijn de kansen op een waardig leven niet rechtvaardig verdeeld. In een land als het onze kunnen we al lang niet meer zeggen dat het voortdurend aanzwengelen van een erg op consumptie gerichte manier van leven ons exponentieel gelukkiger heeft gemaakt, integendeel. Zelfs jonge mensen kampen met ernstige existentiële vragen over de zin van alles. Veel mensen kunnen de druk niet meer aan en worden ziek of stappen uit het leven. Achter het lawaai van het steeds sneller, steeds harder, steeds meer is er een soms pijnlijke stilte voor het verdriet en de pijn van wie niet meer mee kan. 

De tijd die komt, de tijd die ons nog rest

Wat de wetenschap ons duidelijk maakt, is glashelder: we hebben nog een tiental jaar om het roer echt om te gooien. Het is nog steeds mogelijk voor de mensheid om te kiezen voor een waardige welvaart voor iedereen, hier en elders, nu en later. We hebben de aarde van onze kinderen geleend, maar we gedragen ons vaak alsof we dat liever niet willen weten. We denken vaak op korte termijn, kijken naar onze directe omgeving, vinden vanzelfsprekend wat er is en kijken naar de toekomst als een soort eenvoudige verderzetting van het nu, alleen met nog wat meer van alles. De klimaatverandering daagt ons echter uit om breed te denken, op lange termijn, met een blik op de hele wereld en in systemen die erg complex geworden zijn. Op een begrensde planeet onbegrensd willen groeien is onmogelijk. Het is helemaal niet zo moeilijk om dat te begrijpen, en tegelijk is die eenvoudige waarheid erg bedreigend. Vanuit het voorruitperspectief van de auto van onze huidige gemiddelde manier van leven kijken naar de toekomst lijkt ons het idee van voorspelbaarheid te geven: we rijden gewoon verder op dezelfde weg. De planetaire werkelijkheid van dat geloof is evenwel heel wat minder stabiel. Doen alsof er geen grenzen zijn, betekent zelf de instabiliteit organiseren. We zouden de klimaatverandering moeten beperken tot 1,5°C maar zitten op een pad dat veeleer richting 3 of 4 graden gaat. Wat voorspelbaar leek, zal in dat scenario vooral neerkomen op grote disruptieve veranderingen, zoals het ineenstuiken van ecosystemen.

Een deelnemer aan een Nederlandse klimaatmars vatte het goed samen. “Het is als in een strandstoel op het strand zitten terwijl er een tsunami aankomt en niet handelen, maar zeggen dat je blijft zitten omdat je tot 17 uur betaald hebt.”

De klimaatverandering stelt ons op de proef. We moeten dingen toelaten in ons hoofd waar we misschien liever niet aan denken. We moeten het idee van grote veranderingen proberen te vatten, enerzijds in de zin van onze omwereld die heel snel in een totaal andere toestand zou kunnen komen dan de voorspelbare seizoenen die we vroeger hadden, anderzijds in de zin van snelle maatschappelijke veranderingen die op systemische wijze dingen bijsturen die we nu als ‘normaal’ of ‘verworven’ beschouwen. Die beide invullingen van verandering kunnen aanleiding geven tot angst. We zijn bij wijze van spreken in de ‘panische fase’ aanbeland. Je kunt in wezen niet meer ontkennen wat er aan het gebeuren is, maar je bent misschien nog niet in staat dat goed te laten doordringen, omdat het zo omvattend is. Dat is op zich een heel menselijke vaststelling. Alleen kunnen we niet zomaar aan het klimaat vragen om even tien jaar te wachten met veranderen tot wij klaar zijn met ons huiswerk. De fase waarin we vanop afstand konden kijken naar wat misschien op ons af zou komen is voorbij. We hebben erg veel tijd verloren. Nu zitten we stilaan in de storm, en kunnen we ons afvragen wat stilte betekent in de storm. Het is een andere stilte dan de stilte voor de storm… 

Leven in waarheid

Duizenden jongeren – geïnspireerd door een dapper klein meisje uit Zweden – trokken door onze straten. Ze vragen een sterker klimaatbeleid dat in staat is te doen wat volgens de wetenschappers nodig is om onze maatschappij weer op een veilig spoor te krijgen, richting 1,5°C. Ze laten zich horen, ze maken lawaai. Ze kregen respect en bewondering van velen. Het was alsof iets wat onder de oppervlakte aan het broeien was ineens naar buiten kwam. Hun protest leek niet te passen in de klassieke schema’s. Veel politici wisten en weten niet hoe ze met deze verontwaardiging moeten omgaan. Naast respect kregen de meisjes vooraan de telkens vredevolle manifestaties echter ook veel hoon en neerbuigend misprijzen over zich heen. Politici uit de generatie die verantwoordelijkheid draagt voor wat er nu fout gaat zeggen zonder schroom aan nog minderjarige medeburgers dat zij zelf moeten gaan studeren om de oplossingen uit te werken. Ze omschrijven de jongeren als “puberaal” en proberen hun protest te discrediteren. Je zou kunnen zeggen dat de jongeren een medeplichtig stilzwijgen verwerpen, maar misschien tegelijk wel iets vragen als de stilte die nodig is om even bij jezelf na te gaan hoe het komt dat zoveel goede bedoelingen en zoveel ‘we doen al heel veel’ er nog steeds niet toe hebben geleid dat onze maatschappij op een houdbaar en hoopvol spoor komt.

Het klimaatdebat komt voor velen nu ineens ‘dichtbij’, terwijl al heel wat jaren duidelijk is hoe ernstig de situatie is en hoe snel onze mogelijkheden slinken om de uitdaging met relatief eenvoudige oplossingen aan te pakken. De negatieve reacties lijken varianten van ontkenning. Zeggen dat er niets aan de hand is. Zeggen dat het toch al te laat is. Zeggen dat alles in de toekomst wel zal worden opgelost door een technologie die er dan zal zijn. Zeggen dat het toch vooral de ‘anderen’ zijn die het moeten oplossen. Zeggen dat het inderdaad zeer ernstig is maar stellen dat je ‘de mensen’ toch niet kunt veranderen. Zeggen dat die “verwende jongeren” maar snel weer naar school moeten gaan, zodat het weer ‘rustig’ wordt en we niet meer te veel gestoord worden. Zeggen dat ‘men’ pas zal veranderen als het ‘echt erg’ wordt. Zeggen dat men al dat negatieve nieuws niet aankan en liever gewoon niet wil weten omdat het je depressief maakt.

Het is zinvol in dit verband eens goed te kijken naar de woorden van Greta Thunberg, het meisje uit Zweden dat aan de basis lag van het mondiale protest. In haar speech tijdens de klimaatconferentie in Katowice zei ze: “We have to speak clearly, no matter how uncomfortable that may be. You only speak of green eternal economic growth because you are too scared of being unpopular. You only talk about moving forward with the same bad ideas that got us into this mess, even when the only sensible thing to do is pull the emergency brake. You are not mature enough to tell it like it is. Even that burden you leave to us children. But I don’t care about being popular. I care about climate justice and the living planet. Our civilization is being sacrificed for the opportunity of a very small number of people to continue making enormous amounts of money. Our biosphere is being sacrificed so that rich people in countries like mine can live in luxury. It is the sufferings of the many which pay for the luxuries of the few.” Tijdens het World Economic Forum in Davos zei ze dit: “Adults keep saying we owe it to the young people to give them hope. But I don’t want your hope, I don’t want you to be hopeful. I want you to panic, I want you to feel the fear I feel every day. And then I want you to act, I want you to act as if you would in a crisis. I want you to act as if the house was on fire, because it is.” En tegenover de Europese Commissie zei ze: “There is simply not enough time to wait for us to grow up and become the ones in charge.”

Op een indringende manier doet Greta Thunberg een oproep om te ‘leven in waarheid’, zoals Václav Havel dat noemde. Om dat te kunnen, is er nood aan iets dat je als een stilte zou kunnen omschrijven. Een plek waar je niet wegvlucht in excuses of ontkenning. Een plek waar je je angst of je paniek het niet laat overnemen en die stilte laat overstemmen door het lawaai van cynisch of neerbuigend gebrul. Een plek waar je nadenkt over wat verantwoordelijkheid betekent in de werkelijke wereld van vandaag. 

Bang voor angst

De jongeren die in de manifestaties opstappen zeggen ons dat ze bang zijn. Het is opvallend hoe bedreigend dat blijkbaar is. Ofwel horen velen die woorden niet. Ofwel krijgen de jongeren meteen de paternalistische reactie dat ze niet bang moeten zijn, want dat de grote mensen al het goede doen voor hen. Uit de antwoorden daarop van Greta Thunberg en Anuna De Wever en de andere jongeren blijkt dat ze heel erg goed weten waar het over gaat en wat er op het spel staat. Ze hebben op een rustige manier de wetenschappelijke rapporten (wél) gelezen. Ze zeggen dat de volwassen politici “not mature enough” zijn om de planetaire waarheid echt onder ogen te zien. Die onvolwassenheid is ook een vorm van angst. Het is maar de vraag wie er puberaal is…

Het is opvallend dat er in het debat heel veel geroepen wordt over de concrete maatregelen die nodig zijn en dat sommige politici met allerlei polariserende clichés liever andere politici aanvallen dan zelf op een rustige manier met voorstellen te komen. In die discussies zit er heel veel emotie en lawaai. Voor de meer stille emoties van angst, verdriet of wanhoop is er veel minder ruimte. Dat is misschien begrijpelijk, maar het is geen goed idee om die emoties te verzwijgen.

Als je probeert in waarheid te leven, als je probeert door te laten dringen wat de klimaatverandering werkelijk betekent, dan kan dat aanleiding geven tot erg grote emoties. Tegenover die grote en zo complex lijkende vraagstukken kun je je heel erg machteloos voelen. Je voelt je als mens zo klein. In de wetenschappelijke rapporten lees je dat we al voorbij enkele cruciale ‘tipping points’ zijn. Je leest dat we nog een tiental jaar hebben. Je ziet dat allerlei gevestigde belangen proberen te voorkomen dat er fundamentele wijzigingen komen in hoe we leven, waardoor het steeds moeilijker wordt goede antwoorden te bieden. Je leest dat de klimaatverandering onomkeerbaar is, en aan je eigen omgeving merk je ook dat de vertrouwde zekerheid van vroeger, zoals in de seizoenen of de cycli van de regen, er niet meer is. Terug naar ‘vroeger’ kunnen we niet meer, een klimaatchaos vermijden kunnen we nog wel. We bevinden ons op onbekend terrein, terra incognita, en voelen ons onveilig, bang dat we geen controle meer hebben over ons leven, bang voor snelle verandering, bang dat die grote gevoelens ons zullen opslokken.

Een eigentijdse vorm van klimaatontkenning is de ‘dwang tot optimisme’. We moeten optimistisch zijn omdat we optimistisch moeten zijn, omdat het blijkbaar zelfs een morele plicht is. Dit soort krampachtige dwang is misschien ook wel een vorm van vlucht van de stille plek waar je weerloos lijkt te staan tegenover die grote dingen. Misschien kan hier Václav Havelook inspireren: “De mate van hoop in deze diepe en intense zin is niet de mate van onze vreugde over een goede gang van zaken en van onze wil in ondernemingen te investeren die zichtbaar tot snel succes leiden, maar eerder de mate van ons vermogen ons voor iets in te zetten omdat het goed is, en niet alleen omdat het gegarandeerd succes heeft. Hoe ongunstiger de situatie waarin onze hoop overeind blijft, des te intenser is deze hoop. Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed afloopt, maar de zekerheid dat iets zin heeft – ongeacht hoe het afloopt. Ik denk dus dat wij de meest intense en de belangrijkste vorm van hoop uit ‘het bovenzinnelijke’ putten: de enige vorm van hoop die ons ondanks alles overeind weet te houden en tot goede daden weet aan te zetten, en de enige echte bron van de grootsheid van de menselijke geest en van het menselijke streven. En deze hoop is het ook die ons de kracht geeft te leven en het steeds opnieuw te proberen, ook al zijn de uiterlijke omstandigheden zo uitzichtloos als hier te lande.”

Verdriet dat stroomt

Wat doe je als probeert met open ogen de klimaatverandering en de mogelijke impact ervan te zien en te laten doordringen? Het kan zijn dat je kiest voor een slopend activisme dat je uitput en ten slotte bitter maakt. Uit angst dat de dingen je gaan overspoelen kun je je ook afsluiten van alles. Het kan zijn dat je cynisch wordt, omdat het toch al ‘te laat’ is. Daarmee zeg je dan eigenlijk dat niets zin heeft, dat niets van waarde is. Het kan zijn dat het je te veel wordt en dat je uit het leven stapt.

Een andere houding is dat je probeert in al je breekbare naaktheid in die stilte te gaan staan, daar waar je illusieloos naar de dingen probeert te kijken. Daar kun je proberen te zien, hoe moeilijk ook, dat het wel degelijk fout zou kunnen gaan. Daar kun je proberen te zien hoe de wereld werkelijk zal zijn voor jouw kleinkinderen als we effectief op een pad van 3 of 4 of 5 graden Celsius terechtkomen. Daar kun je dan proberen het verdriet toe te laten.

Over verdriet en het toelaten ervan zegt Joanna Macy het volgende: “Ten eerste merken we dat we niet alleen staan, dat anderen dit ook ervaren. Negatieve emoties worden in onze samenleving vaak gepathologiseerd: er is iets mis met jou als individu, misschien moet je wel aan de antidepressiva. Maar de pijn die we voelen is een gezonde en universele reactie. Daarnaast ervaren we dat alle emoties stromen. Als we bij onze woede of angst blijven, merken we dat we er niet aan onderdoor gaan. We leren onze veerkracht kennen en worden minder bang voor deze emoties. Bovendien ontdekken we dat er een diepere laag onder zit. De pijn die je voelt komt voort uit de diepe liefde die je hebt voor de wereld. Het is een uiting van onze intrinsieke verbondenheid. Als we dit erkennen en herformuleren als compassie, geeft dat ons veel nieuwe kracht die we in kunnen zetten om de wereld te helen.”

Het valt op dat verdriet misschien wel in het algemeen en zeker ook in de klimaatdiscussie een soort taboe is. Verdriet is in wezen een heel gewone emotie, ook al kan ze heel moeilijk zijn. Het kan zijn dat je meer energie nodig hebt om ten koste van alles te voorkomen dat je verdrietig wordt, omdat je denkt dat het je zal overspoelen (als een tsunami). Als je echter een manier kunt vinden om je verdriet zachtjes toe te laten zonder het vast te houden, het verdriet om die mooie aarde die sterft, het verdriet om de zee die ziek is, het verdriet om je kinderen en de angst die zij mogelijk zullen voelen, … dan kan het zijn dat je geen tsunami voelt, maar iets als een rivier. Je voelt het verdriet door je heen stromen, en daarin voel je ook dat je leeft. Als je toegeeft dat je verdriet hebt om de aarde, voel je eigenlijk dat je een deel bent van die aarde. De rest van de natuur is niet zomaar het ‘andere’, het is een deel van jezelf. Het besef dat je als mens de bomen meer nodig hebt om zelf te leven dan omgekeerd, maakt je nederig en dankbaar. In die rivier kun je dan tegelijk veel innerlijke rust en energie vinden om door te gaan. In die rivier voel je je diepe verbondenheid, met wie naast je staat, wie aan de andere kant van de wereld woont, wie nog moet geboren worden, maar ook met die aarde van wie je – of je nu gelovig of spiritueel bent of niet – in de feiten toch een deel bent.

Het is helemaal niet nodig om dezelfde levensbeschouwing te delen. De een is gelovig, de ander niet. De een zal haar of zijn spiritualiteit verbinden met welbepaalde tradities, de ander wil het bewust heel erg vaag en open laten. Beelden of woorden als de zee of de rivier zijn geen doel op zich, enkel hulpmiddelen om dichter te komen bij de dingen die ons verbinden en bij een laag van ons menszijn die niet altijd ruimte krijgt. Het is een taal die ieder voor zich mogelijk anders kan invullen, het is een uitnodiging. (In het besef van de taligheid van dat alles gaat deze tekst verder door, als een voorzichtig zoeken.)

Samen de rivier kunnen delen, samen het verdriet dragen, het geeft je ook samen de kracht om te handelen. Als je op een of andere manier – ook al is het maar een beeld in je hoofd – de pijn kunt voelen van de aarde, dan kun je misschien ook ervaren dat de aarde jouw verzet voelt. In je verdriet voor de zee die aan het sterven is zit ook de zorg ervoor, en zo kun je voelen dat de zee je de energie geeft om in de echte wereld actief te zijn, elke dag opnieuw. Daarover gaat het idee van ‘actieve hoop’. Voor hoop heb je niet de zekerheid nodig dat het zal lukken. Hoop kan er in de storm maar zijn als je je bewust bent van de ernst van de situatie en die ook onder ogen ziet. Hoop is geen vlucht in een krampachtig optimisme. Die ‘illusieloze’ hoop kan je zacht maken vanbinnen, kan je rust geven, kan je zo vrijer maken van de rusteloze consumptiedwang en van het panische geloof dat we niet anders kunnen dan steeds harder vooruit hollen op de weg die ons in deze moeilijke situatie gebracht heeft. Die hoop kan een binnenklimaat creëren dat ons de rustige kracht geeft om nooit cynisch te worden en authentiek te handelen in het buitenklimaat.

Stilte in tijden van klimaatverandering, kansen voor een maatschappelijke beweging

Krijgen onze jonge mensen de kans om echt rustig te praten over hun angst en hun verdriet? Geven we hun de ruimte waarin ze breekbaar mogen zijn en waarin we echt luisteren naar hun breekbare verontwaardiging? We kunnen als volwassenen waarschijnlijk enkel echt luisteren als we bereid zijn om zelf ook kwetsbaar te worden. Misschien hebben we jarenlang nooit erg nagedacht over iets groots als de klimaatverandering. Misschien hebben we een leven van maatschappelijk engagement achter de rug en hebben we soms het gevoel dat we een beetje moe gestreden zijn. Misschien voelen we ons eenzaam in onze persoonlijke strijd voor een rechtvaardige wereld en dreigen we te vergeten waarom we er ooit mee begonnen.

Een maatschappelijke beweging voor stilte zou als doel kunnen hebben om die plek te zijn waar die breekbare maar ook helende ontmoeting mogelijk is. Stilte krijgt daar een betekenis als een vorm van actieve hoop. Stilte is zo meer dan enkel een stille plek, weg van alles, waar je tot rust komt. Stilte is ook niet de plek waar je naartoe vlucht (met het vliegtuig) om weg te zijn van de wereld, of zelfs te wachten en toe te kijken hoe het elders fout gaat. Stilte is niet je terugtrekken uit de samenleving en je ogen sluiten voor het reële lijden dat er nu is en dat zal komen. Stilte is niet de groeiende ongelijkheid ontkennen binnen en tussen generaties. Stilte is geen schuldig verzuim.

We leven in een tijd waarin we voor nooit eerder gezien uitdagingen staan. Dat kan ons verlammen, maar we kunnen ook beseffen dat er nooit eerder geziene mogelijkheden zijn. Daarvoor kunnen we dankbaar zijn. We kunnen anders leren kijken. In plaats van de angst die ons platwalst, kunnen we de energie voelen als we beseffen dat we deel zijn van het alternatief. Zodra je ziet hoe panisch het ‘gangbare’ of ‘normale’ voortjaagt op de enige snelweg die er zogenaamd zou zijn, kun je ook de rustige moed vinden in een innerlijke rust en overtuiging en kun je een grote vrijheid veroveren waarover anderen geen macht kunnen krijgen.

Stilte is in deze redenering een plek waar je naartoe kunt gaan om in de wereld te zijn, niet om eraan te ontsnappen. We weten niet of het zal lukken de volgende jaren om de immense maatschappelijke transformatie die nodig is in gang te zetten. We weten niet of we als mensheid erin zullen slagen een gevaarlijke en ontwrichtende klimaatchaos te vermijden. Het kan zijn dat het niet lukt. Een maatschappelijke beweging voor stilte kan in dit hele proces een belangrijke rol spelen door concrete plekken te creëren waar het niet zozeer gaat over alle concrete beleidsmaatregelen die nodig zijn om bv. ons economisch systeem om te vormen, een landbouwsysteem uit te werken dat zich ontwikkelt binnen de planetaire grenzen, een sociale bescherming op te bouwen die de transitie rechtvaardig kan maken, … Het gaat erom te zien dat we hele mensen zijn, verbonden met elkaar en met de rest van de natuur. Doen alsof de grote emoties die we voelen bij het besef van de omvang van de klimaatverandering dingen zijn die we moeten opsluiten zal ons niet helpen. De uitdagingen zijn groot. De risico’s maar ook de kansen zijn groot. De moed die we nodig zullen hebben om in de storm te kijken zal ook groot moeten zijn. En voor die moed hebben we stilte nodig, een plek die we kunnen voeden en koesteren met elkaar. 

De bom valt nooit

Laten we dus praten met elkaar over onze angst en ons verdriet. Misschien is een deel van onze angst trouwens wel de angst voor de verbeelding. Veel mensen beseffen wel dat we gemiddeld een manier van leven hebben die niet houdbaar is. We weten wel dat de klimaatimpact van het snelgroeiende vliegverkeer te groot is, maar we vinden het zo moeilijk om het alternatief te denken. We weten dat het anders moet, maar we zeggen al snel “dat je de mensen toch niet kunt veranderen”. Het voorruitperspectief van steeds meer, steeds sneller, steeds gulziger maakt ons niet noodzakelijk gelukkiger, maar we vinden het moeilijk om onszelf op een andere plek te denken dan op die snelweg. Het doet een beetje denken aan dat liedje van Herman Van Veen uit de tijd van de rakettenbetogingen, met een tekst van Willem Wilmink: “Maar zal de bom echt niet vallen? Wat moeten we dan met z’n allen? Zolang een toekomst ons ontbrak, leefden wij dood op ons gemak. ( ) Nu keert men heel ons leven om en brengt paniek in onze tent. Wij hielden zo van onze bom, we waren zo aan hem gewend.”Misschien is de angst voor het verlies soms wel even groot als de angst voor het alternatief. Om jezelf open te stellen voor de storm en wat die betekent moet je immers kwetsbaar durven zijn. In die kwetsbaarheid kunnen we ons met elkaar verbinden en kunnen we elkaar echt ontmoeten. Daar kunnen we zien wat we delen met elkaar.

Als jonge en oude mensen van vandaag elkaar een plek kunnen geven waar ze kwetsbaar kunnen zijn en die stilte kunnen ervaren in de storm die zich klaarmaakt, kunnen ze de energie vinden om te doen wat nodig is. Dat zal voor iedereen iets anders kunnen zijn. Het besef dat je elke dag opnieuw mag beginnen en dat je houding tegenover de dingen mee bepaalt of je troost en kracht kunt vinden maakt je sterker tegenover de verleiding van het cynisme. De klimaatopa die zijn hele leven maatschappelijk actief was kan kijken door de ogen van het angstige en verontwaardigde klimaatmeisje, en omgekeerd. Beiden zullen zich zo minder eenzaam voelen, meer gedragen. De stilte die daarvoor nodig is kan ons helen. In de storm. 


 

    Meditatie is heel eenvoudig

    Meditatie is heel eenvoudig

    “Meditatie is heel eenvoudig. Het is gewoon gaan zitten en met je aandacht blijven bij wat er is. Wat je hoort hoor je, wat je ziet zie je, wat je voelt voel je, wat je denkt denk je. Wat er is, is er. Hou niets vast en hou niets af. Je kunt het niet goed doen en niet slecht doen. Je kan er niet in leren en niet in vooruit gaan. Wat er is kan op ieder moment anders zijn. Kennis en ervaring zijn hier irrelevant. In die zin kunnen er ook geen leraren of meesters zijn. Niemand is een autoriteit in wat hier en nu is.”

    Dit is, in eigen woorden weergegeven, de meditatie-instructie waarmee ik zelf jaren geleden ben beginnen zitten. Het is de instructie waar ik telkens weer bij terugkom.

    Toegegeven, ik heb veel andere instructies uitgeprobeerd. Ik heb mijn adem gevolgd, mijn adem geteld. Ik heb met mu gezeten, tot ik helemaal mu werd, met talloze andere koans gezeten. Bodyscans gedaan. De activiteit van mijn geest benoemd. Naar de geluiden van de wereld geluisterd, tot het onderscheid tussen de luisteraar en de sirene van de voorbijrijdende ambulance wegviel. Loopmeditatie, in het bos of thuis midden in de nacht met een baby in de armen, na de voeding, tot we samen een boertje deden waarna ik hem veilig weer in de wieg kon leggen. Ik heb gezeten, gezongen, gedanst en gesprongen. Toch kom ik steeds weer bij deze oorspronkelijke instructie uit.

    Ze draagt de typische retoriek van zen in zich: onmiddellijk naar het hart van de zaak. Geen omwegen, geen zijwegen. Rechttoe, rechtaan. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Niet eerst jaren je concentratie trainen om dan naar de volgende stap over te gaan. Er valt zeker iets voor dat laatste te zeggen. Maar het is ook niet onlogisch dat een volwassen westerling hier een ander curriculum volgt dan een achtjarige jongen die in een klooster in Azië zijn monastieke training aanvat. Ons schoolsysteem legt de lat ook erg hoog als het op concentratie aankomt en is op zich al een intense training. Leerlingen die hier te veel moeite mee hebben, geven we medicatie die in een andere context, wielrennen bij voorbeeld, als doping gezien wordt. Deze instructie gaat er van uit dat ze geschikt is voor de gemiddelde westerling, inclusief de gemiddelde ADHD’er.

    Een risico van de retoriek van onmiddellijk naar het hart van de zaak gaan, is van er onmiddellijk naast te zitten, zonder dat je het door hebt. Ik heb vaker meegemaakt dat iemand die al jaren zen beoefende, in de war raakt bij de eerste bodyscan en plots de pijn en onrust in zijn lichaam ontdekt. Daarom is het altijd goed je ervaring te delen met anderen, met of zonder lange meditatie-ervaring.

    Deze instructie staat haaks op hoe we gewoonlijk met de werkelijkheid omgaan (en ook moeten omgaan). Als je de straat wil oversteken en er komt een auto aan zeg je niet: ‘wat er is, is er’. Je wacht tot de auto voorbij is en je veilig kunt oversteken. In het conventionele perspectief zijn er nuttige en onnuttige gedachten, heilzame en onheilzame emoties. Daarom vraagt meditatie om een veilige plek. Een plek die veilig genoeg is om het conventionele perspectief los te laten en toe te laten wat er is. Een mat met een kussen kan genoeg zijn. Een groep mensen die samen zitten kan helpen om te blijven zitten (ook op die ogenblikken dat je liever gillend zou willen wegrennen). Het vertrouwen van iemand die hier zelf mee vertrouwd is, kan een grote steun zijn.

    Dan kun je, in een psychologisch jargon, terugschakelen van je doemodus, van ‘discrepancy based processing’, naar je zijnsmodus. Als je een boeddhistisch jargon verkiest: de sequentie doorbreken die leidt van vedana (voelen) naar tanha (dorst) naar upadana (grijpen) naar bhava (worden). Maar het jargon is niet belangrijk, het doen wel. ‘Gewoon gaan zitten en met je aandacht blijven bij wat er is’.

    Als je het doet, wat gebeurt er dan? De instructie houdt een principiële onzekerheid in. ‘Niemand is een autoriteit in wat hier en nu is.’ Moeten we de vraag dan onbeantwoord laten? Het is het dilemma dat Ruusbroec beschrijft als hij zegt: ‘God schouwen kan niemand leren’. Er kunnen geen leraren of meesters zijn. Toch kiest hij ervoor om erover te schrijven, niet om het iemand te leren maar om hen die het herkennen een hand te reiken. Wat volgt gaat dus over wat zou kunnen, niet over wat zou moeten. Bij het minste ‘zou moeten’ creëer je weer discrepantie.
    Daar zit je dan met de intentie om niets af te houden en niets vast te houden. En wat merk je? Je geest trekt zich van die hele instructie niets aan. Je geest zit geen seconde stil. Hij genereert een massa nonsens. Hij genereert leuke fantasieën die je liever zou willen vasthouden. Hij genereert angst of verdriet of woede, gedachten en gevoelens die je liefst zo snel mogelijk weg wil hebben. Als je de verwachting had je ‘ware zelf’ tegen te komen, is dit het moment om een aantal illusies te laten varen.

    Maar de instructie is duidelijk. ‘Wat er is, is er. Hou niets vast en hou niets af.’ Dit is wat er is. Dit is meditatie. Je moet niets anders zijn dan wat je nu bent. Er is geen ware zelf buiten dit. Daarom is meditatie een act van mateloze liefde. Vaak ervaren mensen dit als volkomen zinloos. Dat is het ook, toch als je zin definieert als de discrepantie tussen waar je nu bent en waar je zou moeten zijn. En juist daarom doen we het.

    Niet alleen de alledaagse werking van je geest wordt zichtbaar. In onze doemodus zien we alles in functie van het doel waar we naar toe werken. Wat daarbuiten valt ontgaat ons. Dat wordt weer zichtbaar als je stopt en je geest opent. Dat kan tegenvallen. Een oud verdriet waar je dacht overheen te zijn. Wroeging, woede over dingen die nooit hadden mogen gebeuren. Pijn, vermoeidheid, ontevredenheid en frustratie over je huidige leven. Het dient zich allemaal ongegeneerd aan. Het is niet enkel kommer en kwel. Het kan ook een diepe vrede en rust zijn. Blij om even verlost te zijn van de druk van de dagelijkse beslommeringen. Het hoort er allemaal bij. Vooral de echt moeilijke dingen spelen ons hier parten. De angst hiervoor houdt ons van ons meditatiekussen weg: ‘O nee, niet opnieuw’. Wat er is, is er. Daar hoort onze angst en weerstand ook bij.

    Als je de moed hebt om te blijven zitten met wat zich aandient, merk je ook dat zich dingen aandienen waar je niet direct woorden voor hebt. Vaak ervaren we dat als een grotere gevoeligheid. Tijdens de loopmeditatie buiten in het bos voelen we ineens de sfeer van het bos heel anders aan. Of we worden heel gevoelig voor de mensen om ons heen. Op een intensieve retraite kan het gebeuren dat het verdriet van een andere deelnemer gaat resoneren met je eigen verdriet. Iemand noemde het in het Duits ‘dünnhäutig’, letterlijk ‘dunhuidig’. Alsof je vel veel gevoeliger en transparanter geworden is. Of je kunt overvallen worden door een onbestemd besef van weemoed, van futiliteit, vergankelijkheid, zinloosheid. Veel van die sensaties vallen buiten onze gebruikelijke kaders en woordenschat. Daarom benoemen we niet. Het nadeel van benoemen als meditatietechniek is dat je alles wat komt, vastbindt op het Procrustesbed van het bekende.

    Als je kijkt en kijkt en blijft kijken wordt er nog iets anders zichtbaar. Alles wat zich aandient, dient zich aan in een weidse open ruimte. Als ik verdriet heb (vervang gerust door je emotie naar keuze) kan het zijn dat het mij zo in beslag neemt dat ik die ruimte niet meer zie. Er is enkel nog verdriet. Maar als ik goed kijk en open blijf, is er die weidse open ruimte waarin het verdriet plaatsvindt. Het is in die ruimte waarin verdriet opkomt, wegebt, terugkomt en weer verdwijnt. Deze ruimte gaat vooraf aan alles wat komt. Binnen die ruimte ontstaan en vergaan dingen. Voor de ruimte zelf is er geen ontstaan en geen vergaan. In de Palicanon vinden we termen als ajata (niet geboren), amata (niet sterfelijk), asankhata (niet geconstrueerd).

    Het is deze ruimte die al het voorafgaande draaglijk maakt. Zonder deze ruimte is het verdriet, de pijn van het leven, de schijnbare zinloosheid ondraaglijk. Gezien in het licht van deze ruimte is er verdriet en vreugde, zin en zinloosheid. Deze ruimte is openheid, leven, moed. ‘Je kunt er niet uitvallen.’ Deze ruimte is mededogen. Alles heeft er zijn plaats. Soms voelt meditatie als thuiskomen. Soms is het enkel vervelend, lastig en je vraagt je alleen nog maar af wat je daar zit te doen. Maar ‘wat er is, is er’. In die weidse open ruimte is dat allemaal welkom, ben jij welkom met dat allemaal. Daarom is de bereidheid voldoende. De bereidheid om wat er is, wat er ook is, welkom te heten. Mededogen is die bereidheid om toe te laten en te verwelkomen.

    De instructie eindigt met twee waarschuwingen:
    Je kunt er niet in leren en niet in vooruit gaan. Een valkuil is de gedachte: ‘ik wil het allemaal wel toelaten, maar gaat het dan ook echt over?’ Het is alsof iemand zou zeggen: ‘je bent helemaal welkom met je verdriet, als het maar snel voorbij gaat.’ Dat is niet de bereidheid waar we het over hebben. Dat is geen mededogen. Soms zie je mensen zichzelf forceren om doorheen de angst en de weerstand naar de pijn toe te gaan, als was het een soort therapie. ‘Dan zal ik eindelijk van die pijn verlost zijn.’ Zo schieten we terug in onze discrepantiemodus. Meditatie is geen self improvement.
    Een meer subtiele variant is de verwachting dat de pijn, woede, angst, verdriet … zal transformeren in iets hoger, dieper, mooier, in ieder geval iets minder lastig. Er is zeker transformatie, maar het is niet de inhoud die transformeert, het is onze houding. De transformatie zit in de bereidheid. Die bereidheid is een persoonlijke keuze. Deze keuzevrijheid kan niemand jou ontnemen.

    In die zin kunnen er ook geen leraren of meesters zijn. Een andere valkuil is de gedachte dat die weidse open ruimte maar toegankelijk is voor de happy few. Voor hen die er echt in geslaagd zijn na jarenlang hard geoefend te hebben, enkelingen die alles opgegeven hebben voor hun meditatiebeoefening. Dat is niet zo. Die open ruimte is er gewoon, nu, hier. Er is niets bijzonders aan. Dit is niet het monopolie van priesters, meesters en andere thaumaturgen. Iedereen heeft hier weet van, of je nu mediteert of niet. Maar we zijn er weinig mee vertrouwd en we missen er de woorden voor. Door te zitten met deze instructie creëer je een veilige open ruimte die je toelaat hiermee vertrouwd te worden. Als het woord leraar hier zin heeft dan is het in de betekenis van iemand die hier vertrouwd mee is en van daaruit vertrouwen schenkt. De leraar geeft uit eigen overvloed. Vertrouwen vragen is enkel een uiting van gebrek aan vertrouwen.

    Vertrouwen is waar je uiteindelijk bij uitkomt. Je dacht van alles te vinden: gemoedsrust, een uitkomst voor je zorgen, geluk, een bijzondere ervaring, misschien zelfs ‘verlichting’. In de plaats daarvan vind je vertrouwen. ‘Op zoek naar oud ijzer vind je goud’, schrijft Wumen in zijn ‘Poortloze Poort’.


     

      De droomgaard: een stilteplek als toevlucht

      De droomgaard: een stilteplek als toevlucht

      Burn-out is geen ziekte, maar door het te medicaliseren en allerlei professionele hulpverleners in te schakelen wordt het dit wel. Burn-out wordt dus te dikwijls ‘gemedicaliseerd’. Aanpak op individuele basis, méér lijkt er niet aan de hand! Ondertussen weten we dat er wél een maatschappelijk probleem groeiende is: een globale burn-out, une maladie du civilisation. Ruim 70% van de klachten in een huisartsenpraktijk hebben met allerlei vormen van ‘vermoeidheid’ te maken. Naast direct aantoonbare redenen zoals virale infecties, zijn er heel dikwijls aan werk- én levensstress gerelateerde oorzaken.
      Het lijkt voor vele mensen moeilijker en moeilijker om met die snelboot die werk en leven opleggen, mee te kunnen. Velen vallen uit de boot, sommigen springen er uit. En de reddingsboten zijn al overvol. En hoe houden de ‘redders’, de hulpverleners het dan vol?

      Vergeet je niet te leven
      dacht ik laatst
      de tijd hield stil
      een adempauze even

      en als je nu eens zonder haast
      buiten de tijd om wil
      slagbomen neergelaten
      dolgedraaide wijzerplaten

      onder je door of langs je heen
      ze laat voor wat ze zijn en dan
      meer lucht en ogen van

      het goede aardse zien
      een beetje ruimte worden en misschien
      iets meer gericht alleen

      — Kees Hermis

      Ook waterdragers krijgen dorst: wat herstelt mij?
      Père Gilbert – je weet wel, de priester die ook het huwelijk van Claire en prins Laurent inzegende – werkt in de Franse hoofdstad met probleemjongeren. Na zes weken intensief werken, trekt hij zich voor een week terug met zijn hond in de bossen rond Parijs.

      Wil Derkse, schrijver van het boek Een levensregel voor beginners, trekt zich regelmatig terug in de abdij van Slangenburg om te bezinnen en tot rust te komen.
      Ook een arts kiest zo z’n toevlucht, een plek waar het goed is om te verblijven en op adem te komen. Zelf – na het overlijden van mijn vriend-arts Geert Raes, acht jaar geleden – besliste ik om een stuk grond te kopen en er een boomgaard aan te leggen. Het leven ging mij te snel, te ondoordacht. Ik had nood aan rust en reflectie. Ik miste de natuur, de voeling met de seizoenen en het werken met mijn handen. De boer in mij werd wakker.
      ‘Stoppen en stilstaan,’ zei Edel Maex mij, ‘daar begint het…’

      Het concept droomgaard
      Mijn vader vervloekte het om naar het rusthuis te gaan. De verhuis was moeizaam – je laat veel achter, maar wat neem je dan mee? Zo zijn er onder andere enkele boeken meegegaan. Op bezoek bij hem sloeg ik eens het boek van Dorothee Sölle open: God heeft mensen nodig. Daarin beschreef de Duitse protestantse theologe dat we allemaal mede-scheppers zijn aan een onvoltooid stuk. En dat het Hebreeuwse woord ‘paradijs’ in oorsprong letterlijk ‘omheinde boomgaard’ betekent. ‘Een omheinde boomgaard’, schrijft ze verder, ‘die je bewerkt, niet exploiteert, waar je met zorg voor de aarde iets creëert, en waar je samen werkt, deelt en geniet. Een boomgaard die je goed doorgeeft aan de volgende generatie.’ Wat een mooie metafoor, dacht ik toen.

      Boomgaardgesprekken
      ‘Stoppen en stilstaan,’ zei Edel Maex mij, ‘daar begint het…’ Ik dacht terug aan Edel Maex, toen hij vertelde hoe mindfulness hem had geholpen evenwicht en innerlijke rust te vinden. Door die ontdekking wou hij ook andere mensen laten kennismaken met deze methodiek en leefwijze, die bij hemzelf zoveel had veranderd. Hij startte zijn cursussen.
      In mijn eigen zoektocht naar rust, stilte en reflectie had ik een boomgaard aangelegd. En langzaam groeide die tot een omheinde boomgaard, waar ik vaker wilde zijn en werken. Het idee om hier mijn burn-out coachingsgesprekken te doen groeide… Aanvankelijk wat aarzelend: kon dit wel, is dit professioneel, gaan de mensen zich kunnen focussen en niet afgeleid zijn…? Toch was er geen betere plek om tot rust te komen, om met alle zintuigen terug te ademen en gewaar te zijn. Hier ten volle aanwezig zijn, koste me minder moeite en de plek zelf gaf me rust, stilte en energie.
      In het herstelproces van mijn patiënten zag ik doorheen de gesprekken die we voerden, ook hun nieuwsgierigheid en verbazing groeien voor alles wat ze rondom zich zagen (en soms proefden). En dit in de mate dat ze zelf langzaamaan herstelden en zich terug openden naar hun omgeving.

      De hemel geeft
      wie vangt die heeft

      — Toon Hermans

      Herstel
      Er zijn vele opties mogelijk als je iemand met burn-out wilt begeleiden. Oplappen om terug naar het werk te gaan is er slechts één van. Herstel betekent echter voor mij ook: her-stel, her-positionering. Ik daag de mensen dan ook uit om andere keuzes in hun leven te maken. Eerder voor minder, dan voor meer te kiezen. En ook bewust terug te kijken naar hun oorspronkelijke droom. Maar ook naar het grotere geheel en zich terug vrij te maken – ja, velen zitten in een gouden kooi! – en zelf opnieuw de regie te nemen over het eigen leven. Met geduld en mededogen.

      Hofarts
      ‘Stoppen en stilstaan,’ zei Edel Maex mij, ‘daar begint het…’, en ook doorgeven waar je zelf beter en gelukkiger van wordt. Want dat is de vraag die collega’s mij stellen: waarom raken sommige artsen nooit burn-out? Hoe houd jij je eigen bijl scherp? Ben je bewust met eigen motivatie bezig? Wat beschouw jij als je kerntaak? Welke dimensie wil jij in je werk aanbieden? Niet alleen in je werk, maar in je hele leven.
      De Amerikaanse psycholoog Cary Cherniss heeft via onderzoek vastgesteld dat stress en werkdruk op zich niet tot een burn-out leiden, wel als je de moeite, de last en de pijn voor je taak niet langer kunt opbrengen. ‘To sacrifice yourself’ – hij bedoelt dat je weet wat je doet en ook waarom je het doet – maakt dat mensen, zolang ze motivatie en betekenis vinden in hun werk, lang kunnen doorgaan. Ze overstijgen hun eigen persoon en krijgen energie. Misschien is dat het verschil tussen artsen die wel of niet in een burn-out raken.
      Ik ben dus gaandeweg ‘hofarts’ geworden en biedt boomgaardgesprekken aan mensen die in een burn-out geraakt zijn in hun werk of hun leven. En voor mijn eerste kleinkind, Louise, ben ik ondertussen ‘boom-pie’.


       

        Stilte als toegang tot de nieuwe fysica?

        Stilte als toegang tot de nieuwe fysica?

        Onze ratio en onze emoties doen de wereld vastlopen. Redding en een nieuwe toekomst lijken alleen mogelijk door onszelf te overstijgen. Misschien is het dat wat ons onbewust naar stilte doet verlangen. Kunnen stiltegebieden toegang bieden tot een hogere werkelijkheid?
        Onze werkelijkheid zoals we haar dagelijks beleven is zeer beperkt. Er is oneindig meer mogelijk. De quantumfysica bevestigt wetenschappelijk wat mystici en kunstenaars al veel vroeger ervaren hebben: er is een ruimere werkelijkheid. De toegang ertoe is voortaan niet meer voorbehouden aan mystici.

        Over stilte en stilstaan

        Fysieke stilte is een basiselement voor reflectie. De magie van de stilte is dat ze toegang verleent tot een andere werkelijkheid. Ze doet ons iets, zonder dat we met ons verstand weten wat. Het is niet de stilte zelf die ons bevrijdt en vooruit helpt. Maar zij is wel een krachtige hulp bij ons proces van bewustzijnsontwikkeling. Ze werkt alleen bij mensen die er ontvankelijk voor zijn. Anderen worden er misschien juist onrustig van en vervelen zich.

        Waar het over gaat, is stilstaan en tot onszelf komen. Niet meer hollen, maar stilstaan, rust toelaten. Verstand op nul en laten komen wat komt of niet komt. Alles loslaten. Even wat geestelijke moeite doen om moeiteloos te worden. De geest laten leeglopen en uit die leegte toegang krijgen tot onze eigen innerlijke bronnen, inspiratie en oplossingen.
        Een natuurlijke omgeving hoort er meestal bij. De rust van een zomeravond op het platteland. De ochtendstilte op de boerderij met alleen het ongehaast gekraai van een haan. De overweldigende stilte van een adembenemend alpenpanorama. Het oneindig weidse panorama vanop onze eigen bergen en heuvels. De geborgenheid onder hoge bomen die hun kruinen even laten ritselen in een avondbries. Goethe kende het: ‘Über allen Gipfeln ist Ruhe.’ Niets gaat natuurlijk boven de oorverdovende stilte in de eenzame gebieden ver van alle menselijke bedrijvigheden. Stiltegebieden dus.

        Waar wijst de stilte ons naartoe? Is er ergens iets dat ons overstijgt? Kan ze ons de beperkingen van onze zintuigelijke werkelijkheid en ons rationeel verstand laten aanvoelen? Kan ze onze aandacht trekken naar een grens van ons zintuigelijk waarnemen en naar wat daar misschien achter ligt?

        Onze werkelijkheid zoals we haar dagelijks beleven, is zeer beperkt

        De moderne quantumfysica verplicht ons tot een ommekeer in ons denken over de materiële werkelijkheid. De quantumfysica die voortgekomen is uit de klassieke wetenschappelijke benadering, is tot een onthutsende vaststelling moeten komen. In de wereld van de zeer kleine deeltjes van de vaste materie (electronen, fotonen, …) blijkt de realiteit afhankelijk te zijn van onze waarneming en is ze dus geen vaststaand gegeven. Het verwachtingspatroon waarmee we een onderzoek opzetten en uitvoeren bepaalt namelijk de uitkomst. De onderzoeker is dus geen afstandelijke toeschouwer, maar maakt zelf deel uit van het experiment! Dit ging voor de toenmalige wetenschappers in tegen hun fundamentele opvatting over de vaste aard van de materie. Maar als ze als wetenschapper consequent wilden blijven hadden ze geen andere keuze dan – zeer tegen de zin van sommigen – deze uitkomst te aanvaarden.
        Later kwam vast te staan dat de vaste materie zoals we ze met onze zintuigen waarnemen, de illusie inhoudt dat ze de enige werkelijkheid is. De volle werkelijkheid bestaat namelijk uit een lege ruimte, met daarin een samenspel van uiterst kleine deeltjes, golven en energie. Deze volle werkelijkheid blijkt te bestaan uit een oneindige verzameling aan informatie en mogelijke werkelijkheden. Onze vertrouwde realiteit van de vaste materie is er slechts één van. Alles is er met elkaar verbonden. Deeltjes die zich zelfs op grote afstand van elkaar bevinden, beïnvloeden elkaar gelijktijdig, ze hebben zelfs de enorme snelheid van het licht niet nodig om met elkaar in verbinding te zijn.
        Deze bevindingen van de quantumfysica vertonen opvallende gelijkenissen met de beschrijvingen van de eenheidservaringen van mystici van alle tijden, zowel van oosterse als van westerse. En wie ze zou ontkennen zou blijk geven van een niet-wetenschappelijke houding.
        Deze ontdekkingen zetten de deur open voor intrigerende vragen. Als onze gewone waarneming van de werkelijkheid maar een van de vele mogelijke realiteiten is, waarom zou het bestaan van een wereld buiten onze zintuigelijke waarneming een illusie zijn en minder werkelijkheidsgehalte hebben? Wat kan dit betekenen voor de wereld van onze gedachten? Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit eveneens een verhaal van electronen, kleine materiedeeltjes dus die binnen ons brein via de synapsen van onze hersencellen, van hersencel tot hersencel springen in ongelooflijke aantallen en combinaties. Zou ook hier de mogelijkheid liggen om met ons bewustzijn onze eigen werkelijkheid te creëren?

        Hoe toegankelijk is die andere werkelijkheid?

        Deze vragen stellen de toegankelijkheid van deze andere werkelijkheid nog scherper aan de orde. Blijft de toegang tot deze andere werkelijkheid voorbehouden aan mystici en hooggeleerde quantumfysici? Loont de toegang ertoe de moeite? Kan ze een antwoord geven op de uitdagingen en de uitzichtloosheid van onze huidige tijd? Als deze andere werkelijkheid zoveel rijker is aan mogelijkheden, zou het dan niet de moeite lonen om ze te verkennen? Maar hoe?
        Als de mystici enige indicatie zijn, gaat het blijkbaar over een terugtrekken in de stilte, niets doen, de geest laten leeglopen. En dan is er sprake van door de ervaring te moeten van uitzichtloosheid (de zgn. ‘duistere nacht van de ziel’). Blijkbaar loopt de toegang tot die andere werkelijkheid over episoden met doodlopen, niet meer weten, verlatenheid, een tocht door de dorre woestijn. En juist als alles verloren lijkt en men zich overgeeft aan de wanhoop, komt het tot een verlossing die gepaard gaat met diep inzicht.
        Zou het kunnen dat die toegang nu ook mogelijk is voor gewone zielen, als het in wezen neerkomt op de moed om zich te durven overgeven aan wat komt, ook als het hopeloos lijkt? Want de toegang tot die andere werkelijkheid is geen esoterische discipline meer, maar iets waar we allemaal toe in staat zijn: moed om te durven wat in de grond geen echt risico inhoudt. De eigen angsten onder ogen zien.

        Ervaringen met Flow toestanden kunnen voor opheldering zorgen

        Flow is een begrip uit de sportwereld. Flow is een toestand van volledige beheersing van een discipline, honderd percent concentratie, opgaan in en éénzijn met de beweging en actie. Het gevoel van afgescheidenheid valt weg, er is een volledige aandacht op het proces zelf en niet op het verhoopte resultaat.
        Binnen de totaalfocus op de activiteit is het eveneens een toestand van veelzijdige alertheid, tegelijk naar buiten én naar binnen (eigen gedachten, gevoelens, lijfelijke gewaarwordingen, herinneringen, aandrang, …) gericht. Dat gaat gepaard met een zeer hoge activiteitsgraad en doeltreffendheid, en wordt toch als moeiteloos ervaren. Men overstijgt zichzelf. Alle storende en afleidende gedachten zijn afwezig. Er komt een totaal andere beleving van de tijd: hetzij als een vertraagde film, hetzij als in een flits. Dit zijn de toestanden van sportieve topprestaties, hoewel ze ook voorkomen buiten de sport.
        Deze zeldzame ervaringen geven het belevingsgevoel van een andere, ruimere werkelijkheid. Die momenten leveren blijkbaar de beste levensherinneringen op, zonder dat men enige spijt heeft van de gebrachte offers. Het zijn momenten waarop mensen het gevoel krijgen dat ze dan pas leven.

        De toegankelijkheid van Flow

        Piekervaringen in Flow komen niet zomaar vanzelf. Om Flow te kunnen ervaren is het niet voldoende dat de uitdaging even groot is als iemands vaardigheden. Beide factoren moeten opgerekt worden, zodat daardoor het individu tot steeds grotere prestaties wordt gedwongen. Er komt zeer veel geduld en moeite aan te pas om tot de nodige concentratie te komen. De weg er naar is bezaaid met nederlagen. Men laat het beperkend effect van het zelfbesef los. Het bewuste brein komt niet tussen. Perfecte controle wordt juist bereikt door de wens naar controle los te laten.
        Er wordt veel gewerkt met visualisatieoefeningen die een manier zijn om een gewenste realiteit te scheppen in de geest.

        Waarom is die andere werkelijkheid tot nu toe voor zo weinigen toegankelijk?

        De huidige werkelijkheid houdt nog een andere begoocheling in.
        Ik gebruik daarvoor de metafoor van de toren met de bizarre zwarte glazen plafonds. De val waarin het leven me lokt, stel ik voor als een toren met veel verdiepingen, die gescheiden worden door glazen plafonds en vloeren. Iedereen start in de laagste verdiepingen, de kelder dus. Helemaal beneden is er weinig licht en hoe hoger men gaat, hoe helderder en schitterender het licht is. Het glazen plafond is wel heel speciaal gemaakt. Voor wie vanuit de onderste verdiepingen naar boven kijkt, is het glazen plafond donkerzwart gekleurd op een heel ongewone manier. Die speciale donkere kleuring zorgt ervoor dat het licht in de hogere verdiepingen van onderuit gezien duisterder lijkt dan in de lagere verdiepingen, hoewel dat in werkelijkheid net omgekeerd is. Wie van boven naar beneden kijkt, ziet wel degelijk dat de lagere verdiepingen minder licht ontvangen omdat het glas vanuit de hogere verdiepingen wél volkomen doorschijnend is. Voor wie nog nooit de hogere verdiepingen bezocht heeft, lijken de lagere verdiepingen – zelfs met het zwakke licht – dus sterker verlicht dan de hoger liggende. Zo ontstaat de zelfbegoocheling dat de hogere verdiepingen onaantrekkelijk zijn.
        Wie zich echter, ondanks het duistere vooruitzicht, toch de moeite getroost en een verdieping hoger klimt, wacht de blijde verrassing van het onverwacht mooier en schitterender licht dan hij gewoon was in de verdieping eronder. Dat blijkt ook het geval te zijn telkens men naar een hogere verdieping gaat. Op elke verdieping krijgt men telkens weer de illusie dat de volgende hogere verdieping onaantrekkelijk is en wekt het idee om hoger te gaan weerstand op. Voor wie zich in de hogere kamers bevindt, is het verschil in lichtintensiteit hogerop echter zonder meer waarneembaar en is er geen twijfel mogelijk. Wie eenmaal in het stralende licht van de bovenste kamers vertoefd heeft, heeft geen zin meer in een verblijf in de vaal verlichte onderste verdiepingen.

        We hebben allemaal een rol in die andere werkelijkheid

        We zijn allemaal tot iets unieks in staat. In de andere werkelijkheid ligt voor ieder van ons een unieke deelrealiteit te wachten op onze talenten en passies. Het is niet omdat we nooit een Mozart of Goethe zullen zijn dat we geen andere waardevolle talenten succesvol kunnen ontwikkelen. Elk op zijn domein: de kunst, de wetenschap, de filosofie, de vakkundigheid in alle mogelijke vakken en beroepen, de kunst van goede relaties en harmonie tussen mensen. Voor de toekomst van onze planeet zijn ze allemaal nodig. We bespelen allemaal ons uniek instrumentarium maar spelen samen het groot orkest van de kosmische sferen.

        Wat zal het van ons vergen? Welke levenswijze?

        De dagelijkse groei als mens naar onze hoogste mogelijkheden zie ik op drie pijlers rusten:
        1. Een leven van evenwicht tussen eb en vloed: tussen uiterste drukte ook zorgen voor extreem niets doen. In onze tijd van overspoelende drukte, tijd maken voor de stilstand van de eb. En zo komen we terug bij de stiltebeleving. Die ons herbront. Een aaneenschakeling van periodiek terugtrekken in lange diepe stiltes elders en het inbouwen van dagdagelijkse rustpunten in onze normale bezigheden in thuis- of werkplek.
        2. De beoefening van overgave aan alle storende emoties, gedachten en angsten maakt de geest vrij voor de realiteit buiten ons.
        3. De discipline beoefenen om onszelf steeds voor uitdagingen te zetten die we net nog aankunnen: niet in de comfortzone en de bijhorende verveling blijven steken, maar ons ook niet laten overweldigen door de omstandigheden of door zelf te veel hooi op onze vork te nemen. Die aanpak kan ons bij momenten in een staat van Flow brengen.


         

          Stilte laat ons de natuurlijke harmonie ervaren

          Stilte laat ons de natuurlijke harmonie ervaren

          Ik herinner mij het tafereel nog tot in de details. Een witte zwaan beweegt eindeloos traag op het wateroppervlak. Achter haar buigt het riet lichtjes mee met de wind. Een zachte bries doet de bladeren ruisen. Vogels fluiten. Een vlinder fladdert van bloem naar bloem. Wat ik zie en hoor is perfect in harmonie, maar ik benoem het niet zo. Ik benoem niets. Ik denk niets. Ik ben daar aanwezig op die plek. Zonder meer. Zonder waarom. Zonder oordeel en zonder zorg. Ik ben daar aanwezig. Ik ben net als de zwaan, het riet, de natuur. Ik ben in harmonie met mezelf en met de omgeving. Wat een kostbaar moment. Het moment dat ik mij het best herinner van onze fietsvakantie in Limburg.

          Achteraf heb ik mij nog dikwijls afgevraagd waarom het tafereel met de witte zwaan mij zo trof. Het beantwoorden van die vraag is een vreemde bezigheid. Ik probeer dan vanuit een denkende, analyserende modus te begrijpen wat voorbij de rationele inzichten en de woorden ligt. Maar goed, de taal blijft een belangrijk middel om ons leven en de wereld te (proberen) begrijpen of op zijn minst te ordenen. En in die taal vind ik één woord dat enigszins aangeeft wat voor mij de essentie is van die witte zwaan in dat schitterende decor: vrede.

          Vrede. Als docent “onderhandelen en bemiddelen” laat ik mij voortdurend in met conflicttoestanden. Vrede is een van de dingen waar ik het meest naar verlang. Vrede in de wereld, maar ook vrede in mijzelf en met mijzelf. Daar begint het eigenlijk mee. Het is ongelofelijk moeilijk. In het gewone dagelijkse leven slaag ik er zelden in tot diepe vrede in mijzelf en met mijzelf te komen. Altijd zijn er wel gedachten, oordelen en emoties die ervoor zorgen dat ik (ver) verwijderd ben van een toestand van natuurlijke vrede.

          Natuurlijke vrede. Daarover “vertelde” die witte zwaan zonder dat ze het wist en zonder dat ze het wilde. Natuurlijke vrede als een soort vanzelfsprekende harmonie in de wereld. Een harmonie die wordt gekenmerkt door zuiverheid, rust en evenwicht. Een harmonie die naar mijn aanvoelen ook van nature aan de mens gegeven is, maar moeilijk te bereiken omwille van de eindeloze stroom gedachten die de meesten onder ons produceren. In een oosters beeld (ik weet niet meer van wie) wordt onze geest vergeleken met water. Van nature is water helder, maar tienduizenden gedachten maken het troebel. Het is alsof we voortdurend in dat water roeren, zodat onze gedachten blijven ronddraaien. Als onze gedachten naar de bodem zinken wordt het water vanzelf weer helder.

          De natuurlijke vrede die ik bij de witte zwaan ervaarde, was een vrede in mijzelf, die er tegelijk voor zorgde dat ik openstond voor de vrede die op die heilige plek aanwezig was. Stilte, volle leegte, rust en ruimte in mijzelf en rond mijzelf brachten mij in verbinding met natuurlijke vrede in mijzelf en in de omgeving. Die natuurlijke vrede is er. Ze wacht er gewoon op om ontdekt en ervaren te worden. Misschien ligt hier wel het belangrijkste pad naar de oplossing van allerlei conflicten. Datgene wat ons de toegang belemmert tot de natuurlijke vrede onder ogen zien, accepteren en vervolgens transformeren. Vertrekkend van dat inzicht kunnen we op zoek gaan naar attitudes en methodes om dat transformatiewerk te verrichten en zo tot die natuurlijke vrede te komen.

          Er is zo veel dat ons kan afsnijden van de natuurlijke vrede. Nadat ik de witte zwaan had verlaten en verder stapte door het weldadige groen voelde ik hoe talrijk en veelvormig de barrières zijn die we zelf maken en in stand houden. Als je echt stil wordt, zie je welke aannames, angsten, (voor)oordelen, gewoontes, enz. een belemmering vormen voor het ervaren van natuurlijke vrede. Vooral angsten. Angst om niet erkend en begrepen te worden, angst om niet genoeg te krijgen, angst om het niet goed te doen, angst om niet bij de groep te horen, … Het rijtje angsten is eindeloos. In wezen zijn het steeds angsten dat niet aan onze behoeften zal worden voldaan. Vaak reële angsten – dikwijls ziet het ernaar uit dat niet aan onze behoeften zal worden voldaan –, dikwijls angsten die niet op een realiteit zijn gebaseerd. De stilte van de natuur nodigt ons uit om naar onze meest fundamentele angsten te kijken, zodat we zuiver kunnen zien waar we mee in het reine moeten komen tijdens dit leven. En steeds opnieuw krijgen we de situaties en conflicten voorgeschoteld die er ons toe uitnodigen om aan de slag te gaan met onszelf. Moeilijkheden en conflicten als uitnodiging tot persoonlijke groei.

          De stilte van de natuur laat ons voelen wie we echt zijn, wat we willen, wat er werkt en niet werkt in ons leven. Voelen mogen we heel letterlijk nemen. Het is vooral via (soms heel subtiele) lichamelijke signalen dat we voelen wat wel of niet goed is voor onszelf en voor de ander. Dat gaat meestal samen. Wat goed is voor onze persoonlijke groei is heel dikwijls goed voor de persoonlijke groei van de ander, en omgekeerd. Op het moment dat we midden in de moeilijkheden zitten beseffen we dat niet altijd. Wat is het meest wezenlijke in persoonlijke groei? Groeien in de richting van de liefde. Het gaat hier niet om de romantische liefde, maar de liefde die door Erich Fromm wordt omschreven als psychische rijpheid en respect. Wat in het oude Griekenland agape werd genoemd. De belangeloze liefde. De liefde die gericht is op de eigen behoeften én die van de ander. Die het beste voorheeft, met jezelf en met de ander. Een liefde waar verbinding wordt ervaren, die dienstbaar is, en die zich vertaalt in ethisch verantwoord handelen. Een liefde waarbij we de natuurlijke vrede in onszelf ervaren. Dat klinkt soft, maar het vraagt ontzettend veel discipline en kracht om vanuit een dergelijke geest van liefde te handelen. We worden ertoe uitgenodigd om dat te doen. Door de witte zwaan, door andere mensen, door allerlei (lastige) situaties. Maar niets verplicht ons daartoe.

          Misschien zou het nog zo gek niet zijn dat met mensen die in een (hevig) onderling conflict zijn verwikkeld even wandelen naar de witte zwaan, er twintig minuten gedachteloos naar te kijken, en dan in die stille omgeving met elkaar in gesprek gaan, al of niet onder begeleiding van een bemiddelaar. Uiteraard zal niet iedereen dit willen of kunnen, en het zal ook niet bij iedereen werken. Maar het zou wel eens kunnen dat schijnbaar onoplosbare conflicten toch gedeblokkeerd kunnen worden. Doordat er helder naar gekeken kan worden. Doordat er met een zuivere intentie over gepraat kan worden. Mensen hoeven uiteraard niet letterlijk de tocht naar de witte zwaan te ondernemen. Het komt er op aan om midden in het conflict genoeg stilte toe te laten. Stilte die de betrokkenen in verbinding kan brengen met zichzelf en met de ander.

          Ik ben de witte zwaan nog altijd dankbaar voor haar stille, voedende aanwezigheid.


           

            Wandelen in het landschap van Meister Eckhart

            Wandelen in het landschap van Meister Eckhart

            Wandelen in het landschap van Meister Eckhart

            In deze tweedaagse workshop op 12 en 13 februari in Mechelen ga je in groep aan de slag met oefeningen uit ‘Het werk dat weer verbindt’, de krachtige ervaringsgerichte methodiek van Joanna Macy. Je ontwikkelt een meer bewuste verbinding met jezelf, met elkaar en met de natuur. Je (her)ontdekt je eigen talenten en hoe je die op een evenwichtige manier kunt inzetten bij vernieuwing en verandering. Je leert met andere ogen naar de wereld kijken en je betrokkenheid omzetten in concrete stappen.

              In deze tweedaagse workshop op 12 en 13 februari in Mechelen ga je in groep aan de slag met oefeningen uit ‘Het werk dat weer verbindt’, de krachtige ervaringsgerichte methodiek van Joanna Macy. Je ontwikkelt een meer bewuste verbinding met jezelf, met elkaar en met de natuur. Je (her)ontdekt je eigen talenten en hoe je die op een evenwichtige manier kunt inzetten bij vernieuwing en verandering. Je leert met andere ogen naar de wereld kijken en je betrokkenheid omzetten in concrete stappen.

                Your content goes here. Edit or remove this text inline or in the module Content settings. You can also style every aspect of this content in the module Design settings and even apply custom CSS to this text in the module Advanced settings.

                In deze tweedaagse workshop op 12 en 13 februari in Mechelen ga je in groep aan de slag met oefeningen uit ‘Het werk dat weer verbindt’, de krachtige ervaringsgerichte methodiek van Joanna Macy. Je ontwikkelt een meer bewuste verbinding met jezelf, met elkaar en met de natuur. Je (her)ontdekt je eigen talenten en hoe je die op een evenwichtige manier kunt inzetten bij vernieuwing en verandering. Je leert met andere ogen naar de wereld kijken en je betrokkenheid omzetten in concrete stappen.

                  Stiltefestival Turnhout 2024

                  Stiltefestival Turnhout 2024

                  Stiltefestival Turnhout 2024

                  In februari organiseerde Cultuurhuis De Warande in Turnhout een maand lang voorstellingen, installaties, workshops en lezingen met een focus op stilte, rust en geestelijke gezondheid. Stilte is essentieel en noodzakelijk in een overvolle wereld. Overprikkeling is geen aandoening die verholpen moet worden. Het is een signaal dat het evenwicht tussen actie en rust, tussen lawaai en stilte weer moet worden hersteld. Kristien Bonneure (VRT) blikt terug op de voorstelling Stiltemuseum van theatermaker Sanne Vanderbruggen: “In een wereld die vraagt om zo luid en zo zichtbaar mogelijk te zijn, is de kunst van het luisteren belangrijk”.

                    De Oorzaak — artikel van historica en technologieonderzoekster Karin Bijsterveld

                    De Oorzaak — artikel van historica en technologieonderzoekster Karin Bijsterveld

                    De Oorzaak — artikel van historica en technologieonderzoekster Karin Bijsterveld

                    Eind vorig jaar startte Universiteit Antwerpen met haar partners het grootste burgeronderzoek naar omgevingsgeluid in Vlaanderen ‘De Oorzaak’. Mediapartner De Morgen publiceerde intussen een boeiende reeks achtergrondartikels en interviews over het onderwerp.

                    Historica en technologieonderzoekster Karin Bijsterveld voorspelt in het jongste interview dat er over dertig jaar een enorm maatschappelijk debat over lawaaivervuiling zal losbarsten: “Waarom hebben we daar niet beter op gelet, zullen we ons afvragen.”

                      Acht vormen van stilte — Virginie Plateau

                      Acht vormen van stilte — Virginie Plateau

                      Acht vormen van stilte — Virginie Plateau

                      Stilte, we kennen het allemaal. Maar wat is stilte precies, en is het altijd hetzelfde? Virginie Platteau, freelance cultuurjournaliste, stiltebegeleider en bestuurder van Waerbeke, bespreekt 8 verschillende vormen van stilte in STILL magazine.

                      Recent onderzoek over impact & perceptie van stilte

                      Recent onderzoek over impact & perceptie van stilte

                      Recent onderzoek over impact & perceptie van stilte

                      Het tijdschrift STILL deed in september 2023, in samenwerking met  het onderzoeksbureau Indiville, bij 1606 lezers een onderzoek naar de impact en perceptie van stilte. De resultaten? STILL verzamelt deze in een compact dossier en beseft dat cijfers niet alles zeggen. Het tijdschrift staat ook stil bij de vraag wat stilte nu eigenlijk is? Minder decibels of minder prikkels? Iets positief of iets negatief? Nodig of beangstigend? En worden we er gevoeliger voor of net niet?

                        Stilte als diepte-ervaring

                        Stilte als diepte-ervaring

                        Op 11 november 2017 verscheen het tweede ‘Waerbeke Kleinood’: een essay over stilte waarin de Vlaamse filosoof Ulrich Libbrecht zijn reflecties en ervaringen met ons deelt. De aanleiding hiervoor was een ontmoeting met enkele medewerkers van Waerbeke; de realisatie ervan is uiteindelijk een geestelijk testament geworden. Het werd zijn laatste tekst, afgerond 6 weken voor zijn overlijden op 15 mei 2017.
                        Ulrich Libbrecht werd 89. Hij was hoogleraar sinologie en comparatieve filosofie en wist veel mensen te inspireren met een levensfilosofie waarin waardevolle inzichten uit Oost en West geïntegreerd werden. Ook stilte had hierin een belangrijke plaats. Vooral de taoïstische stilte-ervaring in de natuur en de diepte-ervaring uit de boeddhistische meditatiepraktijk toonden hem iets dat in onze eigen cultuur weinig aandacht kreeg, maar toch universeel was. Kenmerkend voor Libbrecht is dat hij deze ‘exotische’ praktijken en inzichten altijd bleef bekijken vanuit een nuchtere en kritische houding. Hij wou het rationeel kunnen duiden en begrijpen, maar bleef tegelijkertijd trouw aan het grote belang van de innerlijke ervaring. In zijn tekst over stilte voel je de condensatie van een diepzinnig leven. Het is een persoonlijke neerslag van zijn denken met de dood in het vooruitzicht. Het zette mij aan om in zijn werk op zoek te gaan naar de ideeën die hieraan voorafgegaan zijn, in het bijzonder die over stilte.

                        In het comparatieve werk van Ulrich Libbrecht bevindt de stilte zich hoofdzakelijk in het mystieke wereldbeeld. Mystiek is voor Libbrecht het gegrepen worden door het bestaansmysterie. De onvatbaarheid van het leven en de kosmos waarin we leven ontsnapt aan ons rationeel denken. Het is een ervaring waarvoor geen woorden zijn en in die betekenis is ze ‘stil’. Hij ziet dit innerlijk gegrepen worden door het Wonder waarin we leven als de kern waarrond religies zich gevormd hebben. De culturele context zorgt ervoor dat deze ervaring op een bepaalde manier bespreekbaar en hanteerbaar wordt. Hier ontstaan de symbolen waarvan een religie zich bedient om deze grondervaring te communiceren, op te roepen en eventueel beheersbaar te maken. Dit kan zo sterk ontwikkeld worden dat de woorden, de verhalen, de richtlijnen, de beelden en rituelen zo dominant worden dat ze de ervaring verdringen en vaak de aanleiding zijn voor religieuze conflicten. Een zentekst uit de achtste eeuw zegt dit heel treffend: “De bron is klaar en doorschijnend. Maar haar vertakkingen zijn duister en stromen overal.” Daarom stelt Libbrecht voor om terug te gaan naar de kernervaring, naar de bron, naar de stilte in en onder de vormen. Want “Er bestaat een hoger niveau, waar woorden kluisters worden en waar alleen de stilte de geëigende taal is. (Libbrecht, Met dank aan het leven, p. 158)

                        Libbrecht stelt voor om deze kernervaring op te zoeken in datgene wat voor iedereen en overal in de wereld beschikbaar is: de natuur. De natuur is niet alleen bos en zee, maar het ‘vanzelf-zo’. ‘Vanzelf-zo’ is de letterlijke betekenis van het Chinese woord voor natuur (自然). Het is datgene wat spontaan ontstaat en vergaat vanuit de wisselwerking met de totaliteit.

                        Hoe de abrikozen
                        heel diep het zonlicht drinken
                        in grote stilte.
                        — Otsuji

                        De stilte hier is geen akoestische stilte. Terwijl de abrikozen rijpen in het zonlicht, zullen misschien de blaadjes ritselen in de wind of zal er een vogel fluiten, maar het gebeurt allemaal woordeloos. De natuur ontwikkelt zich vanzelf vanuit een stille informatieoverdracht, zonder woorden, zonder theorieën – die stelt de mens nadien op –, zonder meningen. Dit vanzelf-zo is het belangrijkste wat er gebeurt: het is de manier waarop de aarde rond de zon draait, ons hart klopt, de foetus groeit in de moederschoot, de vruchten rijpen, … Stilstaan bij dit Wonder dat zich zonder ingreep van de mens vanzelf voltrekt, is de essentie van de taoïstische filosofie en spiritualiteit. Het zorgt voor een houding van niet-handelen (wu-wei 無為), van openheid, vertrouwen en tevredenheid met wat ons geschonken wordt.

                        Het diepteniveau van de stilte vindt Libbrecht terug in het boeddhistische wereldbeeld dat o.a. filosofisch heel helder uitgewerkt werd door de Japanse Kyoto-school. Kenmerkend voor de Japanse filosofie is het non-duale denken: niets is volledig afgescheiden of staat tegenover iets anders; ook het sacrale of het absolute is niet afgescheiden en buiten de wereld, maar valt ermee samen. Dus staat ook de stilte niet tegenover het geluid, maar is tegelijkertijd aanwezig. Een haiku van de Japanse dichter Basho roept deze ervaring op:

                        In volmaakte stilte
                        van een tempel
                        alleen het geluid van een krekel
                        dringt door tot de rotsen.

                        De mens creëert stilte door een tempel te bouwen waarin hij de stilte in zichzelf kan opzoeken. Toch is de zelden stille natuur er altijd in aanwezig: het leven gonst altijd verder. Zo is het ook in de meditatiepraktijk: onze open stille aandacht is de tempel waarbinnen de bewegingen van het leven zich afspelen: onze hartslag, onze ademhaling, onze gedachten en emoties. Vanuit het non-duale is er geen verzet tegen deze bewegingen. Deze totale overgave aan wat is maakt deel van de Grote Dood zoals door de Japanse filosoof Nishitani (1900-1990) beschreven. Dit gebeurt door de opheffing van de dualiteit tussen leven en dood. Uit de natuur blijkt dat er geen grens is tussen leven en dood: als we een zaadje planten, dan sterft dit af maar is tegelijkertijd het begin van de nieuwe plant. Waar is de grens tussen het zogenaamde dode zaad en de nieuwe levende plant? Energetisch is die er niet. De energie in het zaad – maar ook die van de aarde en de zon – zorgen ervoor dat het zaad transformeert in een nieuwe plant. Vormen sterven voortdurend af, maar het energetisch proces zet zich voortdurend voort, ook in de compostering. In Libbrechts werk is deze energie de stille kracht die in alles werkt en die het grote kosmische proces voortstuwt. “Het universum spreekt in stilte zijn eigen taal, want de diepere realiteit kent geen woorden. Ze is stilte.” (Libbrecht, Stilte, p. 7) Contact met deze stille kracht is contact met het absolute voor hem. Toch gebeurt dit altijd via vergankelijke vormen; pure informatieloze energie bestaat niet. Er is dus geen opsplitsing tussen de altijd aanwezige energie (die we kunnen zien als een stille stuwende aanwezigheid) en de vergankelijke en voortdurend bewegende vormen (lichamelijke en zintuiglijke prikkels, gedachten, …). Voor Nishitani (Religion and Nothingness) is de Grote Dood een ommekeer in het bewustzijn waarbij het ik dat altijd in het middelpunt stond, naar de achtergrond verdwijnt. Alles wordt gezien vanuit ‘het veld van de leegte’, vanuit de ‘pure ervaring’. Het voortdurend gevecht tegen het leven zoals het is, verdwijnt. Nishitani betrekt dit ook op het moderne leven. Het gaat er niet om dit moderne leven te ontvluchten, maar er vanuit het innerlijke stille open veld mee om te gaan.

                        Het belangrijkste hierbij is het opschorten van het denken. “Wat ik moet uitschakelen om de echte stilte te horen is het denken, want dit laatste reduceert de grond van de ervaring tot een verwoorde logica die de werkelijkheid verdringt en deze omzet in een beeld van de werkelijkheid.” (Libbrecht, Stilte, p. 12) Het gaat erom vanuit een innerlijk stil en open gewaarzijn, de dingen te zien zoals ze zijn. Dit werd door de Japanse filosoof Nishida (1870-1945) zeer helder beschreven in zijn An Inquiry into the Good. Vanuit zijn ervaring met zenmeditatie beschrijft hij deze vorm van bewustzijn als de ‘pure experience’. Het verwijst naar een ‘zuivere ervaring’ waarin subject en object nog niet gescheiden zijn; een staat waarin taal en woorden zich nog niet hebben losgemaakt uit de stilte. Het ‘zuivere’ verwijst naar een waarneming die (nog) niet door het denken is gecontamineerd. Het is het moment van de ervaring vooraleer we het benoemen, goed- of afkeuren, onderzoeken, enz. Het wordt ervaren als een staat van eenheid die voorafgaat aan, en aan de basis ligt van alle opposities die door het denken gecreëerd worden. Vanuit deze ervaring ontstaat het besef dat in de wereld de verschillen hun dominerende rol spelen, maar dat die in het licht van hun oorspronkelijke grond relatief zijn. Het gaat er dan ook om dit open gewaarzijn te ontwikkelen en van hieruit vrede, redelijkheid en onbaatzuchtigheid te laten ontstaan. De ‘pure experience’ is voor Nishida een onmiddellijke directe ervaring die zeer alledaags is, maar waar we (te) weinig aandacht aan schenken.

                        Libbrecht gebruikt een metafoor om dit non-duale uit te leggen. De werkelijkheid is als een oceaan waarvan wij slechts de golven waarnemen. Die verschijnen in de tijd en verdwijnen weer in de diepte van de oceaan. Het is het begin- en eindpunt van de wereld van de golven, onkenbaar maar wel fundamenteel. Dit absolute is niet afgescheiden maar in elke golf aanwezig. Er zijn geen golven los van de oceaan; er is geen oceaan zonder golven. Als we in de golf die we zijn afdalen, komen we in een diepte waar geen golven meer zijn. Daar is stilte, ruimte, eenheid. Daar ervaren we dat we geen afgescheiden individuen zijn, maar deel uitmaken van een grote kosmische energetische flux. Deze ervaring brengt een veranderd realiteitsbewustzijn voort: het bewustzijn dat alles in wezen een is. Zo interpreteert Libbrecht de boeddhistische verlichting. Moeten we ons hiervoor uit de realiteit terugtrekken? Neen, de diepte van de oceaan is overal aanwezig.

                        Het water in de groene beek is helder,
                        de maan boven de Koude Berg straalt wit.
                        ’k Weet zwijgend dat de geest zichzelf verlicht.
                        Ik schouw de Leegte. Rondom wordt het stil.
                        — Hanshan, Gedichten van de Koude Berg (vertaling Idema)

                        Op het einde van zijn leven schrijft Rilke: “Tenslotte gaat het er niet om dat men zichzelf overwint, maar dat men stil vanuit zo’n midden liefheeft, dat men ook nog rondom de nood en de woede, het zachte, liefdevolle voelt, dat ons tot het laatst omgeeft.” (Aus dem Nachlass, Widmungen) Rilke heeft het hier over het open midden tussen de dualiteiten. “Tussen het Ja en het Neen, tussen het Voor en het Tegen, vindt men aldus uitgestrekte ondergrondse ruimten waar de meest bedreigde mens in vrede zou kunnen leven.” (Marguerite Yourcenar, Het hermetisch zwart, p. 102) Is dit midden leeg? Neen, volgens Rilke is het vervuld van liefde, van het zachte, liefdevolle dat ons tot het laatst omgeeft. Deze vorm van liefde is ervaarbaar als men leeft vanuit het midden, zonder voor of tegen, zonder willen hebben of niet willen hebben: de meditatieve houding van innerlijke stilte: van niet grijpen, niet begrijpen, niet ingrijpen. Is dit altijd mogelijk? Wellicht niet. Maar het is de stilte in de diepte van de oceaan onder het onrustige geklots van de golven. De stilte diep in onszelf waarin we kunnen geworteld zijn, die altijd als een onderstroom onder de heftigheid van de golven aanwezig kan zijn en waar we altijd naartoe kunnen. Vanuit die innerlijke stilte gebeurt er een transformatie, door Libbrecht als volgt verwoord: “Innerlijk wordt men dan ook zachtmoedig, verdraagzaam, ontroerbaar, mededogend. Men laat het grote woord aan de anderen over, men spreekt de theoretici niet tegen, men beoefent de enige mystieke taal: die van de stilte. Men leeft in het besef dat al dat gepraat weinig bijdraagt tot de ervaring van het Mysterie. Maar overal waar men komt, voegt men aan de samenleving een surplus d’amour toe.” (Ulrich Libbrecht, Is God dood? Zoektocht naar de kern van de spiritualiteit, p. 69-70)

                        Het is dit surplus d’amour dat nawerkt in de stilte, als de vormen verdwijnen of van geen tel meer zijn. Het is de stille medemenselijkheid, de stille ontroering als het hart zich opent, de stille dankbaarheid voor het Wonder waar we deel van uitmaken.

                        Festival s t i l  in Turnhout van 7 tot 26 februari ’24

                        Festival s t i l  in Turnhout van 7 tot 26 februari ’24

                        Festival s t i l  in Turnhout van 7 tot 26 februari ’24

                        Met  s  t  i  l  organiseert Cultuurhuis De Warande (Turnhout) in februari 2024 een maand lang voorstellingen, installaties, workshops en lezingen met een focus op stilte, rust en geestelijke gezondheid. Stilte is essentieel en noodzakelijk in een overvolle wereld. Overprikkeling is geen aandoening die verholpen moet worden. Het is een signaal dat het evenwicht tussen actie en rust, tussen lawaai en stilte weer moet worden hersteld.