Waerbeke Podcast 5 • Danny Wildemeersch • Stilte als publieke zaak

Waerbeke Podcast 5 • Danny Wildemeersch • Stilte als publieke zaak

Waerbeke Podcast 5 • Danny Wildemeersch • Stilte als publieke zaak

Zijn stiltezoekers individualisten of wereldverbeteraars? Is stilte iets voor de mens of voor de maatschappij? En wat is de taak van een stiltebeweging als Waerbeke in de samenleving? Hierover gaat Kristien Bonneure in gesprek met Danny Wildemeersch, emeritus hoogleraar pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven en tevens auteur van het boek ‘Grensverleggers. Over kwesties die ons verdelen’ (Garant, 2018).

Waerbeke Podcast 11 • Jan Mertens • Stilte en klimaatverandering

Waerbeke Podcast 11 • Jan Mertens • Stilte en klimaatverandering

Waerbeke Podcast 11 • Jan Mertens • Stilte en klimaatverandering

Wat vermag stilte tegen de klimaatverandering? Jan Mertens denkt daarover na en schrijft het ook op. Hij is beleidsmedewerker bij de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, columnist bij Mo Magazine, en ook voor de stiltebeweging Waerbeke schrijft hij columns. Een gesprek op de zolder van het Waerbekehuis.

Waerbeke Podcast 13 • Martin Ruebens • Stilte voor een innovatieve overheid

Waerbeke Podcast 13 • Martin Ruebens • Stilte voor een innovatieve overheid

Waerbeke Podcast 13 • Martin Ruebens • Stilte voor een innovatieve overheid

Kristien Bonneure gaat in gesprek met Martin Ruebens, tot voor kort secretaris-generaal van het departement kanselarij en bestuur en op dit moment projectleider van het nieuwe platform ‘Innovatief beleid’ van de Vlaamse overheid. Innerlijke stilte is voor hem een noodzakelijke voorwaarde voor een andere manier van werken en samenwerken in organisaties. Hij pleit voor een betrokken overheid die zich inzet voor een warme samenleving. Hierbij staat voor hem de kracht van dialoog over maatschappelijke uitdagingen met alle betrokken partijen (burgers, organisaties, bedrijven) centraal. Vaardigheden zoals onbevangen luisteren zijn belangrijk om te komen tot echte co-creatie. De ambtenaar is niet langer enkel een civil servant maar evolueert naar een civil entrepreneur. Het komt erop aan te durven vernieuwende dingen uit te proberen die voortkomen uit de dialoog.

Waerbeke Podcast 14 • Peter Vermeersch • Stilte in het veldwerk

Waerbeke Podcast 14 • Peter Vermeersch • Stilte in het veldwerk

Waerbeke Podcast 14 • Peter Vermeersch • Stilte in het veldwerk

Kristien Bonneure in gesprek met Peter Vermeersch, hoogleraar aan de KULeuven en non-fictie auteur (Ex en Aantekeningen bij een moord). Peter deed voor zijn boeken veldwerk in Oost-Europa. Stilte was nodig om te kunnen schrijven maar ook om authentiek contact te maken met burgers en machthebbers in een gebied in volle transformatie waar de nasleep van een conflict zich nog laat voelen en bevolkingsgroepen op gespannen voet leven.

NMBS start met stiltecoupés

NMBS start met stiltecoupés

NMBS start met stiltecoupés

Al vele jaren pleit Waerbeke voor een ruimer aanbod van stiltefaciliteiten in de openbare ruimte, zoals stiltegebieden, luwte-oases, stille ruimtes… Ook stiltewagons op onze spoorwegen horen in deze rij. Het gaat om treincoupés die bestemd zijn voor reizigers die stilte willen, bijvoorbeeld om te lezen, te werken of tot rust te komen. Bij onze noorderburen zijn stiltecoupés al lang een vast onderdeel van het spooraanbod. Recent maakte onze NMBS bekend werk te maken van de introductie van stiltecoupés onder de vorm van een testproject. Hopelijk mag dit nieuwe initiatief ook bij ons op veel bijval rekenen!

Tien jaar geleden al (!) kon je dit pleidooi van prof. Marc Hooghe (KULeuven) lezen.

Lees meer over stiltecoupés in het artikel in De Morgen en in De Standaard.

Twee decennia stiltegebieden  — artikel

Twee decennia stiltegebieden  — artikel

Twee decennia stiltegebieden  — artikel

“Stiltegebieden geven een extra dimensie aan de beleving van de omgeving en het landschap, bieden een antwoord op de vraag naar rust en stilte van bewoners en bezoekers, en vormen een waardevol en bio-divers patrimonium voor de toekomstige generaties.” 

Twintig jaar geleden was het pilootproject Dender-Mark het eerste stiltegebied in Vlaanderen. Intussen zijn er tien erkende stiltegebieden, ontving Dender-Mark de internationale Urban Quiet Park Award en zet de Vlaamse overheid in op luwte-oases. Freelance journaliste Colette Demil gidst je door het stiltelandschap.

Lees het volledige artikel in Foliomagazines

Quiet Near Me  — nieuw initiatief

Quiet Near Me  — nieuw initiatief

Quiet Near Me  — nieuw initiatief

Vanuit het verlangen snel en eenvoudig stilte en rust te vinden in de drukte van de stad, lanceerde Sigrid Viaene, filosofe en IT-specialiste uit het Leuvense, onlangs een eenvoudige website die stille plekken in steden wereldwijd letterlijk op de kaart wil zetten. Quiet Near Me zit nog in de opstartfase. Je kan de website helpen groeien door jouw favoriete stille plekken in te geven.

Scheldevallei tranquillizer  —  Stiltekuur

Scheldevallei tranquillizer  —  Stiltekuur

Scheldevallei tranquillizer  —  Stiltekuur

Een stiltekuur als een heilzaam medicijn voor hart en ziel. Dit kleinood ziet er uit als een medicijndoosje mét bijsluiter. Het bevat een uitgelezen boeket aan unieke korte wandelingen naar bijzondere plekken in kandidaat Nationaal Park Scheldevallei (tussen Gent en Antwerpen). 

Fotograaf Philip Boël, beeldend kunstenaar Loes De Gendt, dichter Roland Jooris en filosoof Johan Braeckman proefden elke plek voor en gaven hun ervaringen artistiek vorm.

Beperkte oplage en niet te koop. Gratis verkrijgbaar in het Bronhuis Dender-Mark.

Lees meer

Stilte in de klas — nieuw boek

Stilte in de klas — nieuw boek

Stilte in de klas — nieuw boek

“De artistieke benadering kan inspi­ratie bieden voor een pedagogische kijk op stilte in de klas en op school. Niet om kinderen op een auto­ritaire manier in het gareel te houden, wel om hen op een activerende manier te bevrijden. Stilte kan het onderwerp worden van gesprekken en oefeningen. Leerkrachten en leerlingen kunnen samen overlopen hoe stilte in hun school en klas aan bod komt en hoe ze er zelf verder mee aan de slag willen gaan.”

Binnenkort verschijnt het boek Stilte in de klas: een geschiedenis van de pedagogische omgang met stilte op school van academicus Pieter Verstraete. Aan de hand van niet eerder ontgonnen archiefmateriaal verkent hij hierin de geschiedenis van de pedagogische betekenis van stilte. 

Je kan het boek gratis downloaden. Lees een artikel over het boek in De Standaard.

Tussen rust en rusteloosheid

Tussen rust en rusteloosheid

  1. Inleiding

Wij leven in een onrustige tijd en een verontrustende wereld. Kunnen we wel ooit tot echte rust komen? Onze wereld is in voortdurende beweging en is erg luidruchtig; van alle kanten worden we bestookt door berichten en boodschappen, door tekens en teksten, door beelden en prikkels die onze aandacht opeisen. Het kost moeite om ons daaraan te onttrekken door in onszelf rust te vinden, door dus afstand te nemen tot de buitenwereld en los te komen van de beslommeringen en zorgen van alledag.

Dit vermogen om zich in zichzelf terug te trekken door een zekere afstand te nemen tot de buitenwereld en het heden is waarschijnlijk typisch menselijk. Het veronderstelt immers een hiaat tussen aandrang en neiging, en anderzijds reactie, handeling, activiteit. Als mens kunnen we de tijd nemen door reacties even uit te stellen tot we onze keuze hebben gemaakt, tot we hebben nagedacht. In die zin vallen we nooit helemaal samen met onszelf, zit er in ons een negatief moment. Daarom is de mens wel de ‘nee-zegger tegen het leven’ genoemd (Scheler). Dat negatieve moment in onszelf is een belangrijk antropologisch kenmerk, een ‘antropinon’. Het vermogen tot het nemen van afstand, het onderhouden van een zeker voorbehoud, zowel tegenover de buitenwereld als tegenover onszelf, is een voorrecht maar ook een last voor ons.

Op de keper beschouwd, veronderstelt ook het filosoferen dit negatieve: het is bij uitstek de methodische uitoefening van het afstand nemen en voorbehoud bewaren, de cultivering dus van het uitstel, het hiaat die het onderscheidende van Homo Sapiens vormt. Filosofie verkent immers de mogelijkheden om zichzelf en de wereld tot object van beschouwing te nemen, om te vragen en te twijfelen. Ze is mogelijk en nodig omdat de mens nooit met zichzelf samenvalt, maar steeds op zoek is naar zichzelf en de werkelijkheid als geheel. Ze wordt voortgedreven door een chronische rusteloosheid, een diepe, ‘metafysische’ onrust omdat een bestaan dat zich niet van zijn principes en fundamenten bewust is, niet echt de moeite van het leven waard is. Maar de paradox is dat ze er anderzijds naar streeft om wel degelijk tot rust te komen dankzij een veelomvattend inzicht in de werkelijkheid en onze plaats erin, dus tot wijsheid. Het is alleen de vraag of dit wel mogelijk is, gegeven onze hedendaagse onrust en misschien ook de verontrustende ontwikkelingen van deze tijd. Moeten we wellicht toch berusten in een onvermijdelijke rusteloosheid? Dit is de vraag die ik me vandaag wil stellen en waartoe ik hier enkele verkennende excursies wil maken.

  1. Engagement en revolte

Er bestaan redenen om het onwenselijk te achten dat we ons in onszelf – ons innerlijk – terugtrekken om rust te vinden. De wereld – ik bedoel hier: de mensenwereld, de samenleving, de maatschappelijke en politieke situatie – kan onze ergernis en verontwaardiging oproepen wanneer we denken aan het onrecht dat heerst, de ongelijkheid, de gewelddadigheid jegens bepaalde mensen en groepen, xenofobie, nationalisme en racisme, kortzichtigheid en egoïsme. Zijn we niet moreel verplicht om ons in te zetten voor een betere wereld, een wereld zonder oorlog en geweld, zonder discriminatie en uitbuiting enz.? Moet ik me dus niet maatschappelijk en politiek engageren, dus keuzes maken en me niet terugtrekken in zelfgenoegzaamheid? Mijn potentiële innerlijke rust opgeven en beseffen dat filosofie niet mag volstaan met louter zelfbezinning en zelfinkeer, maar kan en moet leiden tot verzet, zelfs tot revolte en revolutie?
In plaats van het bekende ‘Cogito ergo sum’ van Descartes zou ik dan moeten stellen: ‘Ik kom in opstand, dus ik besta’, of nog beter: ‘Ik revolteer, dus we gaan samen de maatschappij veranderen’. Ik herinner aan de bekende uitspraak van Marx dat ‘de filosofen de wereld verschillend hebben geïnterpreteerd’, maar dat het er nu op aankomt ‘haar te veranderen’. Dit wil zeggen: de filosofie kan zich pas verwerkelijken door zichzelf op te heffen (als ‘slechts’ theorie). Het is duidelijk dat ook en juist dit het vermogen tot negatie vooronderstelt waartoe de mens in staat is, maar dan begrepen als daadwerkelijke verandering van het bestaande (en niet alleen als het in gedachten afstand nemen tot die situatie). De mens ontdekt zijn echte wezen pas in en door revolte en revolutie (cfr. Camus!). Daarom moet de ware filosoof een revolutionair worden. En hij/zij kan pas ooit tot rust komen, wanneer en nadat een ideale maatschappij is gerealiseerd waar onrecht en uitbuiting tot het verleden behoren.
Dankzij de recente geschiedenis zijn we ons ervan bewust geworden wat de gevaren zijn van deze zelfopheffing van de filosofie, want de Franse en Russische Revoluties zijn beide uitgelopen op onderdrukking en terreur. We kennen nu, na de dramatische geschiedenis van de laatste twee eeuwen, het grote gevaar van elk idealisme en utopisme omdat concrete mensen en toestanden worden opgeheven en opgeofferd aan de zuiverheid en perfectie van een utopisch en politiek project. Het realiseren van de ideale maatschappij leidt tot dogmatisme en een soort inquisitie, de opvolger van die onder het Christendom ageerde. De revolutionaire uitvoerders van het marxisme of historisch materialisme legitimeerden hun positie omdat ze claimden dat het de belichaming zou zijn van de onafwendbare beweging van de geschiedenis zelf, van de historische wetmatigheid dus. In naam van de historische noodzaak en de revolutionaire rede zijn miljoenen mensen vermoord, verdreven en anderszins onderdrukt. Achteraf mogen we zeggen, denk ik, dat één van de beslissende factoren bij dit gebeuren gelegen is in de idee of waanidee van een ‘voltooiing van de geschiedenis’ die uiteindelijk tot rust komt in een klasseloze maatschappij zonder uitbuiting van de ene mens door de andere. Een nobel ideaal met desondanks fatale implicaties waarvan de bron deels is gelegen in Hegels filosofie. Hegel heeft immers het proces van de zelfbewustwording van de menselijke geest doordacht dat uitkomt op een absoluut moment, een voltooiing waarbij de menselijke geest inzicht verwerft in wat de werkelijkheid beweegt en zijn plaats hierin doorziet; zichzelf geniet in een zelfaanschouwing. Marx heeft dit in een materialistische zin omgeduid, namelijk dat de mensheid zichzelf ontmoet in een wereld die ze daadwerkelijk tot stand heeft gebracht dankzij haar verenigde arbeid. In beide gevallen zou de geschiedenis zijn voltooid. En beide denkers pretenderen in hun filosofie een soort absolutum te hebben bereikt.

  1. Terug naar het individu

In het licht van het voorafgaande concludeer ik dat de zelfopheffing van de filosofie in de politieke praxis levensgevaarlijk is gebleken. Het revolutionaire project liquideerde immers de privé-ruimte van het individu (als een burgerlijk residu). Het bracht met zich mee het offer van het vrije intellect, van het vrij denkende individu in dienst van het gezamenlijke project van de uitvoering van de ‘historische noodzaak’. Een kritische intellectueel was – en is – zeer verdacht voor elke dictatuur zoals destijds de communistische van de Sovjetunie. Ik concludeer daarom dat een filosoof/intellectueel zich nooit zonder reserves en voorbehoud mag uitleveren aan enig politiek en/of utopisch project, maar dat het tot zijn/haar opdracht behoort een kritische afstand te houden. Met andere woorden: ik kom weer terug bij het belang van het zich, op zichzelf bezinnende individu, dus van een privé-ruimte, een innerlijkheid die niet mag zwichten voor de macht van de staat, van enig dogmatisme en orthodoxie, ook al pretendeert die de uitdrukking te zijn van het Goede en Ideale en van de onvermijdelijke loop van de geschiedenis.

Wanneer ik hier een lans wil breken voor het kritische en autonome individu dat zich nooit mag vereenzelvigen met welke politieke en maatschappelijke project en totaliteit dan ook, ontkom ik er niet aan om een bepaalde verschijningsvorm van het individu af te wijzen. We leven in een tijd van groot individualisme, in een maatschappij die een diepgaand proces van individualisering heeft doorgemaakt dat samenhangt met haar economie en technologie. Meer en meer zijn we ‘eenlingen’ geworden die als eenlingen produceren en consumeren en in hoge mate zich hebben losgemaakt van de banden van familie, gemeenschap, volk en traditie. Elkeen volgt zoveel mogelijk de bevrediging van zijn of haar behoeften op de ‘markt van het leven’, die meer en meer een wereldmarkt is geworden. Daarbij hebben we de overtuiging dat we uniek zijn, helemaal ‘onszelf’ zijn, dus ook de ontwerper en uitvoerder van ons eigen leven in een hoge mate van autonomie.
Maar het is mijns insziens de vraag of we wel zo autonoom zijn als we denken, in het licht namelijk van de massieve en vaak verborgen druk die op ons allen wordt uitgeoefend door de voortdurende technologische innovaties en dus de moderne apparaten die ons beïnvloeden, door de macht van de economische structuren, dus van markt, commercie, geld en vooral ook van mode en reclame, dat propaganda-middel van het laat-kapitalisme. Van al deze instanties en tendensen gaat een massieve druk en dwang uit ter uniformering die op allerlei, veelal heimelijke en verborgen manieren erin slaagt ons individualisme om te buigen tot een uniformisme en conventionalisme. Zodat – paradoxaal genoeg – de massamaatschappij toch kan samengaan met een ogenschijnlijk individualisme en de massamens desondanks de illusie heeft uniek te zijn.

  1. Het authentieke individu

In mijn ogen is het dus nodig om op zoek te gaan naar het echte, authentieke individu. Dus iemand die werkelijk min of meer autonoom is, zoveel mogelijk onafhankelijk van wat de consumptiemaatschappij ons voortdurend opdringt. Dus iemand die bestand is tegen het onophoudelijk gezwets en gepraat van reclame en de media, van amusement en vertier, van modes en stromingen. Die het bovendien aandurft om niet voortdurend ‘online’, ‘connected’ te zijn met anderen, met de wereld. Ik stel dat zelfs een zekere afzondering en dus eenzaamheid, alleen-zijn, vereist is voor authenticiteit. Dit in contrast tot hetgeen van het massa-individu wordt verwacht: dat het zijn privé-leven, zijn innerlijkheid zoveel mogelijk in het openbaar toont, dat het transparant is, dat het aan ‘emotioneel exhibitionisme’ doet. Met een mobieltje, met een smartphone, met facebook zijn we nooit meer alleen, maar steeds bereikbaar, aangesloten op een wereldwijd netwerk, openstaand voor alle invloeden van de massamaatschappij, waaronder haar reclameslogans. Dankzij de modernste apparaten en uitvindingen worden we bijna permanent omringd en beïnvloed door allerlei prikkels, door gepraat en gedruis. Geen wonder dat we overbelast en soms overspannen worden, dat we nooit ‘tijd’ hebben, dat we door onrust, jachtigheid en het hoge tempo van leven en werk zelden meer echt tot rust komen, zelfs nauwelijks tijdens onze vakanties.

Na een omweg ben ik dus teruggekomen op de wenselijkheid van rust temidden van de onrust van onze tijd. Want onze samenleving bevordert structureel onrust en rusteloosheid. Daardoor gaat het vermogen om zich te concentreren bij veel mensen sterk achteruit, want hun aandacht wordt voortdurend afgeleid en verstrooid, een chronische kwaal in de (laat)moderne maatschappij. Vandaar dat het laatste decennium een beweging is opgekomen die pleit voor ‘mindfullness’ als tegenwicht en therapie tegen deze verstrooiing en het gebrek aan aandacht. Ik moet dan denken aan de utopie die Aldous Huxley heeft geschreven, niet Brave New World – zijn anti-utopie –, maar Island. Daarin komt iemand terecht op een afgelegen eiland waar een vogel – papegaai, beo – rondvliegt die voortdurend roept: ‘attention, attention, please’. Op dit eiland is een min of meer ideale samenleving gecreëerd die sterk door het boeddhisme is geïnspireerd, waarin – zoals we weten – dit vermogen van het hebben van aandacht voor het hier en nu, in hoge mate is ontwikkeld.

Met andere woorden: om een authentiek individu te zijn, is vereist dat men zich in zijn/haar innerlijkheid kan terugtrekken, dat men in staat is tot een zekere afzondering en eenzaamheid. Een afzondering die niet inhoudt dat men zich, als een heremiet, volledig afsnijdt van omgang met andere mensen, maar dat men voldoende ruimte en rust inbouwt om zichzelf te zijn en afstand te nemen van wat ‘men’ doet en denkt, tot de vele vormen van beïnvloeding door de omgeving van de technisch-kapitalistische maatschappij. De helden van onze tijd – de ‘celebrities’ en de VIP’s – gedijen erg goed in de wereld van consumptie, commercie en amusement. Ze zijn de producten van de passies van de consumptiemaatschappij, ze bezitten een persoonlijkheid en een innerlijk die transparant en publiek zijn geworden en waaraan velen zich vergapen en waarmee ze zich kunnen identificeren.

In mijn ogen zijn dit geen authentieke individuen; ze vertegenwoordigen bij uitstek de vervreemding van het massa-individu in onze tijd. Deze ‘celebrities’ staan in tegenstelling tot de pregnante persoonlijkheid die ik op het oog heb, mensen van het kaliber van Socrates, Lao Tse, Marcus Aurelius, Jezus, Boeddha, Augustinus, Thoreau, Gandhi, Schweitzer, Kierkegaard, Nietzsche, Camus, Thich Nhat Hanh en anderen. Een dergelijke persoonlijkheid vindt een zeker rustpunt in zichzelf en is in hoge mate onafhankelijk – autonoom dus – van de maatschappelijke invloeden om hen heen. Ze volgen een soort innerlijk kompas – een ‘daimon’ noemde Socrates het – die hen leidt en oriënteert in hun leven. Ze hebben dus een spirituele bron in zichzelf, het zijn eenlingen die desondanks andere mensen kunnen inspireren en voorgaan. Want solitair-zijn en solidair-zijn sluiten elkaar geenszins uit.

Hoewel deze individuen een geestelijk centrum in zichzelf vinden en om die reden zelfgenoegzaam zijn, zijn ze niet zelfingenomen in die zin dat ze pretenderen volstrekt autonoom, de gelijken van God te zijn. De paradox is dat ze zich deel weten van een omvattender werkelijkheid waarop ze betrokken zijn en waardoor ze zich gedragen weten. Dit kan de christelijke, dus persoonlijke God zijn, het kan evenzeer een onpersoonlijk Lot of Fatum zijn dat de wereld beheerst, of een Kosmische Orde of Levensstroom die hen voedt, of ten slotte de Geschiedenis, met name de Vooruitgang van de menselijke soort naar steeds groter eenheid, vrijheid en menselijkheid. Het besef om deel te hebben aan een omvattender totaliteit, erdoor gevoed en gedragen te worden, kan zich voordoen in de vorm van een plotselinge en ingrijpende wending in hun leven, een soort mystieke ervaring van eenwording, een grenservaring in hun bestaan die zo’n persoonlijkheid voortaan de rust geeft en het vertrouwen om stand te houden ten overstaan van de wisselvalligheden van het bestaan, tegenover ongeluk en tegenslag, oorlog en ellende, pijn en onrecht.

  1. Voorlopigheid

Ik noemde de christelijke God als een van de invullingen van die diepe, omvattende werkelijkheid waarop zo iemand zich kan betrokken voelen en waarin hij/zij een rustpunt vindt – zoals Augustinus het heeft uitgedrukt: ‘Mijn ziel is onrustig totdat hij zijn rust vindt in U’. In dit geval vindt men een rustpunt en steunpunt in een als absoluut ervaren instantie en doet de altijd twijfelende rede er ten slotte het zwijgen toe. Want men heeft ervoor gekozen te gelovenen overschrijdt dus de grens van het domein van de rationaliteit. Nu is er een brede schemerzone tussen religie en wijsbegeerte waarop ik hier niet verder wil ingaan.

Ik beperk me ertoe erop te wijzen dat de filosofie van de laatste twee eeuwen erg terughoudend is geworden om zich op een of andere manier te oriënteren op absoluta van welke soort dan ook. Men heeft meer en meer afstand genomen ten opzichte van de ambities en pretenties van de grote systemen van vroeger (Hegel!) die pretendeerden te weten wat de wereld ten diepste zou bewegen, die het wezen der dingen ter sprake wilden brengen, die uitkwamen op uitspraken omtrent de totaliteit. Kortom, men is voorzichtiger en bescheidener geworden, men heeft gebroken met de zelfoverschatting van de rede en is inmiddels doordrongen van de ontoereikendheid, onvolledigheid en voorlopigheid van al onze kennis. Maar als je niet meer – zoals ikzelf – je kunt of wilt overgeven aan de vermeende zekerheden van geloof en religie waarin je rust en steun kunt vinden, wat blijft er dan nog over?

  1. Afsluiting

Op het einde van mijn voordracht kom ik terug op de vraag die ik (me) in het begin stelde: kunnen we wel tot rust komen in een onrustige tijd en een verontrustende wereld? Ik vat ten slotte mijn eigen standpunt hierover samen en ik begin met te stellen dat we in ieder geval trouw moeten blijven aan de metafysische onrust die elk wijsgerig vragen en zoeken in de diepte drijft, maar tegelijkertijd genoegen moeten nemen met de voorlopigheid en betrekkelijkheid van al onze kennis. Daarin kan onze wijsheid bestaan. Anders dan in de godsdienst moeten we ermee leren leven dat we vragen hebben waarop geen definitief antwoord bestaat, dat we dus een verlangen hebben waarvoor geen vervulling is, kortom: dat we moeten leven met wat ik zou noemen een wereldbeschouwelijke ascese.

Dat we deze fundamentele onrust moeten accepteren, hoeft geenszins afbreuk te doen aan onze betrokkenheid bij de buitenwereld, bij al datgene wat onze ergernis, onze verontwaardiging en verontrusting kan opwekken. We kunnen doorgaan ons te engageren in allerlei maatschappelijke en politieke kwesties, een standpunt kiezen in belangrijke kwesties van onze nogal getourmenteerde tijd. En we zouden dat idealiter kunnen doen zonder ons uit te leveren aan enige partij, utopie of systeem, en bovendien vanuit de kracht van een innerlijke rust en een zekere gelijkmoedigheid, hoe moeilijk dit ook moge zijn. We zouden moeten streven naar onverstoorbaarheid zonder onverschilligheid, laat staan cynisme. Op dit vlak kunnen we ons laten inspireren door zowel het stoïcisme als het (zen)boeddhisme (trouwens een mooi voorbeeld van de convergentie in twee verschillende culturele tradities tot een enigszins vergelijkbare positie!). Die onverstoorbaarheid en sereniteit houden in dat we onze verwachtingen niet te hoog moeten spannen en bovendien dat we ons niet moeten hechten aan de vruchten van onze inspanningen, een inderdaad moeilijke opgave die een grote innerlijke rust en moed vereisen. In mijn opvatting kan filosofie op die manier bijdragen tot een zekere sereniteit op basis van diepe onrust, tot luciditeit zonder illusies nadat de valse absolutaen onze idolen zijn ontmaskerd.

(deze tekst lag tevens aan de basis van de lezing op het Feest van de Filosofie, Leuven, STUK, 1 april 2017)

 


 

    Over het opzoeken van stilte

    Over het opzoeken van stilte

    Dansen is bewegen. We bewegen allemaal. Heel de wereld beweegt, en dat is maar goed ook. Bewegen doet ons vooruitgaan. Maar het dansen en bewegen gaat alsmaar sneller, met steeds meer mensen en steeds meer lawaai: gonzende activiteit. Overal is er ruis. Overal is de ratrace gaande. Alles wordt op elkaar gedrukt. Drukte dus. En dus ook druk. Het lijkt ook of er altijd tijd te kort is. Heb je soms ook die indruk?
    Stilte is een heel schaars goed geworden. Waar is het nog stil? Alles wordt van een soundtrack voorzien. Is stilte dan gevaarlijk? Vaak heb ik zelfs de indruk dat mensen niet meer met stilte om kunnen gaan. Waarom hunkert men zo naar vol? Waarom elk gaatje inkleuren? Mag het niet leeg? Is stilte dan zo ongemakkelijk? En als ze ongemakkelijk is, is dat dan geen teken dat er iets niet in evenwicht is? Als ik naar mijn eigen proces kijk, was stilte voor mij vroeger eerder iets ongemakkelijks. Ik huiverde ervoor om alleen te zijn. Juist door te oefenen in stilte, heb ik die voor mezelf leren accepteren en zelfs waarderen.

    Een bewuste keuze

    Soms kan het heel nuttig zijn om even bij de dingen stil te staan, om even afstand te nemen van de drukte om je heen en weer aansluiting te vinden bij je ‘zelf ’: bewust even de pauzeknop indrukken. Ik voeg het woord bewust hier graag toe, omdat het anders toch niet gebeurt. De agenda loopt altijd wel vol, als je dat toelaat. Ik heb het af en toe echt nodig, nog veel meer dan ik zelf soms toegeef: de stilte opzoeken om echt bij de dingen om me heen stil te kunnen staan, ze volledig in me op te kunnen nemen en mijn eigen ritme te zoeken.

    De laatste jaren ben ik gaan beseffen hoe hard ik soms de stilte nodig heb. Ik wandel veel. Vaak urenlang met iemand naast mij zonder een woord te zeggen. In stilte. Dat zijn best prettige gesprekken. Het beste in communicatie is horen wat er niet gezegd wordt. Met elkaar communiceren is meer dan woorden op elkaar afvuren. Het durven inbouwen van stilte in een gesprek kun je leren: door bewust niet te praten, door met regelmaat de stilte op te zoeken en de kracht ervan zelf te ervaren.

    Om de zes weken plan ik een dag totale stilte. Ik zoek de afzondering op stilteplekken. Soms doe ik dat ook voor een langere periode van enkele dagen. Ik zonder me dan af om nieuwe zuurstof op te doen, soms helemaal alleen, soms samen met anderen. Samen de stilte dragen in een strak monnikenbestaan geeft binding: drie kwartier zitmeditatie, drie kwartier wandelmeditatie, drie kwartier zitmeditatie, drie kwartier wandelmeditatie, van ’s morgens zes tot ’s avonds tien uur. Fysiek en mentaal zwaar maar, zo blijkt achteraf, o zo verfrissend.

    Ik doe het ook vaak na een vergadering, om de overgang naar een volgende vergadering te kunnen maken. Dan las ik bewust wat tussentijd in. Ik zonder me even af op mijn kantoor. De energie laten stromen, alles losschudden, me bewust worden van mijn eigen lichaam. In drukke tijden kan dat me echt helpen. Een kwartier volstaat meestal al om alles weer helder te zien. Ik wil mensen bezielen, maar dat kan pas als ik zelf tot rust kan komen.

    In drie stappen naar stilte

    Stilte heeft niet alleen te maken met de ‘afwezigheid van geluid’. Het gaat ook over ‘stilstaan’. Het is zo belangrijk dat je af en toe uit het systeem stapt en afstand neemt, er even tussenuit knijpt, dat je de handeling waarmee je bezig bent onderbreekt. Björn Prins, ik noem hem mijn stiltecoach, heeft in zijn boek Mindful@Work het proces beschreven dat je in stilte tot jezelf kan brengen (Prins, 2010). Dat proces bestaat uit drie stappen: stoppen-landen-kijken.

    Stoppen betekent dat je de stresshouding van de doe-modus waarin 
je je elke dag onbewust bevindt, waarin je slaaf bent van jezelf en je omgeving, bewust op een milde manier doorbreekt. Dat doorbreken is een noodzakelijke stap om tot reflectie te komen. Björn Prins: ‘Op het moment dat je deze eerste stap zet, zit je niet meer in de drukte of de stress, maar observeer je de drukte of de stress. Dat is al een wereld van verschil. Het is belangrijk dat je in deze fase niets moet veranderen of aanpassen aan de werkelijkheid buiten jou. Dit is gewoon de oversteek van doen naar zijn. Daarmee zet je de tweede stap in werking.’

    De tweede stap omvat het landen in het nu-moment. Björn Prins: ‘Het is het observeren en het ontspannen van het lichaam. Aandacht geven aan het lichaam impliceert altijd dat je hier-en-nu bent. Je lichaam bevindt zich nooit in het verleden noch in de toekomst. Landen betekent verder dat je je gezicht en je kaken ontspant, je schouders laat hangen, je handen in je schoot legt en een oefening doet waarbij je je bijvoorbeeld concentreert op de bewegingen van je buik. Het is niet de bedoeling dat je stopt met denken of dat je met een vingerknip zou gaan ontspannen. Het is wel een uitnodiging om je lichaam de nodige ontspanning te geven … Je laat de dingen zijn zoals ze willen zijn, niet noodzakelijkerwijs zoals jij wilt dat ze zijn.’

    Als derde stap ga je naar jezelf kijken, jezelf gewaarworden. Björn Prins: ‘Je laat toe wat er is. Wat er ook speelt in je gedachten, laat het toe. Noteer het mentaal als “denken, denken …”. Als er emoties zijn, laat deze dan evengoed toe. Je hoeft ze niet te veranderen. Je kunt ze gemakkelijk innerlijk opmerken. Alsof je in je eigen wereldje begint rond te kijken … Registreer zaken als vermoeidheid, zwaarte, druk of pijn, zonder meer. Zijn er geluiden? Oké, prima, merk ze gewoon op. Ervaar je de geluiden als storend, mooi, dan kun je meteen aan de slag gaan met het opmerken van irritatie …’

    Veel mensen met een hectisch beroepsleven durven het niet aan om eens te stoppen, te landen en te kijken, onder meer omdat ze denken dat ze dan niet productief en efficiënt bezig zijn. ‘Maar dat is een van de grote misvattingen. Wie geregeld de tijd neemt om stil te staan, te begrijpen en te kiezen – dat zijn kernwaarden van mindfulness – zal uiteindelijk tot 20 procent efficiënter werken. Daar bestaan studies over. Alleen als we aandachtig zijn in het nu, kunnen we onze talenten aanscherpen, gewoontepatronen doorbreken en de automatische piloot uitschakelen. Daardoor zullen we onszelf, anderen en de stroom van informatie juister zien en dus een vollediger beeld krijgen van de situatie. Dat heeft tot gevolg dat we beter begrijpen en voor meer effectieve oplossingen kunnen kiezen.’ (Bracke, 2010)

    In de stiltemomenten word je weer getuige van jezelf, anders ben je getuige van de ander. Het is een tool om het mogelijk te maken de dingen met een nieuwe blik te benaderen en vooral bewust te leven, of zoals Björn Prins het beschrijft: ‘Telkens opnieuw te kijken naar wat je boeit, naar de mensen om je heen, fouten kunnen maken en opnieuw beginnen, je collega’s zien en hen echt in de ogen kijken. Het is een soort innerlijke speelsheid die creatief en open maakt.’ (Prins, 2010)

    Meestal doe je in stilte je ogen dicht. Maar als je je ogen openhoudt en de stilte volhoudt, zul je de wereld daarbuiten op een andere manier gaan observeren. Het is moeilijk om uit te leggen wat stilte met je doet. Bij iedereen zal dat trouwens anders zijn. Bij mij zijn de eerste uren de moeilijkste, daarna gaat het wat gemakkelijker. Als het stil wordt, hoor ik eerst heel luid het lawaai in mijn hoofd. Mijn hoofd staat bijna nooit helemaal stil. Maar gedachten zijn maar gedachten. Als die storm na enkele uren gaat liggen, dan komt de creativiteit los. Indrukken worden intenser.

    Het hoeft trouwens niet per se stil te zijn om in jezelf deze drie stappen te doorlopen en even rust te kunnen vinden. Soms kom je in een discussie terecht. Als je dan even connectie met jezelf kunt maken en zo de stilte vindt, kun je vermijden dat je je emotioneel laat meeslepen in de discussie. Het kan ook in de file of tijdens het wachten bij het zetten van een kopje thee. Elk wachten kun je zo nuttig en bewust invullen.

    Bronwerking

    Als je in de stilte duikt, maak je contact met de wereld van je binnenkant. Er is zowel mentale, emotionele als fysieke activiteit. Er komen nieuwe ideeën, ingevingen. Alles borrelt vanzelf op. Door in stilte te wandelen krijg je een frisse blik. Het is alsof je jezelf de ruimte geeft om nieuwe verbanden te ontdekken. In de stilte krijgt je geest de ruimte om die verbanden vrij te gaan verkennen. Je leert de signalen van je eigen lichaam, je binnenwereld, weer op te pikken. Je voelt je ademhaling. Je voelt je hartslag. Je wordt jezelf veel bewuster van je eigen lichaam en de signalen die het uitzendt. Het maakt veel emoties los, ook vermoeidheid en spanning. Daarom alleen al is in de stilte duiken goed. Het hectische leven van alledag laat ons de signalen van ons eigen lichaam negeren. Dat gebeurt onbewust. Het niet luisteren naar ons lichaam sluipt in het zog van de drukte ons leven binnen. Als leidinggevende geef je jezelf continu. Het kan dan gebeuren dat je energiebron leeg raakt. Als je eigen bron opdroogt, kun je anderen niet blijven voeden. Het is dus belangrijk dat je je eigen bron continu voeding blijft geven. Stilte kan daarvoor als werkvorm dienen.

    Stilte maakt bij mij veel los. Je kunt mijmeren en wegdromen. Je kunt de dingen in je hoofd op hun beloop laten. Je kunt je hoofd laten leeglopen, en later weer laten vollopen. Vandaar dat het zo interessant is om als leider in stilte te gaan. Stilte biedt je de mogelijkheid om in contact te komen met jezelf als leider. De stilte zal dingen in je losmaken waardoor je op een andere manier naar jezelf en je onderneming gaat kijken. Er zullen je nieuwe inzichten en nieuwe ideeën invallen waaruit je nieuwe energie zult putten.

    Omgaan met je eigen stilte, met je eigen bezieling, met je eigen lichaam, zet je ook automatisch aan tot het meer ruimte geven aan anderen om zich natuurlijk te ontwikkelen. Je leert de organisatie dan te luisteren naar haar eigen lichaam en zichzelf te ontwikkelen op een natuurlijke wijze, zonder dat je daarvoor een bepaalde theorie hoeft toe te passen. 

     

    bewerkt uit: Joost Callens, De kwetsbare leider, bouwstenen voor persoonlijke ontwikkeling en leiderschap, LannooCampus, 2015