Lokaal initiatief ‘Samen Stil’ — Gent

Lokaal initiatief ‘Samen Stil’ — Gent

‘Samen Stil’ is een initiatief van burgers die geloven in de kracht van stilte. Ze nodigen je uit om samen stil te zitten uit bezorgdheid voor onze planeet en o de aandacht te vestigen op de gevolgen van klimaatverandering. Welkom op zaterdag 8 februari om 15 uur onder de Gentse Stadshal. Ze doen dat hierna elke 1ste zaterdag van de maand. Tussen 15u en 16u wordt er drie keer een kwartiertje in stilte gezeten met telkens een korte pauze ertussen. Daarna kan iedereen die wil nog blijven om na te praten.

Breng zeker je warme jas mee, een stoel of een kussen om op te zitten en andere zaken die voor jou stil zijn comfortabel maken. Men vraagt om geen borden of kledij met boodschappen mee te brengen zodat echt alleen de stilte spreekt. Meedoen is gratis. Je hoeft je niet in te schrijven.

Opstart leesgroep ‘Hospicing Modernity’

Opstart leesgroep ‘Hospicing Modernity’

Opstart leesgroep ‘Hospicing Modernity’

Hospicing Modernity. Facing Humanity’s Wrongs and the Implications for Social Activism van Vanessa Machado de Oliveira Andreotti is een bijzonder revelerend boek. De auteur is decaan van de Faculty of Education van de University of Victoria (Ca). Hoe nemen we voor onszelf en voor al wat leeft verantwoordelijkheid op in onze gemeenschappen door onze destructieve gedragspatronen onder ogen te zien en te onderbreken? Deze vraag staat centraal in een leesgroep die Waerbeke in december 2024 onder begeleiding van prof. em. Danny Wildemeersch opstart. Contacteer ons als je interesse hebt om nu of voor een volgende reeks aan te sluiten.

    Nieuw boek ‘Heerlijke helende stilte’

    Nieuw boek ‘Heerlijke helende stilte’

    Nieuw boek ‘Heerlijke helende stilte’

    In oktober 2024 stelde Waerbeke in de bib van Geraardsbergen haar nieuwe boek, ‘Heerlijke helende stilte’ van Manu Adriaens, officieel voor. Wat de slaap voor het lichaam is, is de stilte voor de ziel. Vandaar dat het boek over veel meer gaat dan alleen maar over stilte als afwezigheid van geluid. Het gaat vooral over levenskunst en zingeving. Het gaat over je ogen dichtdoen, jezelf naar binnen keren en advies krijgen van je innerlijke gids. Over de kunst van het zwijgen. Over het wonder van meditatie: het trainen van je geest tijdens windstilte, zodat je een bondgenoot hebt tijdens de stormen in je leven.

      Nieuw stiltegebied officieel erkend  

      Nieuw stiltegebied officieel erkend  

      Nieuw stiltegebied officieel erkend  

      De Vlaamse Overheid kende aan een deel van Rozebeke (Zwalm) het Kwaliteitslabel Stiltegebied toe. Een stiltegebied is een uniek, waardevol geluidslandschap met nauwelijks of geen storend omgevingsgeluid. Het stiltegebied in Zwalm is het tweede gebied in Oost-Vlaanderen dat het label ontvangt. Met de erkenning voor Rozebeke telt Vlaanderen elf officieel erkende stiltegebieden.

        Meer stiltezones op Belgische treinen

        Meer stiltezones op Belgische treinen

        Meer stiltezones op Belgische treinen

        Na een succesvolle proefperiode startte de NMBS deze week met het installeren van stiltezones op de populairste IC-treinen. Met de uitrol van stiltezones belooft de NMBS meer rust in een groot deel van haar treinen. De spoorwegmaatschappij kondigt aan dat de belangrijkste IC-treinen tussen grote steden de komende weken en maanden één of meerdere rijtuigen met een stiltezone krijgen.

        In de zones vraagt de NMBS aan haar reizigers niet hardop te praten of te telefoneren, de mobiele telefoon op stil te zetten en ook het volume van de hoofdtelefoon of oortjes niet te luid te zetten. Dat is onmogelijk om continu te controleren, “maar we rekenen erop dat mensen die van de zones gebruik willen maken, de regels ook respecteren”, aldus de NMBS.

          Innerlijke vrede

          Innerlijke vrede

          De gerenommeerde Britse schrijver, vertaler en academicus Tim Parks brak internationaal door met de roman Europa, genomineerd voor de Booker Prize. In zijn recente werk focust hij op stilte en meditatie, ziekte en gezondheid. Zijn roman De dienares vormt een tweeluik met het non-fictieboek Leer ons stil te zitten. Dat laatste is een persoonlijk, eerlijk verslag van Parks’ eigen strijd met een chronische ziekte die hem, scepticus, naar meditatie leidt. In de roman worstelt een jonge helpster in een Vipassana-meditatiecentrum met twee tegengestelde levenswijzen; de oosterse zen-houding botst met haar westerse overtuiging dat het individu centraal stelt. Naar aanleiding van de Waerbeke Conferentie 2012 haalde Waerbeke (i.s.m. Passa Porta)  Tim Parks naar Brussel (Flagey). Voor een impressie van deze ontmoeting klik hier.

          Innerlijke vrede

           

          We hunkeren naar stilte, maar hoe minder geluid er is, des te oorverdovender onze gedachten.

          Hoe kunnen we het lawaai vanbinnen stillen? In mijn roman Cleaver (2006) bedacht ik jaren geleden een man, gewend aan krankzinnige drukte en gepraat. Op zoek naar stilte vlucht hij naar de Alpen en zoekt daar een huis boven de boomgrens – boven de lawaaigrens, bedenkt hij; een plek zo hoog, met zo’n ijle lucht, dat hij hoopt dat er helemaal geen lawaai zal zijn. Maar zelfs in Zuid-Tirol, 2500 meter hoog, hoort hij de wind tussen de rotsen huilen en het bloed in zijn oren kloppen. Zonder inbreng van zijn familie, collega’s en de media kakelen de gedachten nog luider in zijn hoofd. Zoals zo vaak gebeurt: hoe minder geluid er buiten is, hoe oorverdovender onze eigen gedachten.

          Als we aan stilte denken – omdat we er misschien naar hunkeren of omdat we er bang voor zijn, of allebei – dan moeten we erkennen dat we eigenlijk over een mentale toestand spreken, een kwestie van bewustzijn. Hoewel de buitenwereld zonder twijfel bestaat is onze perceptie ervan altijd heel erg onze eigen perceptie. Ze vertelt ons evenveel over onszelf als over de wereld. Soms is het lawaai daarbuiten echt irriterend, waardoor we hunkeren naar rust. Maar even vaak merken we het niet eens op. Als een boek goed is, dan is het gebrom van een grasmaaier er gewoon niet. Als het boek slecht is, maar we moeten het toch lezen voor een examen of een bespreking, dan valt het geluid ons meedogenloos aan.

          Als de perceptie van geluid afhangt van onze geestestoestand, dan kan die toestand omgekeerd nauwelijks bestaan zonder relatie met een buitenwereld, die de geestestoestand vormgeeft. Dat kan onze onmiddellijke huidige omgeving zijn, of iets dat in het verleden gebeurde en naklinkt of voortduurt in onze geest. Geen enkele geestestoestand is niet tenminste voor een klein deel verbonden met de geluiden rondom – de zingende vogels en de televisie bijvoorbeeld, terwijl ik dit schrijf.

          Stilte is dus altijd relatief. Onze ervaring van stilte is interessanter dan het akoestische effect zelf. De interessantste stilte is wanneer de geest vrij van woorden is, vrij van gedachten, vrij van taal, een mentale stilte – de geestestoestand die mijn personage Cleaver niet bereikte, ondanks zijn vlucht naar de bergen. Als we de indruk hebben dat we gekweld worden door lawaai, dan zit veel van dat lawaai inderdaad in ons hoofd – het onafgebroken opborrelen van angstige gedachten of de op zichzelf betrokken monoloog die voor een groot deel van de tijd ons bewustzijn vormt. Het is bovendien lawaai in voortdurende interactie met de moderne zogenaamde communicatiemiddelen: internet, mobiele telefoon, de Googlebril. Onze weerstand tegen lawaai in de buitenwereld heeft er vaak mee te maken dat we moeilijker kunnen focussen op het geroezemoes dat we zelf produceren in onze binnenwereld.

          Er is als het ware een catharsis van uitputting. We raken uitgeput door de oorverdovende, storende innerlijke stem.

          Maar we bereiken allemaal af en toe het punt waarop de gedachtenmotor aan onze controle lijkt te ontsnappen. Gedachten slaan op hol, leiden nergens heen en zijn niettemin vernietigend omdat ze ons keer op keer terugbrengen naar de plek waar we al duizend keer geweest zijn. Veel modernistische literatuur gaat over dat geroezemoes van bewustzijn, met nadruk op het poëtische karakter ervan. Denk aan James Joyce of Virginia Woolf. Sommigen hadden toch begrepen hoe uitputtend en destructief dit kon zijn. Een personage dat haar gedachten niet tot bedaren kon brengen was ‘neergehaald tot het perfecte bewustzijn’, schrijft D.H. Lawrence in zijn roman Women in Love (1920). Toch wordt het werk van bepaalde auteurs uit de late twintigste eeuw, van Samuel Beckett over Thomas Bernhardt tot Sandro Veronesi, David Foster Wallace en vele anderen, gedomineerd door een stem die voortdurend de wereld probeert uit te leggen en aan de kaak te stellen. Ze is voortdurend ontgoocheld en gefrustreerd, maar tegelijk ingenomen met zichzelf en met haar vermogen om geschokt te zijn. Dat eindeloze vragen en bekritiseren wordt daardoor een val, waaruit het bewustzijn zich probeert te bevrijden met bedwelming in vele vormen, met slaap of zelfmoord. Er is als een ware een catharsis van uitputting door deze oorverdovende, storende stem.

          Zo’n mentale stem is ook een bron van zelfwaardering. Dat doet de val dichtklappen. De geest is opgezet met zijn gesofisticeerde denken. Hij wil dat de monoloog stopt – en tegelijk toch ook weer niet. Als de stem stopt, waar blijven we dan met onze identiteit? De geest hunkert naar stilte, maar vreest ze ook. Beide emoties nemen hand over hand toe. Hoe meer men verlangt naar stilte, hoe meer men zijn identiteit vreest te verliezen als de stem zou verstommen. Als iemand bijvoorbeeld een radicale verandering in zijn leven overweegt –alleen gaan wonen op de heide in Galway of deelnemen aan een tiendaagse Boeddhistische retraite- dan vreest hij of zij het moment van verandering. Onze ideeën over stilte zijn dus vervlochten met vragen over zelfhaat en zelfwaardering. Het einde van de monoloog nodigt uit maar is tegelijk beangstigend, net zoals kinderen schrik hebben om te gaan slapen.

          Ons verlangen naar stilte heeft vaker met innerlijke dan met uiterlijke stilte te maken, of met een combinatie van de twee. Lawaai maakt ons kwaad, of doet ons in ieder geval reageren, en staat innerlijke stilte in de weg. Maar de afwezigheid van lawaai stelt ons bloot aan de luide stem in ons hoofd. Die stem is een pijler van wat we ons zelf noemen. Als we die stem willen smoren, verlangen we dan niet naar het einde van ons zelf? Naar de dood misschien? Praten over stilte is dus praten over bewustzijn, de aard van het zelf, en over dat moderne dilemma in het algemeen: het verlangen om in het zelf te investeren én het verlangen om een eind te maken aan dat zelf.

          We hebben natuurlijk strategieën om ermee om te gaan. Zachte oplossingen zoals naar muziek luisteren of lezen. Het bewustzijn wordt uitgenodigd om de partituur of de verhaallijn van iemand anders te volgen. Tijdelijk geven we de controle uit handen aan een andere regisseur. Maar zodra we stoppen met lezen of luisteren begint het mentale lawaai opnieuw. We hebben niets opgelost, niets geleerd over onszelf. We hebben de aard van het ongemak niet aangepakt.

          Radicalere, misschien kastijdender oplossingen zijn het ritueel gebed, de rozenkrans of mantra’s. Dat voelt als een totale aanval op het zelf met akoestische wapens. Ondanks, of misschien net door mijn religieuze kindertijd heb ik zoiets nooit geprobeerd. Ik heb nooit verlangd naar een mantra. Net zoals bij muziek, vermoed ik, zou het kakelende zelf weer opveren zodra de mantra ten einde is, babbelzieker en zelfingenomener dan ooit.

          Je zou Vipassana kunnen proberen – een vorm van meditatie die naar het hart gaat van dit conflict tussen verlangen naar en angst hebben voor stilte. Ik wil niet in details treden waarom ik met Vipassana begon – laten we zeggen dat ik gezondheidsproblemen en chronische pijn had. Iemand suggereerde dat die discipline zou kunnen helpen. Hoewel mijn pijn niet enkel tussen mijn oren zat, was ik tot het besef gekomen dat mijn mentale toestand zeker had bijgedragen tot de fysieke spanningen die mijn leven zoveel jaren hadden vergald.

          Mijn eerste Vipassanaretraite, zo’n vijf jaar geleden, was in de bergen ten noorden van Milaan, waar ik woon en werk. Ik zag niet in waarom ik verder zou reizen om gewoon op een kussen te gaan zitten. In de openingssessie moest ik beloven om de volle tien dagen van mijn verblijf stil te zijn. En dus leefde ik in stilte en at ik in stilte. En vooral: ik zat in stilte, tot tien uur per dag. Er waren geen gezangen of mantra’s om de geest te stillen en je erdoor te trekken. Ik kreeg de raad om traag en geduldig mijn normale, praatgrage bewustzijn te vervangen door een intens bewustzijn van ademhaling en gewaarwordingen.

          We gebruiken geluid en beweging om de irritatie van het stilstaan te vermijden. Je wipt van de ene voet op de andere, je loopt van kamer naar kamer.

          Je concentreren op je lichaam in beweging is tamelijk gemakkelijk. Als je rent of zwemt, kun je langere tijd in een woordloze of bijna-woordloze toestand komen die de indruk geeft van stilte. Het gevoel dat je geest even pauze mag nemen van de plicht om je ego voortdurend op te bouwen is inderdaad een van de verfrissende en zelfs verslavende kanten van sport.

          Maar bij Vipassana concentreer je je onbeweeglijk, al zittend op gewaarwordingen. De meeste mensen doen dat in kleermakerszit, maar dat hoeft niet. Je zit zonder van positie te veranderen, je zit stil. Van zodra je dit doet, ben je je bewust van de verbinding tussen stilte en stilstand, lawaai en beweging. Nauwelijks zit je stil of je lichaam wil absoluut bewegen en draaien. Comfortabel is het niet. En precies zo wil je geest absoluut babbelen zodra het stil is. We begrijpen al snel dat geluid beweging is: words move, music moves, through time (T. S. Eliot, Four Quartets). We gebruiken geluid en beweging om de irritatie van het stilstaan te vermijden. Dat is vooral zo als je fysiek pijn hebt. Je wipt van de ene voet op de andere, je loopt van kamer naar kamer.

          Als je stil zit en je jezelf fysieke beweging ontzegt, dan trekt de geest zich instinctief terug in zijn normale, gonzende monoloog – in de hoop dat het fysieke ongemak zal verdwijnen als de geest zich ergens anders op focust. Dat zou normaal zo zijn. Als je het lichaam negeert, dat gaat het draaien en schuiven om de spanning niet te laten oplopen. Maar bij deze gelegenheid is ons gevraagd om stil te zitten terwijl we denken en omdat het lichaam niet kan wiebelen, nemen de spanning en het ongemak almaar toe. Uiteindelijk haalt dit ongemak de geest weg uit het gegons en richt hem weer op het lichaam. Maar daar is enkel ongemak en zelfs pijn en dus vlucht de geest weer in taal en gedachten. Heen en weer slingerend van een troebele geest naar een gekweld lichaam wordt alles alleen maar erger.

          Stilte, in combinatie met stilzitten – de twee zijn nauw verbonden – nodigt ons uit om de relatie tussen bewustzijn en het lichaam te observeren, in beweging en bewegende gedachten. Als mensen naar meditatieoorden trekken, wordt vaak gesproken over het belang van jezelf te vinden. Er is ook veel ingebeeld drama. Mensen verwachten dat oude trauma’s weer de kop opsteken, zoals bij een psychoanalyse. Wat je aantreft, is echter veel minder persoonlijk dan je zou veronderstellen. Je ontdekt hoe het concept van bewustzijn en zelf, dat we allemaal delen, gewoon evolueert doorheen de tijd, doordat we ons fysieke bestaan in het huidige moment doorgaans negeren. In de Pali-taal van de Boeddhistische geschriften verwijzen vroege woorden voor meditatie naar mentale oefeningen, en helemaal niet naar religie.

          Die meditatie verandert de verhouding van de geest met het lichaam. Ze nodigt de mediterende uit om de aandacht te verdelen over alle delen van het lichaam, zonder uitzondering. Om het bewustzijn doorheen het lichaam te leiden en om de gewaarwordingen te beschouwen zoals ze doorheen het vlees golven, als eb en vloed. En dat zonder te reageren, op geen enkele manier, zonder afkeer van pijn en zonder zucht naar genot. Zo worden we gewaar dat alles binnenin ons voortdurend beweegt en verandert, zelfs wanneer we stil zitten.

          Bovendien is deze activiteit in de geest niet ondergeschikt aan een andere. Je hebt geen ander doel dan de contemplatie zelf. Je mediteert niet om te relaxeren, om pijn te overwinnen, om een gezondheidsprobleem op te lossen of om innerlijke stilte te bereiken. Er is geen hoger doel dan aanwezig te zijn, zij aan zij met het oneindig genuanceerde vloeien van sensaties in het lichaam. De stilte van de geest brengt je in contact met het lichaam. Of eenvoudig gezegd: de stilte van de geest is bewust zijn.

          In het begin is het moeilijk om te focussen op je adem. Eerst enkele minuten, later urenlang. Het is ook moeilijk om wat voor sensatie dan ook te voelen in je slapen, ellebogen, kuiten of andere delen van je lichaam die in rust zijn. Maar als de geest een sensatie beet heeft, of wanneer zo’n gewaarwording antwoordt op je onderzoekende geest dan wordt het allemaal veel gemakkelijker. Plotseling wordt het lichaam interessant en begint je eigen obsessieve interesse in je eigen woorden en gedachten op te lossen. De taal smelt weg en in de stilte verandert er van alles in het lichaam.

          Het is geen schakelaar die je aan- of uitzet en ook geen gestaag continuüm, maar wel een reeks kleine scores, winst of verlies; misschien een grote stap voorwaarts en daarna een kleine terugval. Als je dapper doorzet om te proberen je te concentreren, als je erin slaagt om geen afkeer voor pijn te hebben en ook niet toegeeft aan genot, dan verdiepen het stilzitten en de stilte zich gaandeweg. Dat gebeurt in een sfeer van gelukzaligheid, simultaan en ondeelbaar in lichaam en geest. Het is alsof het lichaam traag weer samengesteld wordt en al zijn onderdelen zich verenigen in een intens nu. Het oude zelf valt uiteen en verdwijnt. Dit ervaar je nooit als een verlies, maar eerder als een volheid van bestaan. Iets boordevol, heel gewoon en heel mooi.

          De woorden die we gebruiken en de verhalen die we schrijven, versterken het drama van het zelf, dat we in het westen zelfgenoegzaam belijden. Het biedt ook troost in die zin dat schrijven en verhalen vertellen emotionele pijn kunnen transformeren in een soort entertainment. Een wijs en pakkend beeld van onze passage door de wereld, intens en tegelijk opgewonden door zijn eigen intensiteit. Ons verhaal gaat inderdaad vaak over ellende en de tocht erdoorheen.

          Wanneer we na een uurtje stilzitten in stilte weer opstaan, onverwachts verfrist en welgemoed, dan roepen de stilte en de meditatie vragen op: of er niet iets diep pervers zit in onze cultuur, zelfs in de grootste prestaties van literatuur en kunst. Zo veel van wat we lezen, zelfs al is het heel entertainend, helpt ons eigenlijk helemaal niet vooruit.

          Tim Parks

          vertaling: Kristien Bonneure


           

            Altijd vakantie? Beheer je aandacht voor meer vitaliteit, niet je tijd

            Altijd vakantie? Beheer je aandacht voor meer vitaliteit, niet je tijd

            Nu de vakantieperiode voor de meesten van ons achter de rug is, verschijnen in de bladen talloze tips voor het verlengen van ons vakantiegevoel of het vermijden van ‘vakantie-blues’. IDEWE, een dienst voor preventie en bescherming op het werk, concludeert uit haar onderzoek dat acht op de tien werknemers bij het hervatten van het werk last hebben van ‘vakantie-blues’. Hun advies luidt: langzaam beginnen, bewust nagenieten en vakantieverhalen uitwisselen met collega’s. Daarmee blijft de vakantie-mind-set behouden bij de overgang naar het werk.

            Volgende vakantie of nu?

            De positieve ervaringen van verlof komen opvallend overeen met de eerste periode op een nieuwe werkplek: plezier in activiteiten, nieuwe ontmoetingen, uitdagingen, ontdekkingen, benutten van eigen vermogen. Drukte, chaos, onzekerheid en andere spannende ervaringen kunnen ons zowel op verlof als op het werk uitputten en dan veranderen de positieve ervaringen in negatieve. Hoe kunnen we dit voorkomen? Niet iedereen is bereid of in staat te veranderen van werk. Seth Godin suggereerde daarom enigszins provocerend: “In plaats van je af te vragen wanneer je volgende vakantie is, zou je misschien een leven kunnen opzetten waaraan je niet wilt ontsnappen.” Misschien is een verandering van werk ook helemaal niet nodig als we onze collega’s, klanten en verantwoordelijkheden met andere ogen leren bekijken. Hoe? Met aandacht, met dezelfde ‘nieuwe ogen’ als waarmee we tijdens het verlof de onbekende dingen om ons heen waarnemen. Kenmerkend voor dit soort kijken is een gevoel van verwondering en het herkennen van het waardevolle van het huidige moment: pluk de dag, telkens opnieuw.

            Tijd, aandacht, energie

            Tijdens verlof zien we de wereld om ons heen met andere ogen: we nemen dingen waar die op een drukke werkdag meestal aan onze aandacht ontsnappen. Wat als we op het werk niet alleen onze tijd, maar ook onze aandacht zouden managen? Kortom, hoe bereiken we dat positieve ervaringen van verlof onderdeel van onze levensstijl worden? Met aandacht! Hoe kunnen we onze aandacht handhaven onder omstandigheden die een beroep doen op onze veerkracht en energie? Door interval! Dit betekent dat we periodes van inspanning en ontspanning afwisselen. Niet alleen door de werkperiode te onderbreken met vakantie of verlof. Maar voortdurend: wekelijks, dagelijks. Best in een ritme van 90 minuten stevig doorwerken en 15 minuten volledig chillen: slack, ruimte, pauze, niente. Ons lichaam en ons brein zijn niet gemaakt voor een marathon op een bureaustoel, een urenlange autorit of andere eenzijdige handelingen. Als we geen rekening houden met het natuurlijk ritme zoeken lichaam en geest uitvluchten. De concentratie neemt af, de spieren verkrampen, we zoeken afleiding in social media, rommelen tussen de papieren, snoepen, multitasking etcetera.

            Échte pauze

            Met de moderne media hebben we onze mogelijkheden uitgebreid om afgeleid te geraken zonder zelfs maar te beseffen dat we ‘off task’ zijn. ‘On task’ is heel eenvoudig het afronden van een taak die we gekozen hebben te voltooien. Als we daarin worden gestoord hebben we omschakeltijd nodig en zelfs hersteltijd als de aard van de storing mentaal of emotioneel teveel energie vereiste. Zulke onderbrekingen zijn incidenteel heel normaal, het wordt pas een energie-lek als we toelaten dat we regelmatig van onze gekozen taak afwijken – veroorzaakt door anderen óf door ons zelf.
            Aandacht managen in plaats van tijd – zoals we ervaren tijdens verlof – is dus heel zinvol tijdens het werk. Dan kunnen we niet alleen focussen op het produceren van resultaat, maar ook beter verbonden zijn met onze creatie. De energie die nodig is om te werken komt deels terug in de vorm van genoegen over het resultaat. Mits we aandacht daarvoor hebben. Gewoon even stoppen en waarnemen. Tussendoor échte pauze helpt ons energie te herstellen. Tom Rath, auteur van How Full is Your Bucket?, deelt zijn eigen ervaring met rustpauzes: “Tegengesteld aan wat ik dacht, maakt regelmatig pauzeren mij creatiever en productiever. Pauzes overslaan daarentegen is vermoeiend en een bron van stress.”

            Wedstrijd om aandacht

            In dit verband is de missie van Tristan Harris interessant. Tot 2016 was hij werkzaam bij Google als ‘design ethicus’. Op basis van zijn inzichten zette hij zich nadien in voor het beter op elkaar afstemmen van technologie en mensen, onder andere via zijn stichting ‘Time Well Spent’. Doel is om techbedrijven te ondersteunen om devices zo vorm te geven dat ze de menselijke behoeften het beste dienen in plaats van ons te betrekken in “een wedstrijd om aandacht”. Met een Stanford University-achtergrond in computerwetenschappen met specialisatie in ‘Human computer interaction’ en jarenlange ervaring binnen o.a. Google kan hij weten waarover hij spreekt als hij stelt: “Onthoud: focus bepaalt de kwaliteit van je leven. Geen focus betekent geen controle over je aandacht. Geen aandacht betekent frustratie. We weten allemaal waartoe frustratie leidt. Begin je aandacht te beheren. Niet je tijd.” Aandachtig door het leven gaan is altijd momenten ervaren die lijken op verlof. Manage je aandacht en energie, bescherm en vergroot je vitaliteit, zorg dat jij en je team duurzaam productief en creatief worden en blijven.
            Verlof combineren met een heilzaam ritme van inspanning en ontspanning? Niets nieuws – als we het ruim 2000 jaar oude advies van Marcus Aurelius lezen: “Mensen zoeken rustplekken op het land, aan de kust of in de bergen. Er is geen betere plek om ons vredig en probleemloos terug te trekken dan in uw eigen geest. Geef uzelf voortdurend rustpauzes en vernieuw uzelf.” Vitale mensen maken vitale organisaties én ze zijn thuis vitaal. Aangenaam!


             

              Hoop die de ogen niet sluit

              Hoop die de ogen niet sluit

              Ik herinner me nog hoe ik was, niet eens twintig, en kwaad op de wereld, kwaad op de generaties voor mij. Omdat ze er zo’n knoeiboel van gemaakt hadden. Om die stomme kernraketten waartegen we gingen betogen. Om die stomme kernenergie, waarvan ‘ze’ het afvalprobleem zeker wel spoedig zouden ‘oplossen’. Om die schrijnende onrechtvaardige relaties tussen Noord en Zuid. Om het consumentisme (al weet ik niet of ik dat woord toen al kende). Om het gevoel van machteloosheid dat me door dat alles beknelde. Het gevoel dat ik misschien niet eens de kans zou krijgen om een volwaardig en lang leven uit te bouwen. Ik keek naar mijn grootvader, geboren in 1900, en probeerde die 65 jaar verschil tussen mij en hem in mijn hoofd toe te voegen, alsof ik daardoor mezelf wat kon wortelen in een tijd ‘voor het allemaal fout begon te gaan’.

              In al die gevoelens zat natuurlijk veel jonge overmoed. En ook wel wat onbewuste arrogantie. Er zijn heel wat plekken in de wereld waar mensen in heel wat slechtere omstandigheden opgroeien, en reëel gezien heel wat minder kansen hebben op een leefbare toekomst. Maar gelukkig word je niet verondersteld dat alles al doorgrond te hebben als je 17 bent of zo. Gelukkig komen sommige vormen van wijsheid traag naar je toe, met het ouder worden. Waarin dus ook het geluk zit dat je ouder mag worden. En toch. Veel van die verontwaardiging is gebleven, al is de vorm ervan erg veranderd. Het idee dat mijn kinderen me ooit zouden vragen wat ik had gedaan om die stomme wereld een betere plek te maken, dreef me al die jaren. De kinderen kwamen er jammer genoeg niet, maar het is een eer en voorrecht om regelmatig te mogen praten en discussiëren met jonge mensen (die zo ongeveer mijn kinderen zouden kunnen zijn) over hoe zij deze wereld beleven.

              De voorbije weken had ik een paar van die gesprekken. Heel indringend, heel uitdagend. Ze bleven nog dagenlang door mijn hoofd gaan. Ik hoorde iets van diezelfde kwaadheid. In een aantal opzichten is de ecologische crisis nog veel urgenter geworden dan toen ik nog heel jong was, in de jaren 80 van de vorige eeuw. Het is ook steeds moeilijker om te doen of je het niet weet, er is meer dan genoeg kennis beschikbaar over onder meer de klimaatuitdaging. We weten steeds nauwkeuriger waar de planetaire grenzen zijn. We weten behoorlijk goed hoeveel tijd we nog hebben om een klimaatchaos te vermijden. En we zijn tegelijk nog steeds getuige van de hardnekkigheid waarmee steeds nieuwe mentale vluchtwegen worden bedacht om vooral maar niet onder ogen te zien wat er staat te gebeuren. En die jonge mensen wisten al die dingen heel erg goed. Ik voelde hun machteloosheid, hun opstandigheid, en ook hun enorme wil om iets te doen, om deel te zijn van de oplossing. Het ontroerde me heel diep.

              Ik moet het bekennen. Op sommige onbewaakte momenten reken ik in mijn hoofd na hoe oud ik zal zijn als het 2050 is, als ik dan nog leef natuurlijk. En dan denk ik aan die mooie jonge mensen, waar zij dan zullen staan, en welke verhalen zij dan zullen vertellen aan de kinderen die ze dan hopelijk wel zullen hebben. Er is een stuk van dat gesprek dat we te weinig voeren. Het stuk over die machteloosheid, en hoe ermee om te gaan. Zodra dat ter sprake komt, blokkeert er vaak iets. Dat heeft te maken met angst, angst voor iets als een soort zwart gat in onszelf. Om die angst onder ogen te zien, moet je als het ware op een plek gaan staan waar het pijn kan doen, waar je zou kunnen wankelen of weglopen. En om dat te vermijden hebben we allerlei systeempjes bedacht. Wat we vaak doen, is nog meer gaan doen. Alleen maar kijken naar oplossingen, maatregelen, acties, structuren, … Jezelf in een nog grotere versnelling brengen.

              Sommigen komen in de verleiding om dan toch maar over te gaan tot grootschalige technocratische oplossingen als geo-engineering of het opgeven van de democratie. Toegeven aan de verleiding van de tovenaar van de ultieme maakbaarheid, alsof de geschiedenis er niet is geweest. Je kunt ook cynisch worden, jezelf wijsmaken dat niets echte waarde heeft, en zo hopen dat je niet zult geraakt worden achter dat mentale schild. Je kunt jezelf opfokken met een of andere mantra die zegt dat je optimistisch MOET zijn, omdat je optimistisch MOET zijn, omdat je nu eenmaal optimistisch MOET zijn, tegen beter weten in. Het kan een vorm van negationisme zijn… Of je kunt het opgeven.

              Het zijn heel moeilijke vragen, maar ze zijn wel heel relevant. Misschien heb ik in de loop der jaren, in het kader van het voortschrijdend inzicht, toch enkele dingen geleerd. Een daarvan is dat in zoveel soms hevige discussies die grondgevoelens van angst of kwaadheid een grotere rol spelen dan we willen toegeven. En het zou goed zijn als we zouden proberen er meer ruimte voor te maken, net om te vermijden dat we onze energie verliezen of echt wanhopig worden. Het zou goed zijn als we proberen om die gevoelens ook gewoon bespreekbaar te maken en te delen, ze niet ontkennen of wegduwen, en ze ook niet overschreeuwen. Proberen te leven in waarheid is niet eenvoudig, maar het opent nieuwe deuren.

              Het was een van de moeilijke lessen van het leven die ik (een beetje al) leerde, na zo vaak met mijn hoofd tegen de muur te zijn gelopen, dat het goed is om soms verdriet te hebben, net om er minder door verlamd te worden. (Al vertel ik dit alles met veel schroom, wat misschien ook veelzeggend is…) Ik leerde het ooit tijdens een vormingsweekend, het inzicht dat we (of toch velen van ons) eigenlijk gewoon verdriet hebben om die planeet die stuk lijkt te gaan. Dat verdriet benoemen we niet zo, of we duwen het weg. Maar dat gewoon toelaten, het een beetje laten stromen, zonder het vast te houden, dat hielp. In dat beetje stromen was er ook het besef dat ik als mens eigenlijk gewoon een deeltje was van dat enorm mooie netwerk van een levende planeet.
              Het is allemaal iets in mijn hoofd, tussen mijn oren als je wilt, maar als ik de beelden zie van bv. die immense plastictroep in de zee, dan is het alsof ik de pijn van de zee kan voelen. Het is een vorm van verbondenheid in een voor mij goddeloos universum, maar die helpt wel. Dat beetje verdriet, dat stroomt als de zee zelf, geeft net ruimte voor veel energie. De energie om een deel te zijn van het antwoord. En dat antwoord is niet een zekerheid dat alles goed zal komen, maar wel het rustige gevoel dat wat je doet, de houding waarmee je in het leven staat, ertoe doet. Het helpt om nooit cynisch te worden.
              Al die dingen zitten in een soort prewoordelijke vorm ergens in mijn lichaam, ergens tussen schroom, twijfel en vrede. Ik vond ze ondertussen ook terug in een boek dat ik aan het lezen ben. Het gaat over actieve hoop. Het is een vorm van hoop die de ogen niet sluit, maar veeleer een praktijk dan een vast doel is. Wat ik daar lees, doet me ook vaak denken aan dingen die ik las bij Ton Lemaire, met name zijn idee van een “tragisch hedonisme”.

              Het is een omweg om terug bij die jonge mensen te komen. Ik denk dat het goed zou zijn dat we samen leren om wat meer ademruimte te geven aan die diepere gevoelens van angst en machteloosheid. Als we het niet doen, zouden ze misschien wel gevaarlijke uitwegen kunnen zoeken. Als we die oprechte gevoelens niet serieus nemen, laten we ook onze jonge mensen een beetje in de steek. De almaar toenemende ecologische crisis is ernstig, dat feit ontkennen heeft niet veel zin, en geeft vooral ook geen zin aan de dingen. Zoeken naar nieuwe praktijken van actieve hoop, energie en dankbaarheid vinden in het gevoel dat je zelf een deel van het alternatief bent, dat geeft zin. En daar kunnen we alleen maar allemaal beter van worden.


               

                Laten we een stille revolutie ontketenen

                Laten we een stille revolutie ontketenen

                Ma cure de silence van de Franse Kankyo Tannier is vertaald in het Nederlands met als titel De kracht van de stilte. – Kristien Bonneure had een gesprek met haar.

                ‘Mijn leven? Ik loop, ik eet, ik slaap, ik kijk naar de lucht, ik adem, ik aai mijn katten, ik mediteer, ik zing…’ Het antwoord typeert Kankyo Tannier, een zonnige verschijning met heldere blik, een klaterende lach, kaalgeschoren hoofd en lange pij. Ze is zenboeddhistische non, zangtherapeute, paardenverzorgster. Ze studeerde af in de rechten, werkte als journaliste en na enkele bezoeken aan zenkloosters streek ze uiteindelijk neer in de Elzas, in het klooster Ryumonji bij meester Olivier Reigen Wang-Genh, waar ze 16 jaar verbleef. Nu woont ze in een ‘cabane’ in het bos, vlakbij het klooster. Daar heeft ze tijd om zich aan het schrijven te wijden.

                Tannier noemt zichzelf een ‘non 2.0’ want ze deelt haar ideeën via sociale media. www.dailyzen.fr vat goed samen waar ze mee bezig is: een dagelijkse ervaring delen, geworteld in huiselijkheid, maar met de blik op verte. Haar eerste boek De kracht van de stilte is een diepzinnig maar tegelijk lichtvoetig boek, met Franse schwung, humor en zelfrelativering geschreven. Veel inzichten en suggesties zijn ook al elders geopperd, maar Kankyo Tannier pakt het verfrissend aan.

                ‘Die mensen die de radio uitzetten als ze in de auto stappen… ze zijn vermoedelijk de heiligen van de eenentwintigste eeuw!’

                Eén van de belangrijkste adviezen die Kankyo Tannier geeft is die van de digitale retraite: voor kortere of langere tijd alle schermen uit, geen radio, geen tv, geen telefoon, geen computer. Over de weldadige effecten daarvan is ook een ander recent boekje uiterst interessant: Kleine filosofie van de digitale onthouding van de Nederlandse filosoof Hans Schnitzler. Het is de (zeer wijsgerige) evaluatie van een experiment met zijn studenten om een week lang te ‘ontkoppelen’. Afgezien van die ene studente die een feestje liet schieten, omdat ze niet wist wie er zouden zijn en wanneer het begon, waren alle digitale geheelonthouders lovend. ‘Ik heb het gevoel dat ik meer leef, ik bepaal nu echt zelf wat ik wil doen.’ Een andere kreeg meer overzicht over de structuur van de dag en zijn eigen verantwoordelijkheid daarin. ‘Ik voelde mezelf slimmer, kon beter nadenken.’ 

                ‘In het hart van de vulkaan gaan staan’

                Terug naar Kankyo Tannier. De leegte boezemt angst in, geeft ze toe; mensen vullen dat gapende gat het liefst op. Terwijl het zo belangrijk is om alleen te leren zijn.

                ‘Een zelfgekozen eenzaamheid, een comfortabele halve draai naar binnen, waaraan je je kunt laven voordat je de wereld weer ingaat.’

                Wat Tannier over meditatie schrijft, doet sterk denken aan Leer ons stil te zitten van Tim Parks. Parks oefende veel geduld; Tannier reikt manieren aan om actief in te grijpen in de menselijke geest. Niet eenvoudig…

                ‘In het hart van de vulkaan gaan staan en daar onze angsten te laten smelten. Dat is de weg van de ridder die moed en vastberadenheid vereist. Maar het is ook de weg van de verzoening, van de wapenstilstand, van de acceptatie van alles wat ons vormt, zowel het ‘goede’ als het ‘kwade’.’

                En wat kan ze fraai formuleren:

                ‘Tussen woorden, tussen bekende beelden, tussen vertrouwde gevoelens bestaat een parallel universum, een absolute en weldadige kalmte, waarvan de toegang angstvallig wordt bewaakt door de schildwachten van de concentratie en het volle bewustzijn.’

                ‘De stilte hervinden, dat is proeven van verveling’

                En toen ontmoetten we elkaar, tussen de duizenden boeken in de Franstalige Brusselse boekhandel Filigranes. We spraken over ‘Silence for Peace’ en over onze overleden vaders. Een neerslag van het gesprek:

                Ik zal de vraag nog maar eens stellen, mevrouw Tannier: wat doet u in het leven?

                Ha! Die vraag stellen mensen me vaak, en ik geef er graag een ‘geometrisch-variabel’ antwoord op! Ik doe verschillende dingen. In de eerste plaats verspreid en promoot ik de zenboeddhistische meditatietechniek – en veel stilte – maar ik ben ook zanglerares en hypnotherapeute. Maar wat ik écht doe in het leven? Ik wandel, ik proef van ‘air du temps’, ik streel mijn katten, ik luister naar de geluiden van het bos.

                Maar u houdt wel van praten?

                Ja, ik ben een babbelaar. Als ik in gezelschap ben, hou ik van praten – ook van luisteren – maar ik ben ook vaak alleen, in de stad of in de natuur. Ik wandel graag in m’n eentje. Ik hou van het alleen zijn.

                Laten we maar de koe bij de horens vatten en de moeilijkste vraag stellen. Wat is stilte? Er zijn zoveel definities, wat is de uwe?

                Ok, dit is de mijne: de stilte is die stille, poëtische, magische ruimte die we allemaal in onszelf hebben, die we kunnen bereiken als we stilstaan en als we leren om de gedachten te laten voorbijgaan. Achter dat lawaai van de gedachten, van de wereld, is er … die waarlijk heerlijke ruimte.

                Het heeft dus niets te maken met het lawaai rond ons, met de decibels van de stad?

                Nee, want de stilte zit achter het geluid, ze komt voort uit liefhebben. We hebben het vaak over meditatie, die een waarheid zoekt voordat er woorden zijn; precies zo kun je de stilte zoeken voor er geluiden zijn. Het kan best luid zijn rond ons, maar daarachter, of liever ervoor is er iets anders.

                Dus hebt u geen fysieke stilte nodig?

                Nee, het idee is om je innerlijke stilte te herontdekken. Dat is de sleutel.

                Het woordenboek zegt: stilte is de afwezigheid van geluid. Dat vindt u te beperkt?

                Ja, en bovendien: als je de uiterlijke stilte zoekt als voorwaarde voor je welbevinden, dan zoek je de heilige graal! Natuurlijk is het prettiger om ergens te zijn waar je de wind in de bomen hoort en de vogels, maar zelfs in de stad zijn er plaatsen die relatief stil zijn. Als je echt leert luisteren, dan hoor je dat er tussen de geluiden ruimte zit, die ons toelaat om ons te verbinden met een ‘andere’ stilte.

                Mensen schrikken terug voor stilte, hoe verklaart u dat?

                Een groot probleem en een belangrijke kwestie! Ik denk dat we onze kinderen niet aanleren om zichzelf te leren kennen op emotioneel vlak. Als je dan plotseling de stilte ingaat, is het eerste wat je tegenkomt jezelf! Met alle ‘geslaagde’ emoties, maar ook met allerlei moeilijkheden. Wat de westerse maatschappij ons leert, is dan meteen weg te vluchten van onszelf, weg te vluchten in activiteit en lawaai. De omgekeerde beweging maken vergt een zekere emotionele opvoeding.

                Hoe vullen we de leegte dan op?

                Consumeren en verstrooien: in dat soort samenleving leven we nu, denk ik. Alsof mensen kinderen zijn, die je altijd maar moet verstrooien, met nieuwe spelletjes en bezigheden. Opdat ze zich zeker niet zouden vervelen. De stilte hervinden, dat is net proeven van verveling! Laat de tijd rustig voorbijglijden. Daar leeft een mens langer van (lacht).

                De stille vreugde van uit het raam kijken, zoals u schrijft in uw boek.

                Dat heb ik ervaren in India, tijdens een lange, spirituele retraite, wekenlang, met enkel dat raam om naar buiten te kijken. Maar het kan ook veel korter. Gewoon stoppen. De tijd nemen om te stoppen en te proeven van de stilte.

                Uw boek heet in het Frans ‘Ma cure de silence’, letterlijk ‘Mijn stiltekuur’. Curer, dat is genezen. Van welke ziekte moet de stilte ons genezen?

                Met ‘kuur’ wilde ik gewoon een zekere duur suggereren. De ziekte, dat is de verstrooiing, de afleiding waar ik het net over had. De energie die ons altijd weer uit onszelf haalt. Met een stiltekuur van een weekend, of zelfs een dag kunnen we opnieuw leren om … de telefoon uit te schakelen. Grote ‘challenge’, hé?

                Die digitale detox, alle schermen uitschakelen, dat lijkt me steeds moeilijker te worden?

                Ik vind het vreemd. De voorbije dagen was ik in Spanje en Catalonië en praatte ik met veel journalisten. Tien jaar geleden bestonden de sociale media niet. Twintig jaar geleden was er geen internet. En nu zijn we verslaafd aan zaken die de macht hebben om onze aandacht vast te houden! Het is een echte uitdaging om daar niet van afhankelijk te worden; om er gebruik van te maken als we ze nodig hebben – of zin – maar ook om ze te kunnen uitschakelen. Dat kan geleidelijk gebeuren. In de spiritualiteit zijn die inspanningen lonend die we lang kunnen volhouden. Jezelf forceren is jezelf geweld aandoen. Ik raad iedereen aan om je digitale toestellen een paar keer per dag uit te zetten. Om te kunnen ademen. Om niet met allerlei draadjes aan andere plekken vast te hangen.

                En dat dan op te drijven, van minuten naar uren, naar dagen, naar een week?

                Ja, of er slim mee omgaan. Mijn telefoon staat aan, maar ik kijk niet alle vijf minuten. We moeten al die toestellen anders gebruiken. Op een bewuste manier. Sociale media en internet maken deel uit van ons leven, dat is allemaal interessant, maar we moeten een nieuwe manier vinden om er mee om te gaan.

                Maar u schrijft toch blogs op het internet?

                Jawel, ik gebruik het internet, ik zit op Facebook en euh… zelfs een beetje op Twitter (lacht). Maar als ik iets post, dan ga ik niet de hele dag zitten kijken hoeveel likes en commentaren er zijn. Ik gebruik de nieuwe media als kanalen om informatie te verspreiden. En als ik vrede heb met mijn emoties, heb ik geen behoefte aan het zoeken naar antwoorden. Ik blijf bij mezelf, in mijn lichaam.

                Rustig bij jezelf blijven, dat is moeilijk. U schrijft vele bladzijden over die innerlijke monoloog, dat inwendige stemmetje dat niet ophoudt met praten…

                Dàt is de grote vraag. Het kan een stemmetje zijn, of beelden, of gedachten, fysieke gewaarwordingen, emoties. De belangrijkste techniek is om je ervan bewust te worden. Helaas leven de meeste mensen meestal als robots, gehypnotiseerd door de wereld en de dingen. De gedachten komen op, mensen volgen gewoon wat er opkomt in hun hoofd. Dat is toch eigenlijk verrassend en verontrustend! Alle oefeningen in meditatie en spiritualiteit zeggen hetzelfde: wees je opnieuw bewust van je gedachten, en beslis daarna of je die wil volgen of niet. Dat vergt veel oefening. Complex is het niet, maar het vergt training, geregelde inspanning. Inspanning… een woord dat uit de mode is…

                Oefenen, herhalen, je concentreren, rituelen uitvoeren, helpt dat?

                Het idee is dat je echt anders wil gaan leven, niet meer als een robot zoals ik zei. En om de oude denkpatronen te veranderen heb je inderdaad rituelen nodig, veel nieuwe rituelen. Dat is trouwens gemakkelijker in groep. Ik geef mensen vaak de raad aan om aan te sluiten bij een meditatiegroep, om te oefenen.

                U legt vaak de nadruk op het lichaam, het fysieke, de oren, de ogen ook. Waarom is dat belangrijk als we over stilte praten?

                Het lichaam, dat is het huidige moment. Daar staat een gelijkheidsteken tussen. Maar meestal zijn we met ons lichaam ergens op een plek, terwijl onze geest elders is: aan het voorspellen wat er gaat komen, aan het herinneren, aan het verzinnen. Onze geest zit buiten het lichaam, en het is belangrijk om te leren die geest weer naar binnen te krijgen. En meteen in het moment te stappen.

                Dat is ook iets wat dieren u leren? U schrijft liefdevol over paarden, over katten.

                Ja, ik heb grote spirituele meesters vlakbij me. Ik heb het geluk naast het klooster en vlakbij een bos te wonen. Met paarden, katten, kraaien en al die kleine insectjes. Ik houd ervan om doodstil te zitten en hen te observeren. En van hen op te steken hoe je spontaan en instinctief kunt zijn. Verbonden te zijn met het weer, de wind, de maan. Dieren zijn grote leermeesters.

                Is uw zoektocht naar stilte iets puur persoonlijks, of zit daar ook een maatschappelijke kant aan?

                Voor mij gaat het veel verder dan persoonlijk welbevinden! Als je innerlijke stilte vindt en die daarna meeneemt naar andere plaatsen, dan maak je de wereld vredevoller, dan verbind je je met alles, met de bomen en alle andere dingen en mensen. Het doel is echt een innerlijke revolutie, een revolutie van de stilte.

                Is er zo’n stille beweging aan de gang, met veel mensen samen?

                Dat denk ik wel. Ik voel het, ik heb de indruk – zeker met het internet, als ik dat allemaal observeer – dat er een soort bewustwording aan de gang is, dat er iets moet veranderen aan de manier van leven zoals we die kennen sinds pakweg 1945. Het hyperconsumentisme, al die afleidingen… Mensen verlangen naar iets anders, iets eenvoudigers, terug naar de natuur. Dat zal nog toenemen. Ik ben daar nogal optimistisch over.

                We zitten hier tussen de vele boeken over persoonlijke ontwikkeling, geestelijk welbevinden, noem maar op… Dreigt het gevaar niet dat stilte ook commercie wordt? Dure retraites voor de rijken enzo?

                Ja en nee. Als de commercie er op springt, dan zal ze er wel brood in zien, zeker. Maar het stoort me niet echt, als de goede boodschap maar verspreid raakt… Kijk naar het veganisme. Ik ben veganist en dat is blijkbaar in de mode. Dat maakt me blij, want het is goed voor de dieren. Waarom niet?

                Uw boek wordt vertaald in twaalf talen, Spaans, Italiaans, Engels, Duits, Nederlands, Portugees… u hebt een gevoelige snaar geraakt?

                Ja, ik was echt verwonderd. En heel tevreden. Ik denk dat het grote publiek zin heeft om de spiritualiteit te ontdekken. En mijn boek is nogal humoristisch en vreugdevol geschreven. Het is spiritualiteit voor het dagelijks leven, niet streng of zwaarwichtig. Ik denk dat dat de lezer aanspreekt.

                Het is ook erg toepasbaar in het dagelijks leven. Wat zijn uw belangrijkste tips?

                Ik heb veel praktische oefeningen in het boek opgenomen. Neem nu je oren. Je kunt naar de stilte luisteren. (…) Misschien is dit niet erg radiofonisch, maar je kunt je verbinden met de geluiden die er nu zijn (…) verre geluiden, dichte geluiden (…), diepe geluiden, hoge geluiden, (… gsm rinkelt… ), een beltoon (lacht). Dat allemaal beluisteren is een manier om je opnieuw te ‘centeren’ in je lichaam. Voilà, een snelle methode die je doorheen de dag kunt toepassen.

                U schrijft ook over een andere manier van kijken. Wat hebben ogen te maken met stilte?

                De ogen werken vaak instinctief, een restant van toen we dieren waren. Ogen zijn naar buiten gericht, bespieden wat er rondom gebeurt. Maar de beweging van de ogen creëert gedachten, en dat resulteert soms in een hyperactief brein. Wat je kunt doen als je af en toe door de stad loopt, is je ogen en je geest kalmeren door een paar minuten al stappend naar beneden, naar de grond te kijken. Een bel creëren rond jezelf, jezelf ‘centeren’ alweer. Op die manier kun je je weer aanwezig voelen, in het moment, in je lichaam.

                En proberen niet te vallen!

                Welnee, er ontwikkelt zich een ander gevoel, je zal niet zo snel tegen anderen aanlopen (lacht)! 

                Kristien Bonneure in gesprek met Kankyo Tannier

                 

                Kankyo Tannier, De kracht van stilte, Xander, 2017, 222 p.

                Hans Schnitzler, Kleine filosofie van de digitale onthouding, De Bezige Bij, 2017, 128 p.

                 

                De stille glimlach

                De stille glimlach

                Het staat mij nog levendig voor de geest, al is het jaren geleden. Op een zonnige, winterse, ijskoude dag bezochten we in Parijs het musée Guimet, het nationaal museum voor Aziatische kunsten. Indrukwekkend. Wat mij het meest is bijgebleven zijn de tijdloze beelden van boeddha’s, goden en avatars. Ze stralen een deugddoende rust uit. En velen glimlachen. Een diepe, ondoorgrondelijke glimlach waarmee ze naar de wereld kijken. Of niet kijken. Het is immers niet altijd duidelijk of de ogen open of gesloten zijn. Je weet niet of ze met hun fysieke ogen waarnemen wat zich voor hen afspeelt, dan wel met een soort derde oog toegang hebben tot een dimensie die door de meesten onder ons zelden wordt verkend.

                Ik was onder de indruk van het vakmanschap, om niet te zeggen het meesterschap dat de beeldhouwers wisten te bereiken. De stenen glimlach op het gelaat van de beelden is voor mij niets minder dan de poort naar een andere wereld, een andere manier van zijn. In de glimlach ligt vrede, wijsheid en mildheid besloten. Een weten voorbij de woorden. De glimlach nodigt je uit om buiten de waan van de dag te gaan staan en er tegelijk liefdevol in binnen te treden. Als je lang genoeg naar zo’n beeld kijkt word je doortrokken van een weldoende, helende energie die rechtstreeks vanuit een andere dimensie lijkt door te stralen.

                Ik herken iets in die glimlach. Als ik mediteer, verschijnt er na zo’n twintig minuten spontaan een glimlach op mijn gelaat. Voor buitenstaanders lijkt het misschien een heel klein beetje op de glimlach van die Oosterse beelden. Dat weet ik niet. In elk geval: mijn gezichtsspieren ontspannen, mijn ademhaling wordt diep, regelmatig en traag, mijn schouders zakken een beetje naar beneden. In het begin van de meditatie buitelen de gedachten nog als narren door mijn geest. Na een tijdje duiken ze al wat trager op, al blijven ze talrijk. Ze trekken je nog steeds gemakkelijk mee in hun klein verhaal. De geest associeert eindeloos, moeiteloos en onvermoeibaar. Na een tijd komen er minder gedachten. Je kan er gemakkelijker naar kijken zonder dat je je laat meenemen. Gaandeweg wordt het schouwtoneel van gedachten minder druk. Af en toe nog een verdwaalde passant, waar je glimlachend naar kijkt.

                Vreemd, het is alsof onze geest uit twee lagen bestaat. Een laag met (soms heftige) gedachten, en een laag die glimlachend die gedachten observeert. Die tweede, diepe laag heeft iets onveranderlijks. Zij lijkt tijdloos. Ze is van mij en niet van mij. Alsof iets in mij, een kern van rust en stilte, kijkt naar allerlei wervelingen in mijn leven maar er niet door beroerd wordt. In hoeverre is die kern iets dat mij overstijgt? Maakt hij deel uit van een gemeenschappelijk veld dat als een soort grondlaag fungeert van alle mensen en misschien zelfs van alle bewuste leven in het universum (als dat er is)?

                De diepe kern van alles. Het doet mij denken aan de eerste twee regels van een gedicht van Felix Timmermans:

                “De kern van alle dingen
                is stil en eindeloos”.

                De kern van alle dingen. Hoeven we ons daarmee in te laten? Ligt het binnen onze menselijke mogelijkheden om er echt toegang toe te hebben? Wat schieten we op met contemplatie? Als op ons sterfbed de film van ons leven in één flits wordt geprojecteerd, zullen we dan de momenten zien waarop er een stille glimlach op ons gelaat lag of de ogenblikken waarop we de ander daadwerkelijk en onbaatzuchtig de hand reikten? Of zijn de beide onlosmakelijk met elkaar verstrengeld?

                De stille kern in onszelf is een toevluchtsoord. We kunnen er tot rust komen, herbronnen, er contact mee maken om ons lichaam en onze denkgeest te ontspannen. Een oase van waaruit je kan kijken naar de dingen zoals ze zijn, zonder aandrang om er het etiket “goed” of “slecht” op te plakken. Het woord “moeten” bestaat er niet. Vanuit dat toevluchtsoord passeren de gebeurtenissen in het leven als een bonte stoet, zonder meer. Het maakt niet uit of die stoet een bestemming heeft, al word je doortrokken van een diep, woordeloos vertrouwen dat die bestemming Universele Liefde is.

                Is deze planeet bedoeld als een oord om de stille glimlach te cultiveren? Of is zij niet meer dan een plek waar de stoet van het leven defileert, met of zonder glimlach? Een stoet waarin we meestappen, in zon en regen. Is het niet door gewoon mee te lopen in de stoet, door de directe ervaring, dat we groeien en evolueren als mens? Of is die vooruitgang slechts mogelijk door af en toe terug te keren naar onze stille glimlach, al mediterend of op andere manieren? Het is misschien juist door de alchemie tussen contemplatie en actie, tussen stille glimlach en ronddansen in de levensstoet, dat we onze condition humaine ten volle kunnen proeven. Het menselijk lot, met al zijn rijkdom en –bij momenten- al zijn ellende.

                De stille glimlach. Als ik er al toe kom, is het in mijn eentje. Het komt niet bij mij op om stil te glimlachen in de nabijheid van diegenen die ondergedompeld zijn in het lijden, als ik het al zou kunnen. Misschien heeft diegene die het moeilijk heeft dan juist het meest behoefte aan een stille glimlach, maar ik zou het niet durven. Alsof het zou getuigen van een gebrek aan empathie, een gebrek aan begrip voor de worsteling van de ander. Het is moeilijk –misschien wel onmenselijk- om op zo’n moment buiten het domein van de gewone menselijke emoties te treden.

                Kunnen wij samen stil glimlachen om de uitdagingen van de wereld tegemoet te treden? Daar geloof ik in. De rust, de onmeetbare vibratie van de stille glimlach van mensen die samen zijn, die van elkaar weten dat ze op zoek zijn naar de stille glimlach, doet de stille glimlach krachtiger werken. De collectieve stille glimlach veroorzaakt een stille energie die de excessen van de levensstoet wat kan temperen. Of draaglijk maken.

                Zou het een idee zijn om in parken en op pleinen standbeelden te plaatsen met stil glimlachende figuren? De publieke ruimte als een soort gigantisch musée Guimet? Het openbaar domein zou worden verrijkt met een ander accent. Wie weet zouden de beelden ons inspireren, ons af en toe –vaak onbewust- brengen tot een begin van stille glimlach? Elke stille glimlach is als een steen die in de vijver van het bestaan wordt geworpen. Hij veroorzaakt heilzame kringen die ver reiken.

                 

                  Stilte is van niemand en voor iedereen

                  Stilte is van niemand en voor iedereen

                  De twee minuten stilte op de Dodenherdenking begin mei zijn ‘heilig’ voor de Nederlanders. Maar actievoerders dreigden in 2018 met veel lawaai, om aandacht te vragen voor de slachtoffers van de Nederlandse kolonisatie.

                  Er kwam in Nederland een rechter aan te pas om de twee stille minuten tijdens de Dodenherdenking op 4 mei 2018 te vrijwaren. De avond van 4 mei is bijzonder; dan worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten herdacht. Dat gebeurt al meer dan 70 jaar volgens een strak scenario, in aanwezigheid van het koningspaar. Nadat de klok van de Nieuwe Kerk acht keer heeft geslagen volgen twee volle minuten indrukwekkende stilte op de volgepakte Dam in Amsterdam. 

                  Het actiecomité ‘Geen 4 mei voor mij’ heeft daar bezwaren tegen; de tegenstanders noemen de plechtigheid hypocriet en racistisch. De slachtoffers van het Nederlandse leger na de bevrijding in Nederlands-Indië (toen nog een Nederlandse kolonie) worden namelijk niet herdacht.

                  ‘Geen 4 mei voor mij’ wilde tijdens de stilte van de Dodenherdenking letterlijk kabaal maken. Of als het moest zelfs een luchtalarm laten afgaan, om in oorlogssfeer te blijven. Nou moe! De rechter verbood de actie; de tegenstanders zagen er uiteindelijk van af. Ze zijn wel tevreden dat ‘de beerput is geopend’ en het onderwerp nu op de kaart staat.

                  Er vallen gewichtige woorden over twee minuten stilte. De burgemeester van Amsterdam beschouwt de Dodenherdenking als een ‘heilig moment’, en het organisatiecomité wilde niet praten met de actievoerders “omdat die zich buiten het maatschappelijk debat plaatsen”. Opnieuw: nou moe!

                  De Dodenherdenking lijkt het volgende heilige huisje waarvan onverlaten de ruiten ingooien. Links en rechts vliegen elkaar weer eens een keer naar de strot met termen als politiek correct, lange tenen, geschiedvervalsing, traditie, cultuur, identiteit, koloniale erfenis, witte kramp… Ik hoor het koor aanzwellen als in een opera van Wagner. Of is dat de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang?

                  Stilte, ruimte en tijd delen heeft grote verbindende betekenis

                  Mij treft vooral hoe stilte en lawaai opgeëist kunnen worden. Een minuut stilte kennen we als een gedeeld moment van respect. Op een openbare plek samen stil zijn en stil staan betekent wel wat. Na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem, na àlle aanslagen, zie je mensen geschokt en bouche bée samentroepen op de plaats des onheils, om een bloem neer te leggen, een kaars te branden.

                  Helaas moet er nog al te vaak eerst iets heel ergs gebeuren. Een mooi voorbeeld van positieve stilte zijn de publieke sit-ins van ‘Silence for Peace’ in Brussel, Antwerpen en andere steden (n.v.d.r. In de nasleep van de aanslagen in Brussel in 2016 vonden deze sit-ins enkele jaren na elkaar plaats en ook op diverse plekken in Vlaanderen). Zonder aanleiding, maar met des te meer betekenis: samen stilvallen in de wereld, verbinding zoeken en hopelijk ook uitstralen.

                  Het is goed als ook de overheid daar gelegenheid toe biedt. Zo’n ‘officiële’ stilte lijkt neutraal, als een soort seculier gebed. Maar het is een dubbeltje op zijn kant. Als ik onder de Menenpoort in Ieper de stilte hoor waarin de Last Post verdwijnt, dan beneemt me dat nog altijd de adem. Maar als ik mijn ogen opendoe en de vele militaire uniformen zie, dan snap ik ook waarom Unesco dit (nog) niet als (neutraal) Werelderfgoed erkent. Om de balans te herstellen ga ik steevast ook naar het Duitse Soldatenfriedhof in Vladslo, om stil te zijn in het gezelschap van de gebroken vader en moeder van Käthe Kollwitz.

                  Als de stilte politiek geclaimd wordt of zelfs heilig verklaard, dan is er weinig ruimte voor gefluister in de marge

                  De stilte van de Dodenherdenking in Amsterdam is wel erg geregisseerd, geritualiseerd en misschien ook gebetonneerd. Als het machthebbers zijn die beslissen wie, waar, wanneer en waarom stil moet zijn, dan komt er vroeg of laat een ogenblik waarop die stilte ter discussie staat.

                  Ik ben fan van stilte. In een (soort van) ideale definitie: stilte als vrijplaats om open te staan voor de buitenwereld en ruimte te scheppen om te reflecteren. Als ik dat samen met anderen kan beleven, des te beter. Hoe meer zielen, hoe meer stilte.

                  Maar ik ben me ook bewust van de problematische kant. Van Dale geeft bijvoorbeeld vooral negatieve definities van stilte: eigenschap van zonder beweging te zijn; toestand dat het niet of weinig waait, dat niemand geluid maakt, dat er niet gesproken wordt, afwezigheid van verkeer, vertier… Voor veel slachtoffers mag het net wat meer waaien, zeker als de stilte van bovenaf wordt opgelegd.

                  “Silence encourages the tormentor, never the tormented,” zei de nazi-jager Elie Wiesel, toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Je leest het in de woordenschat: slachtoffers worden monddood gemaakt, wandaden doodgezwegen, potjes gedekt. Als stilte onderdrukt, dan is spreken – of schreeuwen – natuurlijk bevrijdend: inspraak krijgen, gehoord worden, een stem hebben. Eindelijk! Me Too! In die zin zijn stilte en lawaai politiek. “Who gets to make a noise and who doesn’t, who gets their voice heard and who doesn’t, who gets to listen and who doesn’t is of crucial importance,” schrijft David Hendy in zijn boek ‘Noise’.

                  In Nederland wilde ‘Geen 4 mei voor mij’ lawaai maken tijdens een stille minuut, maar het kan ook omgekeerd. Tijdens de demonstraties in Turkije tegen de ontruiming van een centraal plein bleef eerst één choreograaf stil staan, en later vele anderen met hem. Een jaar nadat een storm over Pukkelpop raasde, vroeg zangeres Skunk Anansie om allemaal samen 20 seconden veel kabaal te maken, uit eerbied voor de slachtoffers.

                  Respect kan stil of luid zijn. Wat telt is de intentie en de aandacht. En dat is zeldzaam in de swipende wereld.

                  Hoe los je dat nu op in Nederland? Tja, tegelijk stil zijn en lawaai maken kan natuurlijk niet. Maar de lawaaimakers hebben wel een punt dat zelfs officiële stille minuten niet in stenen tafelen gebeiteld zijn. Discussie is goed, “de herrie brengt ons verder”, zegt Ilse Raaijmakers, die een boek publiceerde over de Dodenherdenking met de veelzeggende titel ‘De stilte en de storm’.

                  Wellicht is het tijd om herdenkingen te her-denken met nieuwe vormen en gedachten. Ik zou het fijn vinden als dat in stilte blijft gebeuren. Ik denk aan de vierdaagse tocht IJzer 2018 waarbij ik vorige maand een stukje meefietste. Dichters hielden letterlijk halt in de berm. Ze lazen eigen gedichten en verzen van 100 jaar geleden voor, zowel van Vlaamse frontsoldaten, Britse war poetsals van ‘den Duits’ of van een Indiase dichter. We vielen daar met z’n allen voortdurend stil in de Westhoek. En dat zal me nog lang heugen.

                  In mijn ideale wereld is stilte een vrijplaats, politiek niet te claimen, inclusief, een ruimte die de tegenstellingen overstijgt, niet verkaveld, van niemand en voor iedereen. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one.

                    Stilte als voorwaarde voor actieve hoop • Waar rust de stilte?

                    Stilte als voorwaarde voor actieve hoop • Waar rust de stilte?

                    Ik kreeg een vraag om na te denken over het belang of de betekenis van de stilte. Ik ben er nog mee bezig. Met dat nadenken. Het dreef mijn moeder wel eens tot lichte wanhoop, toen ik nog echt een klein jongetje was, tijdens het eten. Op de vraag wat en of ik wou eten, antwoordde ik – naar waarheid natuurlijk – dat ik nog moest nadenken.
                    Ik ben ondertussen een groot klein jongetje, en het is met dat nadenken niet echt veranderd. Nu ik elke dag voor mezelf kook, gaat de eetdialoog al wel een stuk soepeler. Er is enige wijsheid gekomen in mijn leven. Sommige gevechten met jezelf hoef je niet te blijven voeren. Met het ouder worden is de gulzigheid in mijn hoofd niet verminderd, maar nam wel het verlangen nog toe om even te mogen nadenken.

                    Je zou het iemand als de Amerikaanse president wel toewensen. Zwijgen. Gewoon zwijgen, af en toe. Als een verslaafde junk kan hij als er volgens hem iets gebeurt hoogstens enkele fracties van seconden wachten om aan zijn volgende twittertirade te beginnen. En als er niets gebeurt, doet hij het ook. Hijzelf gebeurt dan, denkt hij.

                     Stilte is niet gewoon de afwezigheid van lawaai of getier. Het is ruimte laten voor een plek waar je eigen rusteloze ego niet meteen die plek vult. Een plek is niet een nog niet ingenomen ruimte. Leegte is niet een nog niet gevulde kamer. Het klinkt wat zweverig misschien, maar de plek van de stilte is. Niet meer of minder.

                    Als je niet de hele tijd roept, als je niet de hele tijd meningen spuit, als je niet de hele tijd onmiddellijk reageert, als je niet de hele tijd anderen aanvalt, als je af en toe gewoon zwijgt, om na te denken, kom je jezelf tegen. Meningen zijn heel belangrijk, in de zin van samen zoeken in de voortdurende dialoog naar waar de waarheid zich zou kunnen bevinden. En zoeken is belangrijker dan vinden. Maar om iets te begrijpen, heb je ook stilte nodig.

                    Ik kan er met de jaren steeds minder goed tegen, die stortvloed van onmiddellijke meningen. Er gebeurt iets, en onmiddellijk hebben mensen hele analyses klaar of wijzen ze meteen een verantwoordelijke aan. Oef, daar zijn we vanaf, op naar de volgende mening. Die Italiaanse minister, naast het puin van die ingevallen brug. Hupsakee, het is de schuld van de Europese Unie. Scoren.

                     Zou er ook enige deemoed mogen zijn? Zou je ook gewoon verslagenheid mogen laten zien? Kunnen we niet gewoon even zwijgen, uit respect voor mensen die hun leven hebben verloren? Daarna gaan we dan stap voor stap op zoek naar wat er gebeurde en waarom, met hopelijk genoeg ruimte voor twijfel en nuance in het zoeken, en met in dit geval ook oog voor de reële verantwoordelijkheid van de overheid. Sociale media bieden natuurlijk alle instrumenten om meningen tot een soort junkfood te maken. (Als de Amerikaanse president zelf wat minder junkfood zou eten, zou hij dan ook minder junkmeningen hebben? Wie weet?)

                     Je krijgt altijd te horen dat je niet kunt ingaan tegen allerlei ontwikkelingen. Dat de dingen nu eenmaal zijn wat ze zijn. Politici en journalisten bewegen in een ongelooflijk hectische omgeving, waarbij je misschien al lang niet meer kunt zien wat waar begon. Maar ik zou het hun toch willen toewensen, dat ze af en toe de tijd en de kans krijgen om te zeggen dat ze iets nog niet weten, dat ze even moeten nadenken, dat ze hun twijfel mogen uiten.

                     We zouden elkaar een beetje meer van die stilte moeten gunnen. We hebben, in een wereld die zelf in een duivelse versnelling lijkt te komen, nood aan stilte. Stilte is ook verwondering, de ruimte om het andere te kunnen zien in je hoofd en te voelen in je lichaam. Als je verslaafd bent aan het spuien van junkmeningen ben je misschien wel bang van de kwetsbare of gekwetste mens die je in de spiegel zou zien als je het even stil zou maken. Nochtans is het die mens die echt verbinding zou kunnen maken met andere mensen. Nochtans zou het eerlijk kijken naar je eigen kwetsuren kunnen voorkomen dat je anderen gaat kwetsen. (Ik moest er nog aan denken toen ik het zoveelste gruwelijke verhaal las van het massale misbruik in een deel van de Amerikaanse katholieke kerk. Stilte is geen opgelegd zwijgen over misbruik of wegkijken van je verantwoordelijkheid, stilte zou meer te maken moeten hebben met een aantal deugden die de kerk zogenaamd zou moeten verdedigen…).

                     Stilte in tijden van klimaatverandering heeft denk ik te maken met verdriet. Als je echt probeert de omvang te begrijpen van wat er aan het gebeuren is, gaat het een beetje duizelen. Je voelt je mogelijk klein en machteloos tegenover iets dat zo groot lijkt. Het is een heel menselijk gevoel. Proberen dat gevoel niet te zien door te gaan hollen is dat ook. Er zijn mensen die het in negatieve zin doen, door te ontkennen dat er een probleem is, door te doen alsof het de ‘anderen’ zijn die het moeten oplossen, of zelfs door te zeggen dat het toch allemaal al om zeep is. Je snijdt zo de weg af naar de plek waar het stil is, en waar je alleen bent met die machteloosheid.

                     Er zijn mensen die hun onrust vertalen in een even hollend en slopend activisme. Ze jagen elkaar op, en komen al snel dicht bij de uitputting. Het is ook een vorm om niet te hevig te moeten voelen dat je pijn hebt, dat je verdriet hebt, om een mooie planeet die gekwetst wordt, om de toekomst van je kinderen, om het onrecht. Het is me al vaak opgevallen bij mensen die heel sterk maatschappelijk geëngageerd zijn, dat ze het zo moeilijk vinden om gewoon te zeggen dat ze verdriet hebben. Het lijkt veiliger om die stilte voor te blijven, maar het put je wel uit. Af en toe gewoon de stilte aanraken, daar toelaten dat je verdriet voelt, en dat delen met anderen, dat maakt je niet banger, maar geeft je integendeel veel energie. Je ziet gemakkelijker hoe je verbonden bent met anderen, en het voelt goed om deel te zijn van het alternatief. De stilte is een voorwaarde voor een actieve hoop.

                     Ik merk dat ik nog steeds aan het nadenken ben en via omtrekkende bewegingen in de buurt kom van wat ik misschien ga antwoorden op de vraag die ik kreeg. Misschien is stilte een te koesteren ecosysteem in ons lichaam. Misschien is stilte een mogelijkheid. Misschien is stilte een zachte daad van verzet in een wereld die steeds sneller vooruit lijkt te hollen. Misschien heb je soms stilte nodig, om daarna beter lawaai te kunnen maken en beter te weten waar je een verschil kunt maken. Misschien hoeven we niet bang te zijn van de stilte waarin we elkaar als gekwetste en breekbare mensen kunnen ontmoeten. Het helpt om samen te blijven dromen van verandering.

                    Deze column verscheen ook in het tijdschrift MO.