Header Website 20160311

De denker en de dichter

De jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw worden wel eens beschreven als een tijd van ecologisch reveil. Het begon met het boek Silent Spring van de Amerikaanse biologe Rachel Carson. Het verscheen in 1962 en het sloeg in als een bom. Carson beschreef de ecologische schade die is opgetreden doordat pesticiden in de voedselkringloop terecht zijn gekomen en ze toonde aan dat de menselijke invloed op het milieu kan reiken over grote afstand en tot in de verre toekomst. Door Silent Spring leerden we zien hoe kwetsbaar ecosystemen zijn en hoe ver de arm van de mens zich uitstrekt. Al snel verscheen er een stroom aan publicaties die de aandacht richtten op zaken als uitlaatgassen, olievervuiling en giftig afval; en in 1972 bracht de Club van Rome het gezaghebbende rapport Grenzen aan de groei uit. Daarin werd gewezen op de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen. Vanaf die tijd werd de term ‘ecologische crisis’ gangbaar. De verhouding van de mens tot de natuur werd een belangrijk thema in het maatschappelijk debat.

Echter, na een halve eeuw waarin meer geschreven lijkt te zijn over de relatie tussen mens en natuur dan in de eeuwen daarvoor bevinden we ons nog steeds in een ecologische crisis. Zeker, er is in de afgelopen decennia allerlei wetgeving gekomen ter bescherming van natuur en milieu. Zeker, er zijn velerlei technische maatregelen getroffen om onze schadelijke invloed enigszins te beperken. Maar de variatie in ecosystemen en in soorten levende wezens op deze aarde, dat wil zeggen de biodiversiteit, neemt nog steeds - zij het wat vertraagd - af. Bovendien hebben we er een klimaatcrisis bij gekregen.

De vraag is hoe dit mogelijk is. We weten dat onze huidige levensstijl een enorme ecologische voetafdruk heeft. We weten dat we door onze moderne levensbehoeften en door ons consumptief gedrag schade toebrengen aan natuur en milieu, niet alleen in onze directe leefomgeving, maar tot in de uithoeken der aarde. We weten dat we het toekomstig welzijn van de mensheid en van andere levensvormen op deze planeet in gevaar brengen. En toch lijken we niet in staat onze koers te wijzigen. Sterker nog, nu er een economische achteruitgang is, bezuinigen we buitenproportioneel op het gebied van natuur- en mileubescherming en stoppen we met investeringen in duurzaamheid.

Weten dat we deel van deze aarde zijn, dat we verbonden zijn met een grotere gemeenschap van leven, is blijkbaar niet genoeg. We zullen dat ook moeten gaan voelen en ervaren. Dat betekent dat er een verschuiving nodig is in de manier waarop we de werkelijkheid beschouwen. De filosoof Ulrich Libbrecht stelt in zijn comparatief filosofisch model dat er twee fundamenteel verschillende paradigmata zijn in het interpreteren van de wereld der verschijnselen. In het ene duiden we de werkelijkheid door te scheiden, te onderscheiden, te benoemen en te verwoorden. Hiervoor gebruiken we onze rationele functie. De Indiase filosofie spreekt over het principe van nāma-rūpa, letterlijk ‘naam en vorm’, dat wil zeggen onderscheiding door naamgeving. De volgende stap is dan het rationele zoeken naar dat wat alle verschijnselen verbindt, en daarin worden uiteindelijk de woorden weer losgelaten in een proces van mathematisering. E=MC2 vormt dan een uiterste, meest zuivere uitdrukking van de werkelijkheid (althans voorlopig, totdat de theorie van het al, waarnaar fysici zo naarstig op zoek zijn, in termen van de mathematica kan worden uitgedrukt). Dit paradigma van rationele beschouwing heeft een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van onze westerse cultuur.

In een ander paradigma, waarin de functies van het gevoel en de intuïtie centraal staan, wordt de wereld in de eerste plaats geduid via beelden. Hier staat verbeelding voorop en betreden we het domein van de mythen en metaforen, de poëzie en de beeldende kunst. In het daarop volgende gevoelsmatige zoeken naar dat wat alle verschijnselen verbindt, worden uiteindelijk deze beelden weer losgelaten en blijft slechts de stille, onbeschrijflijke, niet in beelden te vatten ervaring van grenzeloos, alles verbindend zijn over. Die vormt dan de uiterste en meest zuivere expressie van het zijn. Dit paradigma heeft een grote rol gespeeld in bepaalde oosterse culturen en de ervaring van het verbindend zijn wordt daar weergegeven door verschillende begrippen: qi (levensadem), tao (de weg), śūnyatā (leegte), en in Zen spreekt men van boeddha-natuur. Maar het is beslist ook niet vreemd aan onze eigen cultuur; we hoeven maar te denken aan “het essentiële niets” van Meister Eckehart, de poëzie van Wallace Stevens en de filosofie van Heidegger.

Het gaat er nu niet om dat we het ene paradigma door het andere dienen te vervangen. Maar zowel de natuur als wijzelf zouden er wel bij varen als we de beide paradigmata wat meer met elkaar in verband zouden kunnen brengen. Dat is echter eenvoudiger gezegd dan gedaan. Op de eerste pagina van een van zijn boeken schrijft de Vietnamese Zenmeester Thich Nhat Hanh:

“Als je een dichter bent, dan zie je duidelijk dat er een wolk drijft in dit vel papier. Zonder wolk is er geen regen; zonder regen kunnen de bomen niet groeien; en zonder bomen kunnen we geen papier maken. De wolk is nodig voor het bestaan van het papier. Als de wolk er niet is, kan dit vel papier er ook niet zijn…Als we nog dieper in dit papier kijken, kunnen we er zonneschijn in zien. Als de zon er niet zou zijn, kan het bos niet groeien….En zo weten we dat er ook zonneschijn in dit vel papier is. Als we nog langer kijken, kunnen we de houthakker zien die de boom velde en hem naar de fabriek bracht waar hij omgevormd werd tot papier. En we zien de tarwe. We weten dat de houthakker niet kan leven zonder zijn dagelijks brood en daarom is de tarwe die zijn brood werd, eveneens in dit vel papier. En ook zijn vader en zijn moeder zijn in dit papier…Als we nog dieper kijken, zien we dat we er ook zelf in zijn. Dat is niet zo moeilijk in te zien: wanneer we naar een vel papier kijken, wordt het vel een deel van onze waarneming…We kunnen dus zeggen dat alles hier is, in en met dit vel papier. Er is niets aan te wijzen dat niet hier is - tijd, ruimte, de aarde, de regen, de mineralen in de bodem, de zon, de wolk, de rivier, de warmte. Dit vel papier bestaat omdat al het andere bestaat.” We zouden - zo gaat Thich Nhat Hahn verder - een nieuw werkwoord moeten invoeren: “interzijn.”

Dit is een uitermate interessante tekst. Hij verbindt als het ware de twee paradigmata. Op een ons vertrouwde, rationele wijze laat Thich Nhat Hahn zien dat de verschijnselen die we onderscheiden en benoemen slechts bestaan op grond van wederzijdse betrekkingen. Ze staan niet op zichzelf. Dat sluit goed aan bij wat de fysica, de ecologie, de sociologie en de psychologie ons leren. Maar - zo probeert Thich Nhat Hahn duidelijk te maken - dit weten is slechts de ene kant. Er is ook nog de ervaring ervan, de beleving ervan. Daarom begint hij zijn tekst met: “Als je een dichter bent, dan zie je…..” Met andere woorden, als je je daarvoor openstelt dan ervaar je jezelf als deel van de wereld, als lid van de grote gemeenschap van leven. Dan ervaar je jezelf in ‘interzijn’ en voel je vanuit het diepst van je wezen dat de essentie van bestaan gelegen is in verbinding en betrokkenheid.

De visie van Thich Nhat Hanh komt tot op zekere hoogte ook naar voren in onze eigen cultuur en wel in de beschouwingen van de filosofische stroming die bekend staat als de Diepte-ecologie, sedert een van haar grondleggers, de Noorse filosoof Arne Naess, deze term in 1973 introduceerde. Diepte-ecologie is volgens haar vertegenwoordigers niet alleen een filosofische theorie, maar ook een wijze van beleven en van leven. 'Diep' staat hier tegenover een in de ogen van de diepte-ecologen oppervlakkige benadering die de oplossingen voor de ecologische problematiek vooral zoekt in een technologische richting. Diepte-ecologen leggen in hun beschouwingen verbanden met oudere tradities in het westers denken, onder andere met de Griekse filosofen vóór Socrates, met Franciscus van Assisi, Spinoza en Heidegger, en ook met oosterse ideeën (Arne Naess zelf bewonderde Gandhi en was vertrouwd met Indiase filosofische systemen). Eén van de belangrijkste uitgangspunten in de diepte-ecologie is de eenheid van alle leven. Men ziet een verbondenheid tussen al het bestaande en de mens wordt niet beschouwd als een apart wezen ín de wereld maar als een speciale uitdrukking ván de wereld. In de ogen van de Diepte-ecologen heeft al het bestaande, de hele wereld, zin en betekenis. De Diepte-ecologie, hoe wijs en diep haar beschouwingen ook waren, bleef jammer genoeg slechts een filosofie Ze heeft niet geleid tot een wezenlijke verandering in grondhouding in onze cultuur en tot een andere wijze van omgaan met de natuur.

Hier komen we bij een zeer belangrijk punt. Thich Nhat Hanh is een Zenmeester en hij wijst er in zijn onderricht steeds weer op dat verbinding en betrokkenheid niet vanzelf ontstaan. Er is meditatieve training voor nodig om de ervaring van ‘interzijn’ te realiseren. Er is oefening voor nodig om van denker tot dichter te worden, om de reis te maken van rationeel inzicht naar wezenlijk ervaren.

Daarin ligt misschien wel het grootste probleem van onze tijd. Ons tempo van leven en de werkdruk zijn zo hoog geworden dat er in het geheel geen ruimte meer is voor stille aandacht. De buitenwereld is een maalstroom geworden die onze binnenwereld meezuigt. We bevinden ons – om een metafoor uit de oosterse spiritualiteit te gebruiken – alleen nog maar aan de oppervlakte van de oceaan waar het water door de wind bewogen wordt en voortdurend in golven uiteenvalt, zonder dat we ooit verzinken naar de stille diepten waar we kunnen ervaren dat alle golven uit hetzelfde water voortkomen. Daardoor blijven we gevangen in een wereld van onderscheiding en scheiding.

Er is dagelijkse inzet voor nodig om ons daaruit te bevrijden. Eigenlijk is het heel simpel: de weg naar de ervaring van ‘interzijn’, naar wezenlijke betrokkenheid bij de grote gemeenschap van leven en als gevolg daarvan naar duurzaam leven en handelen, begint met in ons dagelijks leven momenten van verstilling en eenvoud in te bouwen, momenten waarin we weer toegang krijgen tot wat de Upanishaden “de stilte van de holte van het hart” noemen. Daar worden we beroerd door het wonder van het bestaan; daar vinden we verbinding met onszelf en met de wereld.

 

Matthijs Schouten

NIEUWSBRIEF

Regelmatig informeert Waerbeke over de werking van de beweging. Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!
Please wait

banner Waerbekehuis

Conferentie banner terugblik2017

... en activiteiten via UITdatabank