Header Website 20160311

Architectuur en de echo van de stilte

Stilte is één van de wonderlijkste neveneffecten van architectuur. Zelden vormt ze een doel op zich. Absolute stilte levert immers – letterlijk en figuurlijk – dode kamers op.

De inerte stilte van bouwmaterialen – steen nog sterker dan hout – maakt dat gebouwen ruimtes scheppen, waar geluiden van buitenaf worden geweerd. Architectuur snijdt als het ware een plek van stilte uit het tumult van de stad, uit het ruisen van bomen, het fluiten van vogels... Architectuur schept ruimte en wacht – zoals de Italiaanse architect Aldo Rossi (1931-’97) het zo prachtig formuleert – als een theaterscène op acteurs – om tot leven te worden gewekt.

Sterker nog dan een leeg gebouw, lijkt een lege theaterzaal gestalte te geven aan de stilte. Maar het is een soort van nutteloze leegte. Een huis, een school, een fabriek, een kantoor..., gespeend van menselijke activiteit en machinale geluiden, overdondert daarentegen door een confronterende stilte die er in de lucht hangt. Een stilte die willens nillens existentiële vragen oproept. Want het stille ‘zijn’ der dingen dwingt tot nadenken over het eigen zijn.

Sommigen worden ongemakkelijk bij zo’n stilte. De Duitsers hebben er het woord unheimlich voor bedacht, de Britten uncanny. Beide woorden houden een negatie in: namelijk de omkering van het ‘huiselijke’ of het ‘niet-weten’. [Canny = 1ste en 3e persoon enkelvoud van can, in het Noord-Engelse dialect voor to know.]

Architectuur die de stilte tastbaar maakt, wekt vervreemding en onzekerheid. In zo’n context ervaart niet iedereen de stilte als helend, genadig of troostend. Omdat ze – sterker nog dan de ‘volle’ stilte van de natuur – elke beweging of elk geluid dat je als mens zelf maakt, door een echo versterkt en bijna mechanisch uitvergroot. De echo lijkt zelfs te spotten met de stilte, door ongenadig elk geluid te vermenigvuldigen tot ze ergens in een ongrijpbaar punt uitsterft.

Dit soort vervreemdende stilte roept een ondergrondse ruimte op, die de architect Daniel Libeskind ontwierp voor het Joods Museum in Berlijn [2001]. Je betreedt een overmaatse zaal met betonnen muren, nadat je een loodzware, stalen deur achter je hoort dichtvallen. De nagalm doet de stilte van de zaal exploderen. Niet gespeend van enige theatraliteit, ensceneert Libeskind hier architectuur tot een metafoor voor het drama, de schande, het onuitspreekbare... de Shoah. Je kunt vragen stellen bij Libeskind’s theatrale aanpak. Want wordt de stilte niet leugenachtig, wanneer ze de ironie en de vrijheid van de poëzie ontbeert? Zoals Paul Celan (1920-’70) in zijn gedicht Todesfüge: ‘[...] we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap [...]’.

Uncanny en unheimlich zou je de schaduwzijde van stilte kunnen noemen en geeft de stilte van de architectuur een filosofische dimensie. Zoals de schaduw niet het tegendeel, maar onafscheidelijk deel uitmaakt van het krachtenveld van de zon, zo reveleert de stilte in architectuur het relatieve, het eindige van het leven zelf.

Vaak wordt vergeten dat architectuur niet uitsluitend driedimensionaal – lees: ruimtelijk – is. Architectuur kent immers ook een vierde dimensie – tijd – en maakt tijd tastbaar.

Stilte maakt die tijdsdimensie van architectuur heel concreet. Meer nog dan geluid of muziek. Want geluid of muziek neemt de ruimte in, gaat er als het ware mee aan de loop en eist alle aandacht op. Terwijl stilte de ruimte – als een ‘stomme film’ – zich laat ontwikkelen en ontplooien in de tijd.
De Japanners kennen een interessant ruimteconcept, genaamd . [Dit begrip kan kortweg worden vertaald als ‘opening’, ‘ruimte’, ‘pauze’ of ‘ruimte tussen twee elementen van een zelfde structuur’.] Dit kan zowel slaan op de ruimte als op tijd. In wezen gaat het om een interval. Of nog: de ruimte (of tijd) tussen twee elementen. De ruimte (of tijd) is dus geen omsloten plek, maar een ruimte (of tijd) die slechts door de verbeelding of met empathie kan worden ervaren. Stilte zou je vanuit het concept van kunnen opvatten als een interval tussen mens en gebouw, als het interval tussen twee geluiden.
Die integratie van geluid en stilte tot een interval, dat zowel ruimtelijk als akoestisch kan worden ervaren, maakt dat de stilte in architectuur juist kracht en betekenis heeft. Ze staat immers niet op zich. Ze moet in haar autonomie worden gezocht en geschapen, juist omdat ze de niet-stilte van de architectuur bewust maakt.

Schrijver dezes, ziet op dit eigenste ogenblik, vanuit een stille kamer, met open raam op de tuin, het licht van de zon zakken, zachter maar voller van kleur worden. De schaduwen van de bomen en de planten worden gestaag langer. Dit is het spel dat zich elke dag afspeelt in alle gebouwen ter wereld. Scherper dan een boom of een plant, schuift het licht in gebouwen geruisloos in rechte schaduwvlakken door de ruimte. Het hoeft niet stil te zijn, opdat dit spektakel zich voltrekt. Maar de stilte waarin de zon – dag in dag uit, seizoen na seizoen – de architectuur opneemt in een dynamisch spel van licht en schaduw, maakt dat de architectuur in de stilte een bewustwording tot stand kan brengen over de ongrijpbare oorsprong en het wezen van de kosmos.

Koen Van Synghel

NIEUWSBRIEF

Regelmatig informeert Waerbeke over de werking van de beweging. Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!
Please wait

banner Waerbekehuis

Conferentie banner 2017

... en activiteiten via UITdatabank