Header Website 20160311

Stilte oordeelt niet

Bij een retraite in Kloosterhotel Zin vermaande de Benedictijnse zenmeester Willigis Jaeger ons eens te luisteren naar de stilte achter de stilte. Deze vermaning is mij altijd bij gebleven, hoewel ik deze eigentijdse mysticus niet als een prettig mens heb leren kennen.

Zijn boeken heb ik altijd weergaloos gevonden. Maar de mens Jaeger beviel me niet erg. Nu ik me wat meer open stel voor de stilte achter de stilte, dringt steeds beter tot me door dat een oordeel waardoor ik mij laat meeslepen, mij weghoudt van de stilte en mijzelf schade berokkent. In dit geval dus mijn oordeel over Jaeger. Trouwens, mijn oordeel over hem zegt meer over mij dan over hem. Dat is ook nog zo wat.

Ach, ik denk heus niet zo regelmatig aan Jaeger dat ik daarmee dagelijks mijn contact met de stilte blokkeer, maar er zijn wel duizenden andere oordelen in mijn hoofd die als schuivende panelen steeds voor de stilte gaan staan. Ik zeg vaak: ‘Zen is opendoen’, maar als ik die panelen steeds maar hun werk laat doen, houd ik zelf de luiken potdicht. Dan vormt dit proces een wapen dat zich tegen mijzelf keert. Ik kan wel denken dat mijn gelijk in dit of dat, in zus of zo enige rechtvaardiging oplevert in verwijten aan enig adres buiten mij, maar in werkelijkheid ga ik uit verbinding met de werkelijkheid zoals die is. Ik zet mijzelf buiten spel en niet een veronderstelde tegenstander.

De verzen van de geest van vertrouwen (Hsin Hsin Ming) van Seng Ts’an, de derde patriarch die leefde in de zesde eeuw, vormen hier vertrouwd soelaas. Hang je toch niet op aan je oordelen, aan je voorkeuren, aan wat je verwerpt, zegt hij. Kijk toch hoe het vergelijken van wat je bevalt en niet bevalt de ziekte van je geest is. Je gaat niet alleen uit verbinding; je ziet de dingen ook niet meer zoals ze zijn.

Ik ontdekte onlangs een prachtige vertaling van de hand van zenmeester Hakuun Barnhard, die te vinden is op de site van de Order of Buddhist Contemplatives. Zij vertaalt Hsin Hsin Ming als Vertrouwen in wat je bent. Wat mooi! Daar lees ik onder meer:

Als je dat wat bestaat wegdrukt
Smoor je het leven ervan,
Als je de stilte najaagt
Keer je je er juist van af.

Als je jezelf overgeeft aan denken en praten
Keer je je af van de waarheid zoals die is.
Houd op met omschrijven en uitdenken –
Dan is er niets wat je niet doorgrondt.

Wat een geweldig advies aan iemand als ik, wiens boeddhistische naam Kobun is, wat zoiets betekent als: cultiveer je uitdrukkingsvaardigheid. Hou eens op met al dat geneuzel. Het advies om te laten zijn wat er is, vormt de diepste kern van wat het oude Hollandse gezegde ‘leven en laten leven’ beoogt weer te geven. Opvolging van dit advies houdt niet in dat jij er een stempel van goedkeuring aan geeft of dat je onverschillig terzijde gaat staan. Nee, het houdt alleen maar in dat je bereid bent te zien, precies wat er gaande is. Niet vertekend door de kleur van je brilleglazen.

In de stilte achter de stilte manifesteert zich de zoheid. Het: ‘zo is het dus’. Geen mitsen en maren meer, maar ‘oh ja, zo is het’. In de stem die spreekt in de stilte achter de stilte bloeit het vertrouwen op in wat je bent. Ja, wat is dat dan? Dat kom je te weten, of liever: je gaat merken dat je dit al weet, al heel lang, want er zal niets zijn ‘wat je niet doorgrondt’.

Dus het gaat mij steeds minder om de vraag wie er gelijk heeft, maar wat er aan de orde is. Mijn vroegere journalistieke nieuwsgierigheid, die veel hebben en halen in zich droeg, transformeert zich langzaam maar zeker in oprechte, meelevende interesse. Het actuele Griekse drama is niet meer een Bühne met goeden en slechten, waarover ik ‘objectief’ bericht en commentarieer. Het is een speelveld waarvan ik steeds scherper zie wat het is: hoe alle spelers haken naar liefde en ontferming, niet alleen de zogenaamde goeien. Zou het überhaupt denkbaar zijn dat politici vanuit liefde kijken naar en werken met de dingen die zich voordoen?

De internationale toppoliticus en Soefi Johan Witteveen die onlangs op zijn 93ste een mooi interview te zien gaf bij omroep Max denkt in elk geval dat meditatie en stiltereflectie politici kunnen brengen tot harmonischer beslissingen die heilzamer zijn voor alle betrokkenen. De stilte (achter de stilte) waarvan Jaeger en Seng Ts’an gewag maken is in feite niets anders dan liefde. Najagen en willen hebben werkt niet. Je openen wel. Witteveen noemt dat in jezelf contact maken met het goddelijke dat daar is.

De stilte oordeelt nooit over dat wat bij haar wordt gebracht. Stilte vertegenwoordigt een diep verlangen om vrij te zijn en vrij te makenen dat dit één is. Daartoe geven wij het roer uit handen aan… noem het universum, noem het Tao, noem het God. Wonderlijk, opeens weten we dan wat ons te doen staat. Want zo werkt de stilte. En er is niks op tegen om een prettig mens te zijn, integendeel zelfs.

Dick Verstegen